Een contract van onbepaalde duur tussen een uitzendkracht en een uitzendbedrijf kan vandaag in ons land niet. In onder meer Frankrijk, Duitsland of Nederland kan dit wel al langer. De wet Peeters rond werkbaar en wendbaar werk maakt nu een opening. Voorwaarde is wel dat vakbonden en werkgevers het onderling eens raken.

Dat overleg is sinds kort opgestart, aldus Herwig Muyldermans, algemeen directeur van sectorfederatie Federgon. Bij de vakbonden is er evenwel "matig enthousiasme", aldus nog Muyldermans.

Voordelen

"Een contract van onbepaalde duur zorgt voor betere uitzendkrachten. En dus is iedereen gelukkig"

Toch ziet de sector heel wat voordelen. De uitzendkracht kan terugvallen op de zekerheid van een vast contract bij het uitzendbedrijf. Het uitzendbedrijf kan een nauwere band scheppen met de uitzendkracht, en bijvoorbeeld op langere termijn investeren in vorming. "Dat zorgt ook voor betere uitzendkrachten. Iedereen is dus gelukkig: de uitzendkracht, het uitzendbedrijf en de klant waar de uitzendkracht aan de slag gaat", argumenteert Muyldermans.

De uitzendkrachten zullen kunnen rekenen op een basisloon dat wordt onderhandeld met het uitzendkantoor. Als ze een contract bij een klant invullen, worden ze vergoed volgens het sectorloon.

Volgens Paul Verschueren, hoofd van de Federgon-studiedienst, zal uiteindelijk een beperkt aantal uitzendkrachten een contract van onbepaalde duur krijgen. Hij denkt in eerste instantie aan jongere uitzendkrachten met een schaars profiel, zoals technici of ingenieurs.