Vaak wordt verondersteld dat er vanwege de gelijke tijdsverdeling bij co-ouderschap geen onderhoudsbijdrage voor de kinderen moet betaald worden. Dat is echter niet zo: de wet bepaalt dat elke ouder moet bijdragen 'naar evenredigheid van zijn middelen'. Het inkomen speelt dus een even grote rol als de gekozen verblijfsregeling.

De wet bepaalt alvast dat elke ouder moet bijdragen in de kosten volgens zijn aandeel in het samengestelde inkomen. Bedragen je maandelijkse inkomsten bijvoorbeeld 3.000 euro, terwijl je ex-partner slechts 1.500 euro verdient? In dat geval moet jij in principe twee derde van de onderhoudskosten dragen.

Situatie is gewijzigd

Er moet wel rekening gehouden worden met het inkomen van beide ouders ná de relatiebreuk. Een scheiding kan namelijk leiden tot een gewijzigde fiscale context. Wie een kind ten laste heeft, betaalt bijvoorbeeld minder bedrijfsvoorheffing. Maar ook de vermindering van de onroerende voorheffing en een eventuele extra kinderbijslag als alleenstaande spelen mee.

Welk bedrag moet je als gescheiden ouder dan concreet betalen? Bij gebrek aan een duidelijke wetgeving wordt als indicatie vaak de formule van de Waalse socioloog Roland Renard gebruikt. In Vlaanderen heeft de Gezinsbond een meer verfijnde onderhoudsgeldcalculator ontwikkeld die gebaseerd is op deze formule.