Het tijdskrediet maakt deel uit van de reglementering over de loopbaanonderbreking. Een werknemer heeft het recht zijn loopbaan tijdelijk te onderbreken of minder uren te werken, om meer vrije tijd te hebben voor familiale of sociale verplichtingen of om persoonlijke projecten uit te voeren.

In de huidige regeling, die geldt tot einde maart, kan een werknemer tijdskrediet nemen zonder motief. Dat betekent dat hij zijn aanvraag niet hoeft te rechtvaardigen bij zijn werkgever. Er moeten wel twee voorwaarden zijn vervuld om tijdskrediet zonder motief te kunnen nemen: hij moet minstens vijf jaar hebben gewerkt (niet noodzakelijk bij dezelfde werkgever) en minstens twee jaar een arbeidsovereenkomst hebben bij de werkgever waar hij het tijdskrediet vraagt.

Vanaf 1 april moet een werknemer altijd een motief hebben om tijdskrediet te kunnen nemen. De volgende motieven worden aanvaard:

  • Zorgen voor een kind van jonger dan acht jaar;
  • Palliatieve zorg verlenen;
  • Zorg of bijstand verlenen aan een zwaar ziek gezins- of familielid tot en met de tweede graad;
  • Zorg of bijstand verlenen aan een zwaar ziek minderjarig kind;
  • Zorgen voor een gehandicapt kind dat jonger is dan 21 jaar;
  • Een erkende opleiding volgen.

Werknemers die tijdskrediet nemen, ontvangen tijdens hun afwezigheid geen loon. Als compensatie krijgen ze een maandelijkse forfaitaire uitkering van de RVA.

Uitbreiding tijdskrediet met motief

In de nieuwe regeling kan een werknemer gedurende maximaal 51 maanden tijdskrediet met een zorgmotief nemen, tegenover 48 maanden in het vorige stelsel. Voor het volgen van een opleiding blijft het maximum behouden op 36 maanden. Een werknemer kan een tijdskrediet met zorgmotief en voor het volgen van een opleiding combineren, maar het gemotiveerde tijdskrediet mag niet meer dan 51 maanden bedragen.

De werknemer kan zijn recht op een gemotiveerd tijdskrediet nog altijd opnemen in de vorm van een voltijds tijdskrediet, een halftijds tijdskrediet, een loopbaanvermindering met een vijfde of een combinatie van die stelsels. In de meeste gevallen moet een sector- of ondernemings-cao zijn afgesloten.

Nieuwe regeling stelsel einde loopbaan

Werknemers die op de begindatum van hun vermindering van prestaties zestig jaar of ouder zijn, kunnen een uitkering van de RVA krijgen in het kader van het eindeloopbaanstelsel. Een voorwaarde is dat ze een beroepsloopbaan in loondienst van minstens 25 jaar moeten hebben op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever. Momenteel volstaat het dat de werknemer op eer verklaart dat hij voldoet aan die voorwaarde. De RVA kon dat niet controleren. Vanaf 1 april berekent de RVA zelf de loopbaanvoorwaarde op basis van de gegevens van Sigedis, de databank Sociale Individuele Gegevens van de federale overheid. De verklaring op eer door de werknemer valt weg.