Moeilijke evenwichtsoefening

Wie aan successieplanning wil doen, zit altijd met de vraag hoe ver hij juist kan gaan in het wegschenken van zijn vermogen. Want niemand kleedt zich graag volledig uit, voor hij gaat slapen. Kortom, wie schenkt moet altijd nog voldoende achter de hand houden voor het geval hij nog vele jaren leeft. Maar de praktijk wijst uit dat het toch heel moeilijk is om dit correct in te schatten. Want - tenzij je een heel hoog pensioen hebt als ambtenaar - maakt het een gigantisch verschil uit of je op de leeftijd van 75 zal overlijden, of de drempel van 100 zal halen. En uiteraard weet niemand hoelang hij zal leven.

Welzijnsclausule inbouwen?

Wie denkt dat hij de leeftijdsstatistieken wellicht gemakkelijk zou kunnen verslaan en vreest misschien iets te veel weg te geven, kan dat gedeeltelijk opvangen via een zogenaamde welzijnsclausule. Die welzijnsclausule kun je dan veiligheidshalve opnemen in de schenkingsakte. Concreet betekent dit dat de ouders schenken, maar met de last dat als de ouders iets te kort zouden komen, de kinderen hun levensonderhoud moeten verschaffen.

Best preciseren

Juridisch gezien is het wel aan te raden om te preciseren wat daar juist allemaal onder valt. Denken we bijvoorbeeld aan de aankoop van voedsel, schoonmaken van het huis, verwarming, elektriciteit, water, dokterskosten, kosten ziekenhuis, verpleging, geneesmiddelen, hulp en bijstand, enz. Anders blijft de welzijnsclausule een te algemeen begrip.