De totale inflatie bleef in het derde kwartaal 2013 stabiel op gemiddeld 1,2 procent. De neerwaartse impact van de energieproducten (elektriciteit, aardgas, motorbrandstoffen en huisbrandolie) op de totale inflatie viel het afgelopen kwartaal iets terug tot 0,5 procentpunt. Anders dan in België, nam de totale inflatie in onze voornaamste buurlanden (Duitsland, Frankrijk en Nederland) toe tot gemiddeld 1,5 procent in het derde kwartaal 2013. Het inflatieverschil ten gunste van België, 0,3 procentpunt, komt opnieuw voort uit het uiteenlopende prijsverloop voor energieproducten. In België viel de jaar-op-jaar prijsdaling voor energieproducten in het derde kwartaal 2013 terug tot gemiddeld 4,7 procent (tegen een daling met 5,4 procent in het tweede kwartaal). Dankzij de waardevermeerdering van de euro ten opzichte van de dollar kwam de aardoliekoers uitgedrukt in euro 4,2 procent lager uit dan vorig jaar. Ten opzichte van het overeenstemmende kwartaal 2012, daalden de elektriciteitsprijzen met 1,0 procent (net zoals het voorgaande kwartaal). De consumptieprijzen voor aardgas lagen het afgelopen kwartaal 9,5 procent lager dan verleden jaar. De diensteninflatie in België steeg tot 1,9 procent in het derde kwartaal 2013 (tegen 1,7 procent in het tweede kwartaal), een stijging die vooral op het conto van de categorieën reizen en communicatie te schrijven valt. Het prijsstijgingstempo voor bewerkte levensmiddelen viel het afgelopen kwartaal terug tot gemiddeld 3,1 procent. De bijdrage tot de totale inflatie kwam uit op 0,4 procentpunt. Binnen deze productgroep versnelde de inflatie enkel voor de categorie alcoholhoudende dranken (hogere accijnzen) en oliën en vetten. Na een inflatiepiek in het tweede kwartaal van 2013 (+6,8 procent) vertraagde het prijsstijgingstempo van de niet-bewerkte levensmiddelen het afgelopen kwartaal tot gemiddeld 4,4 procent. De minder uitgesproken prijsbewegingen van groenten, fruit en vis liggen aan de basis van de inflatievertraging. (Belga)

De totale inflatie bleef in het derde kwartaal 2013 stabiel op gemiddeld 1,2 procent. De neerwaartse impact van de energieproducten (elektriciteit, aardgas, motorbrandstoffen en huisbrandolie) op de totale inflatie viel het afgelopen kwartaal iets terug tot 0,5 procentpunt. Anders dan in België, nam de totale inflatie in onze voornaamste buurlanden (Duitsland, Frankrijk en Nederland) toe tot gemiddeld 1,5 procent in het derde kwartaal 2013. Het inflatieverschil ten gunste van België, 0,3 procentpunt, komt opnieuw voort uit het uiteenlopende prijsverloop voor energieproducten. In België viel de jaar-op-jaar prijsdaling voor energieproducten in het derde kwartaal 2013 terug tot gemiddeld 4,7 procent (tegen een daling met 5,4 procent in het tweede kwartaal). Dankzij de waardevermeerdering van de euro ten opzichte van de dollar kwam de aardoliekoers uitgedrukt in euro 4,2 procent lager uit dan vorig jaar. Ten opzichte van het overeenstemmende kwartaal 2012, daalden de elektriciteitsprijzen met 1,0 procent (net zoals het voorgaande kwartaal). De consumptieprijzen voor aardgas lagen het afgelopen kwartaal 9,5 procent lager dan verleden jaar. De diensteninflatie in België steeg tot 1,9 procent in het derde kwartaal 2013 (tegen 1,7 procent in het tweede kwartaal), een stijging die vooral op het conto van de categorieën reizen en communicatie te schrijven valt. Het prijsstijgingstempo voor bewerkte levensmiddelen viel het afgelopen kwartaal terug tot gemiddeld 3,1 procent. De bijdrage tot de totale inflatie kwam uit op 0,4 procentpunt. Binnen deze productgroep versnelde de inflatie enkel voor de categorie alcoholhoudende dranken (hogere accijnzen) en oliën en vetten. Na een inflatiepiek in het tweede kwartaal van 2013 (+6,8 procent) vertraagde het prijsstijgingstempo van de niet-bewerkte levensmiddelen het afgelopen kwartaal tot gemiddeld 4,4 procent. De minder uitgesproken prijsbewegingen van groenten, fruit en vis liggen aan de basis van de inflatievertraging. (Belga)