Vorige week was er veel te doen rond een 10-jarige jongen die zijn vader in Tongeren heeft geholpen bij het opbouwen van een verkoopstand. Volgens de sociale inspectiediensten maakte de vader zich schuldig aan kinderarbeid. Staatssecretaris voor Bestrijding van sociale fraude Philippe De Backer (Open Vld) was niet te spreken over de tussenkomt van de inspecteurs en hield daarom een overleg met de diensten. In een gezamenlijk statement van De Backer en de inspectiediensten klonk het achteraf dat "de zaken zijn uitgeklaard". Maar waar moet u rekening mee houden als u een gezinslid laat helpen in uw handelszaak?

De spelregels

"Terwijl het voor gezinnen vanzelfsprekend is dat een gezinslid nu en dan eens bijspringt in het bedrijf, is dat niet zo vanzelfsprekend vanuit juridisch standpunt"

Volgens het sociaal secretariaat Acerta moeten zelfstandigen met verscheidene zaken rekening houden wanneer ze een familielid aan het werk zetten in hun winkel of bedrijf. "Terwijl het voor gezinnen vanzelfsprekend is dat een gezinslid nu en dan eens bijspringt in het bedrijf, is dat niet zo vanzelfsprekend vanuit juridisch standpunt", laat Nathalie De Groot, expert Starters & Zelfstandigen bij Acerta weten. Zo moet het meewerkende gezinslid ingeschreven zijn als zelfstandige of werknemer. Wie als zelfstandige werkt, moet onder meer een RSZ- en btw-nummer aanvragen. Voor gezinsleden die als werknemer een handje toesteken, gelden dezelfde regels als voor andere werknemers.

In een eenmanszaak is er ook een derde statuut mogelijk voor echtgenoten, dat van de meewerkende partner. "Echtgenoten met zo'n statuut moeten zich niet aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds en moeten dus ook geen sociale bijdragen betalen. Die gunstregeling geld enkel als de echtgeno(o)t(e) halftijds werkt als contractuele of vastbenoemde, zelf al een eigen zelfstandige activiteit uitoefent of een vervangingsinkomen krijgt", verduidelijkt De Groot.

Gunstregime

Ook de echtgenoten die niet aan de bovenstaande vereiste voldoen, genieten van een gunstregime. "Zij zijn wel verplicht zich aan te sluiten bij een sociaal verzekeringsfonds. Maar ook dat systeem is voordelig. De meewerkende partner in het maxistatuut bouwt een volledig sociaal statuut (pensioen, ziekteverzekering, ...) op, terwijl hij of zij slechts ongeveer de helft van de minimumbijdrage van een zelfstandige in hoofdberoep verschuldigd is", gaat De Groot verder. Zo betaalt de zelfstandige in hoofdberoep in 2017 een minimum van 719,34 euro per kwartaal (gebaseerd op een minimaal netto belastbaar jaarinkomen van 13.296,25 euro), terwijl een meewerkende partner een minimum van 316,00 euro per kwartaal verschuldigd is (gebaseerd op een minimaal netto belastbaar jaarinkomen van 5841,04 euro).

"Daarenboven kan de hoofdzelfstandige een deel van zijn inkomsten als bezoldiging uitkeren aan de partner, waardoor ze beiden in totaal minder sociale bijdragen betalen. Pas vanaf een inkomen van 13.296,25 euro (in 2017), betaalt een meewerkende partner evenveel sociale bijdragen als de hoofdzelfstandige", aldus De Groot.

De regels van de meewerkende partner gelden niet alleen voor gehuwden, maar ook voor wettelijk samenwonenden", voegt De Groot daar nog aan toe.

Helpende zoon of dochter

En wat als de kinderen een handje toesteken? "In zo'n geval moeten de zelfstandigen met drie elementen rekening houden: het wettelijke kader, de leeftijd en de fiscale gevolgen van de tewerkstelling van het kind", weet Amandine Boseret, juridisch expert bij Acerta.

"Om te beginnen moet de zelfstandige de tewerkstelling aangeven. Doet hij dat niet, dan wordt dat bestempeld als zwartwerk. De ouders kunnen hun kind aanwerven als student-zelfstandige, zelfstandige helper (als natuurlijke persoon) of jobstudent."

Daarenboven moeten de ouders de minimumleeftijd van 15 jaar respecteren. "Er bestaan twee uitzonderingen op dat verbod", benadrukt Boseret. "Die grens geldt niet wanneer de activiteiten te maken hebben met de opleiding of de vorming van het kind. Denk daarbij aan werkzaamheden van het kind in het gezin, op school of in een jeugdvereniging." Daarnaast kunnen er voor een beperkt aantal activiteiten een uitzondering worden aangevraagd aan de Algemene Directie Toezicht op de Sociale Wetten. Dat kan bijvoorbeeld in het geval van acteer-of modellenwerk.

Boseret waarschuwt ook voor de fiscale gevolgen wanneer zelfstandigen hun kind tewerkstellen. "Een kind kan slechts beschouwd worden als kind ten laste voor zover hij van de persoon die hem ten laste wilt nemen geen bezoldigingen ontvangt die voor diezelfde persoon aftrekbare beroepskosten vormen", klinkt het.

Speciaal statuut eenmanszaak

"Eenmanszaken kunnen een beroep doen op het statuut van de zelfstandige helper voor de occasionele prestaties van zijn kind"

Ook de kinderen van de uitbater van een eenmanszaak kunnen van een speciaal statuut genieten. "Eenmanszaken kunnen een beroep doen op het statuut van de zelfstandige helper voor de occasionele prestaties van zijn kind. Dankzij dat statuut, zal het kind geen ondernemingsnummer moeten aanvragen en zal hij zich ook niet bij een sociaal verzekeringsfonds moeten aansluiten. Hij moet enkel zijn inkomsten vermelden op zijn aangifte in de personenbelasting", aldus Boseret. Die vrijstelling geldt enkel voor kinderen jonger dan 20 jaar, of 25 jaar als ze nog studeren. Daarenboven moet de ouder werken als zelfstandige natuurlijke persoon.

Tot slot laat Boseret weten dat er specifieke regels gelden voor familiebedrijven waar doorgaans enkel ouders, aanverwanten of voogdijkinderen werken onder toezicht van de vader, de moeder of de voogd. "Zodra een werkgever werknemers in dienst heeft (of studenten), zijn er talrijke regels rond arbeidsduur te respecteren, zoals bijvoorbeeld het verbod op zondagsarbeid", klinkt het. "Die strikte regels zijn niet van toepassing op familiebedrijven. Dat betekent onder meer dat het familiebedrijf bijvoorbeeld personeel op zondag mag tewerkstellen terwijl een ander bedrijf dat in principe niet kan."