Doorgaans wettelijk stelsel

Naar schatting tussen de 75 à 80 procent van de echtgenoten zijn gehuwd onder het wettelijk stelsel. Hierdoor zijn goederen die je voor het huwelijk had, alsook wat je erft of geschonken krijgt "eigen" goederen. Al de rest is gemeenschappelijk.

Maar wat vaak vergeten wordt is dat inkomsten uit het eigen vermogen ook gemeenschappelijk zijn in het wettelijk stelsel. De huur, interesten, dividenden, enz. die voortkomen uit eigen goederen, zijn dus sowieso gemeenschappelijk, zelfs als die op een afzonderlijke rekening geplaatst worden. Het gevaar bestaat dus dat je schoonzoon bij een echtscheiding met de helft van de inkomsten van de geschonken goederen gaat lopen. Hoe kan je dat voorkomen?

Via een clausule

Een oplossing is dat er in het bewijsdocument van de bankgift of in de notariële akte staat dat de inkomsten uit de schenking niet in de gemeenschap vallen. Maar is een dergelijke clausule wel geldig? Ons Burgerlijk Wetboek stelt immers duidelijk dat de vruchten, inkomsten en interesten van eigen goederen gemeenschappelijk zijn. Algemeen wordt tegenwoordig aangenomen dat een dergelijke clausule perfect geldig is.

Alternatief?

Voor een effectenportefeuille kan je het probleem van de inkomsten ook vermijden door producten te kopen die niet of nauwelijks inkomsten geven. Denken we bijvoorbeeld maar aan kapitaliserende fondsen of trackers. Die hebben geen coupon (inkomsten) en de meerwaarde wordt juridisch gezien niet als inkomsten beschouwdz.