Meer dan 60 procent van de verkeersongevallen in de bebouwde kom waarbij een voetganger betrokken is doen zich voor bij het oversteken van een zebrapad. Wat zijn de regels?

Wanneer gebruiken?

Een voetganger moet een zebrapad gebruiken als dat zich binnen de 30 meter bevindt van de plaats waar hij de weg wil oversteken.

Wie heeft voorrang?

In de regel heeft de voetganger voorrang aan een zebrapad. Als automobilist of fietser moet je dus stoppen voor een voetganger die het zebrapad aan het oversteken is of die voornemens is dat over te steken. Dit geldt niet als een fietser het zebrapad wil oversteken, tenzij hij de fiets aan de hand heeft. De voetganger zal op zijn beurt overigens voorrang moeten verlenen aan een aankomende tram als het zebrapad over de trambedding loopt, tenzij er verkeerslichten zijn.

Deze voorrang is evenwel niet absoluut. De voetganger moet kijken of je hem wel gezien hebt en of je wel tijdig kan stoppen. Het is jouw verplichting als automobilist om het voetpad slechts met matige snelheid te naderen.

Niet inhalen

Je mag geen andere bestuurder inhalen die vertraagt of stopt voor een zebrapad. Je mag je wagen al evenmin parkeren op een zebrapad of tot vijf meter daarvoor. Je mag in die zone ook niet stilstaan om bijvoorbeeld mensen uit je wagen te laten stappen.