Veel werkende mensen kijken met heimwee terug op hun studietijd. De een moest al wat harder studeren dan de ander om zijn diploma te halen, maar je kunt er niet onderuit dat studeren iets helemaal anders is dan werken. Het eerste kost bovendien geld aan de maatschappij, het tweede brengt op.

Het is niet te verantwoorden dat er voor de berekening van het pensioen nog altijd wordt gedaan alsof ambtenaren die 'schoonste jaren van hun leven' werkten. Het valt ook niet uit te leggen waarom werknemers en zelfstandigen moeten betalen om studiejaren te regulariseren, als ambtenaren ze cadeau krijgen. De afschaffing van de diplomabonificaties voor de ambtenaren was een van de aanbevelingen die de Commissie Pensioenhervorming drie jaar geleden deed. Ze vond dat tegelijk de afkoop van studiejaren van werknemers en zelfstandigen op de schop moest. De regering-Michel ziet dat anders en vervangt de diplomabonificaties door een afkoop van studiejaren.

Weg naar betaalbaar pensioen is lang

Het is een stapje richting de harmonisering van de drie pensioenstelsels. Van een echte gelijke behandeling is weliswaar nog geen sprake. Vanaf 1 juni 2020 kunnen ambtenaren, werknemers en zelfstandigen in de eerste tien jaar na het afstuderen voor 1500 euro één studiejaar afkopen. Afhankelijk van hun loon kunnen ambtenaren er echter meer extra pensioen voor terugkrijgen dan werknemers en zelfstandigen. Bovendien voorziet de regering in overgangsmaatregelen die de pil moeten vergulden voor de ambtenaren.

Voor de betaalbaarheid van de pensioenen hadden we het hele systeem beter opgedoekt. Elke regularisatiebijdrage die de overheid nu binnenkrijgt, verhoogt de factuur van de pensioenen later. Willen we de volgende generaties niet opzadelen met een onbetaalbare factuur, dan moeten we nog veel meer pijnlijke maatregelen nemen.