De echtscheidingswetgeving is in 2007 grondig gewijzigd. Er bestaan nog slechts twee vormen van echtscheiding: die door onderlinge toestemming en die door onherstelbare ontwrichting. Bij een echtscheiding met onderlinge toestemming proberen beide partners samen tot een vergelijk te komen. Ze kunnen daarvoor een beroep doen op een notaris of een erkende bemiddelaar. Daarna wordt de echtscheiding afgehandeld via de familierechtbank. Die gaat na of de regeling geen afbreuk doet aan het belang van de kinderen. Ze bevestigt de echtscheiding, zonder zich over de grond ervan uit te spreken. De echtscheiding door onherstelbare ontwrichting - in de volksmond de 'vechtscheiding' - verloopt via de familierechtbank, die zelf een vonnis velt over de regelingen die betrekking hebben op de kinderen, de eigendommen en onderhoudsbijdragen.
...

De echtscheidingswetgeving is in 2007 grondig gewijzigd. Er bestaan nog slechts twee vormen van echtscheiding: die door onderlinge toestemming en die door onherstelbare ontwrichting. Bij een echtscheiding met onderlinge toestemming proberen beide partners samen tot een vergelijk te komen. Ze kunnen daarvoor een beroep doen op een notaris of een erkende bemiddelaar. Daarna wordt de echtscheiding afgehandeld via de familierechtbank. Die gaat na of de regeling geen afbreuk doet aan het belang van de kinderen. Ze bevestigt de echtscheiding, zonder zich over de grond ervan uit te spreken. De echtscheiding door onherstelbare ontwrichting - in de volksmond de 'vechtscheiding' - verloopt via de familierechtbank, die zelf een vonnis velt over de regelingen die betrekking hebben op de kinderen, de eigendommen en onderhoudsbijdragen. Een procedure met onderlinge toestemming neemt tussen tweeënhalve en vier maanden in beslag. "We beginnen met een intakegesprek, bij voorkeur met beide partijen samen, waarin we overlopen wat bij de procedure komt kijken", vertelt erkend bemiddelaar en echtscheidingsconsulent Eric De Corte. "Tijdens de daaropvolgende gesprekken groeit het ontwerp van overeenkomst. Zodra beiden het akkoord hebben ondertekend, wordt de procedure ingeleid bij de rechtbank." Sinds 1 mei 2017 is daarbij een rolrecht van 140 euro verschuldigd. Wonen de gewezen partners minder dan zes maanden feitelijk gescheiden, dan moeten ze één keer voor de rechtbank verschijnen. Zijn er meer dan zes maanden verlopen, dan is dat niet nodig. De echtscheiding is definitief op het moment dat het vonnis wordt geregistreerd in het bevolkingsregister van de gemeente waar het huwelijk is voltrokken. Beide partijen kunnen vrij bepalen wat ze opnemen in de onderlinge overeenkomst, maar de wet legt wel enkele minimumvereisten op. Zo moet er altijd een ouderschapsovereenkomst zijn, waarin de ouders regelen hoe ze hun ouderschap na de echtscheiding zullen uitoefenen. Meestal bestaat een overeenkomst met onderlinge toestemming uit zes onderdelen: Een ouderschapsovereenkomst omvat drie vaste regelingen. De uitoefening van het gezag over de kinderen De afspraken over de gezamenlijke uitoefening van het gezag over de kinderen heeft betrekking op zaken zoals de schoolkeuze en de vrijetijdsbesteding van de kinderen. De verblijfsregeling De verblijfsregeling moet duidelijk maken waar de kinderen verblijven, zowel tijdens de schoolperiode als tijdens de vakanties. Ook is het belangrijk vast te leggen welke ouder de kinderen haalt of brengt. "De rechter eist daar absolute duidelijkheid over, maar we raden beide partijen altijd aan flexibel te zijn", benadrukt Eric De Corte. "Het is nuttig in een wijzigingsclausule te voorzien, want naarmate de kinderen ouder worden, kan de situatie veranderen." De kostenregeling Elke situatie is anders en vergt een individuele aanpak om een regeling over de kosten van de kinderen te treffen. Er zijn verblijfsgebonden kosten, zoals voor eten en drinken, en niet-verblijfsgebonden kosten, zoals voor kledij, kapper en gsm-abonnementen. Daarnaast zijn er ook de buitengewone uitgaven, zoals voor uitzonderlijke medische zorgen (een beugel bij de tandarts), een buitenlandse schooltrip of een sportkamp, of het inschrijvingsgeld van de universiteit. Het is raadzaam daarover duidelijke afspraken te maken. Vaak worden de gewone kosten betaald van een speciale bankrekening waarvan beide partijen een bankkaart hebben. Meestal worden het kindergeld en de studietoelagen op die rekening gestort. Beide ouders storten er geld op in verhouding tot hun inkomen. Eric De Corte: "Het begrip 'inkomen' moeten we ruim interpreteren, want het gaat niet alleen om het nettoloon, maar ook om andere looncomponenten zoals een dertiende maand, een bedrijfswagen, en maaltijd- en ecocheques. Daarnaast moeten ook inkomsten zoals huurinkomsten worden meegerekend." "Ook het fiscale deel is van belang", zegt De Corte. "Wie de kinderen ten laste heeft, zal een impact op zijn belastingen merken. Wel bestaat de mogelijkheid van het fiscale co-ouderschap, waarbij de kinderen ten laste zijn van de ene ouder, maar de fiscale voordelen worden gesplitst over beide ouders." De keuze van de wettelijke verblijfplaats heeft gevolgen. De officiële briefwisseling over de kinderen komt aan op dat adres. Een ouder met minstens twee eigen kinderen die eigenaar van zijn woning is of die huurt (of een ouder die gehandicapt is), heeft recht op een vermindering van de onroerende voorheffing voor die woning, als de kinderen daar hun wettelijke verblijfplaats hebben. Hij krijgt ook een extra korting op de waterfactuur. Die kortingen kunnen jaarlijks een paar honderden euro's bedragen. De partijen verdelen de onroerende goederen die ze samen bezitten: het geld op de zicht- en de spaarrekeningen, de effecten (zoals aandelen en obligaties), de inboedel van de woning en de voertuigen (met inbegrip van motoren en fietsen). Daarbij moeten ze ook rekening houden met de schulden, en het beste ook met hun wettelijk pensioen. "Een vrouw die bijvoorbeeld vijftien jaar voor haar gezin heeft gezorgd, heeft in die periode geen pensioenrechten opgebouwd. Bovendien is het voor haar niet vanzelfsprekend te gaan werken. Het is mogelijk daarvoor in een compensatie te voorzien", zegt Eric De Corte. Bij een echtscheiding moeten beide partijen een oplossing zoeken voor de gezinswoning die ze in eigendom hadden. Er zijn meerdere keuzes. Een notariële akte is verplicht, omdat de akte moet worden overgeschreven op het hypotheekkantoor. De woning verkopen Na de verkoop aan een derde moeten beide partijen de hypothecaire schuld terugbetalen. Het saldo van de koopsom kunnen ze verdelen volgens een afgesproken verdeelsleutel. Een partij neemt de woning over Een van de partijen kan de woning overnemen. Hij betaalt de ander een vergoeding en lost de hypothecaire lening voort af. Op de overdracht is wel belasting verschuldigd, de zogenaamde miserietaks. Die bedraagt 1 procent op de normale verkoopwaarde van het onroerend goed. Daar komen ook nog notaris- en aktekosten bij. Voor een woning met een waarde van 300.000 euro is niet alleen 3000 euro aan belasting verschuldigd, maar ook nog eens 3163,26 euro aan notaris- en aktekosten. De woning in onverdeeldheid laten De woning in onverdeeldheid laten is meestal een tijdelijke oplossing. Beide partijen blijven dan eigenaar van de woning. Zeker in dat geval zijn duidelijke afspraken nodig. Wie woont er? Wie lost de hypothecaire lening af? Wie betaalt de onroerende voorheffing? Wie betaalt de dringende onderhoudskosten? Het is belangrijk de duur van de onverdeeldheid juist vast te leggen, want op die manier kunnen de partijen de miserietaks vastklikken op 1 procent. Anders kan die heffing oplopen tot 2,5 procent. De woning aan de kinderen schenken Dat de scheidende ouders de woning aan de kinderen schenken, is veeleer een theoretische mogelijkheid. In de praktijk komt ze nauwelijks voor. Het is een vrij dure keuze en er rijzen vragen over wat met het vruchtgebruik gebeurt en wie de kosten betaalt. Het duurt meestal enkele maanden voor een echtscheiding definitief is. In die tussenperiode is het niet de bedoeling dat als een van de partijen overlijdt, de ander recht heeft op de nalatenschap. Het is aan te raden voor die situatie een clausule op te nemen in de overeenkomst. Als een van beide partijen een vennootschap heeft opgericht na het huwelijk onder het wettelijk stelsel of het stelsel van de gemeenschap van goederen, moet daarmee rekening worden gehouden bij een echtscheiding. De andere partij heeft recht op de helft van de waarde van de aandelen. Tussen echtgenoten bestaat een hulpplicht. Die blijft bestaan na de echtscheiding. De wetgever voorziet daarom in de mogelijkheid dat de ene partner een maandelijkse vergoeding betaalt aan de economisch zwakkere. Bij het bepalen van die uitkering onderzoekt de rechter de staat van behoeftigheid van de zwakste partij. Een vaste formule bestaat niet. Iedere familierechter hanteert zijn eigen systeem.