In het verslag wordt het verloop van de consumptieprijzen in België in het eerste kwartaal 2014 onderzocht. Dat de inflatie in het eerste kwartaal van 2014 iest sneller steeg dan in het laatste van 2013 is voornamelijk toe te schrijven aan de minder uitgesproken jaar-op-jaar prijsdaling voor energieproducten. De onderliggende inflatie viel iets terug tot gemiddeld 1,7 %. De lichte versnelling van de diensteninflatie werd immers meer dan gecompenseerd door de lagere inflatie voor niet-energetische industriële goederen en bewerkte levensmiddelen. In het eerste kwartaal 2014 kwam de totale inflatie in onze voornaamste buurlanden iets lager uit dan in België (gemiddeld 0,9 %). De energie-inflatie was nog steeds negatief, gemiddeld -3,6 %, maar minder uitgesproken dan de -5,5 % in het laatste kwartaal 2013. Voor motorbrandstoffen en vloeibare brandstoffen betaalde de consument gemiddeld respectievelijk 4,7 % en 6,7 % minder dan in de overeenstemmende periode 2013. Zowel voor elektriciteit als voor aardgas was er opnieuw een jaar-op-jaar prijsdaling (respectievelijk -1,0 % en -2,7 %), zij het minder fors dan in het voorgaande kwartaal. Het prijsstijgingstempo voor diensten versnelde lichtjes en kwam uit op gemiddeld 2,2 % in het eerste kwartaal 2014. Deze productgroep heeft het grootste gewicht in de consumptiekorf (39,5 %) en zorgde zo voor de belangrijkste bijdrage tot de totale inflatie in België (0,9 procentpunt). De prijzen voor voedingsgrondstoffen (uitgedrukt in euro) noteerden in het eerste kwartaal 2014 gemiddeld 12,0 % lager dan in het eerste kwartaal 2013. Desondanks betaalde de consument door vertragingseffecten voor bewerkte levensmiddelen gemiddeld 2,3 % meer in de winkel. Ook groenten en fruit waren minder duur. (Belga)

In het verslag wordt het verloop van de consumptieprijzen in België in het eerste kwartaal 2014 onderzocht. Dat de inflatie in het eerste kwartaal van 2014 iest sneller steeg dan in het laatste van 2013 is voornamelijk toe te schrijven aan de minder uitgesproken jaar-op-jaar prijsdaling voor energieproducten. De onderliggende inflatie viel iets terug tot gemiddeld 1,7 %. De lichte versnelling van de diensteninflatie werd immers meer dan gecompenseerd door de lagere inflatie voor niet-energetische industriële goederen en bewerkte levensmiddelen. In het eerste kwartaal 2014 kwam de totale inflatie in onze voornaamste buurlanden iets lager uit dan in België (gemiddeld 0,9 %). De energie-inflatie was nog steeds negatief, gemiddeld -3,6 %, maar minder uitgesproken dan de -5,5 % in het laatste kwartaal 2013. Voor motorbrandstoffen en vloeibare brandstoffen betaalde de consument gemiddeld respectievelijk 4,7 % en 6,7 % minder dan in de overeenstemmende periode 2013. Zowel voor elektriciteit als voor aardgas was er opnieuw een jaar-op-jaar prijsdaling (respectievelijk -1,0 % en -2,7 %), zij het minder fors dan in het voorgaande kwartaal. Het prijsstijgingstempo voor diensten versnelde lichtjes en kwam uit op gemiddeld 2,2 % in het eerste kwartaal 2014. Deze productgroep heeft het grootste gewicht in de consumptiekorf (39,5 %) en zorgde zo voor de belangrijkste bijdrage tot de totale inflatie in België (0,9 procentpunt). De prijzen voor voedingsgrondstoffen (uitgedrukt in euro) noteerden in het eerste kwartaal 2014 gemiddeld 12,0 % lager dan in het eerste kwartaal 2013. Desondanks betaalde de consument door vertragingseffecten voor bewerkte levensmiddelen gemiddeld 2,3 % meer in de winkel. Ook groenten en fruit waren minder duur. (Belga)