De premie voor wagens die rijden op elektriciteit of op waterstof werd ingevoerd in 2016. De goedkoopste modellen, met een cataloguswaarde onder de 31.000 euro, kregen toen een premie van 5.000 euro. Het was de bedoeling dat bedrag de jaren daarna te laten dalen, maar omdat de verkoop van zero-emissievoertuigen minder snel gaat dan verwacht, blijft er budget. De premie daalde enkel van 5.000 tot 4.000 euro.

Ook volgend jaar zullen de kopers op een premie van 4.000 euro kunnen rekenen. Voor wagens tot 41.000 euro blijft het bedrag op 3.500 euro. De categorieën daarboven dalen wel, tot 2.000 en 1.000 euro. Voor de duurdere segmenten wordt de premie stopgezet in 2020. 'We tillen de premie over deze legislatuur omdat ondersteuning op korte termijn noodzakelijk blijkt om de vergroening van ons wagenpark te versnellen', zegt Peeters. 'Het staat de volgende regering natuurlijk vrij om de situatie opnieuw te beoordelen en de premie nog langer aan te houden.'

Motorfietsen en bromfietsen

Voor wagens die rijden op elektriciteit of op waterstof blijft de premie dus 4.000 euro bedragen. Elektrische motorfietsen en bromfietsen krijgen nog steeds respectievelijk 1.500 en 750 euro. Nieuw is dat voortaan ook taxibedrijven een premie kunnen aanvragen. Hun diensten zijn immers vergelijkbaar met die van deelwagensystemen, die al langer een premie kunnen krijgen, vindt Peeters. Ze hebben volgens haar een voorbeeldfunctie.

Volgens cijfers van ACEA, de koepel van Europese autobouwers, werden in het eerste kwartaal van dit jaar 2.196 elektrische wagens ingeschreven, een stijging met 140 procent ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. Toch werden er slechts 230 premies uitgekeerd. Het grootste deel van de elektrische auto's zijn dus leasingwagens, die geen premie krijgen.

Voor een vergroening van de fiscaliteit van de leasingwagens moet een akkoord met de twee andere gewesten worden gesloten. Dat is voorlopig nog niet gelukt. Lydia Peeters wil het opnieuw op tafel leggen bij de komende regeringsonderhandelingen.