Naar aanleiding van de week van het geld (22 tot 26 maart) ging de redactie van Trends in het archief op zoek naar concrete adviezen om geld te besparen of een hoger rendement te halen op investeringen. Vandaag: hoe haalt u het maximum uit pensioensparen?

Dit artikel verscheen voor het eerst in 2015, maar kreeg op 23 maart 2021 een update en is aangepast aan de huidige situatie.

Het pensioensparen werd gelanceerd in 1989. Vandaag storten ruim 3 miljoen Belgen geld in een pensioenspaarfonds of een pensioenspaarverzekering. U kunt in 2021 stortingen tot een bedrag van 980 euro of tot een bedrag van 1260 eurofiscaal in mindering brengen, als u dat bedrag opgeeft in het daarvoor bestemde vakje op uw belastingbrief. Bij stortingen tot 980 euro krijgt u 30 procent of maximum 294 euro terug en bij stortingen boven 980 euro krijgt u 25 procent terug tot een maximum van 378 euro.

1. Benut het maximale fiscale voordeel

U bent niet verplicht uw pensioensparen aan te geven via uw belastingbrief, maar zodra u dat één keer hebt gedaan, houdt de fiscus op uw 60ste verjaardag automatisch de eindbelasting van 8 procent op het volledige kapitaal in. U moet dus consequent zijn: ofwel maakt u gebruik van de belastingvermindering voor het pensioensparen, ofwel doet u dat nooit.

Volgens berekeningen van KBC was het voordeel van de jaarlijkse belastingverminderingen in het verleden groter dan het nadeel van de eenmalige eindbelasting. De kans is groot dat dat in de toekomst ook het geval zal zijn, al helemaal omdat de berekeningen van KBC nog rekening houden met een eindbelasting van 10 procent. De eindbelasting is in 2015 verlaagd naar 8 procent.

In het jaar dat u 60 wordt, maakt u het geld best pas over na uw verjaardag en dus nadat de fiscus passeerde. Daarna volgen de meest voordelige jaren: u spaart belastingvrij, maar geniet nog tot het jaar waarin u 64 wordt van de belastingverminderingen.

iStock
© iStock

2. Stort niet aan het eind van het jaar

Bij de berekening van de eindbelasting gaat de fiscus ervan uit dat stortingen in een pensioenspaarfonds een fictief jaarlijks rendement van 4,75 procent opbrengen. Als het werkelijke rendement hoger ligt, dan is het verschil tussen het fictieve en het werkelijke rendement onbelast. Dat kan ook in uw nadeel uitdraaien, als het echte rendement lager is dan het fictieve. Over een langere periode van tien jaar of meer leggen de pensioenspaarfondsen doorgaans een rendement van om en bij 6 procent voor.

De fiscus gaat ervan uit dat u elk jaar een rendement van 4,75 procent haalt, ongeacht of u in januari of in december stort. Als u pas in de laatste dagen van het jaar uw geld overschrijft naar uw pensioenspaarrekening, brengt dat bedrag voor dat inkomstenjaar niets meer op. U betaalt er toch belasting op alsof u 4,75 procent op uw geld heeft verdiend.

Heel wat mensen denken pas op het einde van het jaar aan pensioensparen en storten op het laatste nippertje nog het maximumbedrag. Als u weet dat de deelbewijzen van pensioenspaarfondsen twee jaar op de drie in december meer waard zijn dan in januari, dan weet u dat het zinniger is om in januari het volle pond te storten.

Heel wat spaarders kiezen voor periodieke stortingen. Dat heeft als voordeel dat u deelbewijzen van het fonds koopt in goede en slechte beurstijden. Bovendien zet u op die manier elke maand wat geld opzij, in plaats van in één keer een groot bedrag.

De belasting op een pensioenspaarverzekering zit anders in elkaar dan voor pensioenspaarfondsen. U betaalt 8 procent belasting op het kapitaal dat u in werkelijkheid hebt opgebouwd via de stortingen en de gegarandeerde rendementen. Het kapitaal dat u hebt vergaart met winstdeelnemingen is belastingvrij.

3. Begin zo jong mogelijk

KBC maakte een simulatie voor pensioenspaarders die starten op 25 en op 45 jaar. De vroege starter zou op zijn 65ste meer dan 150.000 euro opstrijken (inclusief belastingverminderingen). De late starter komt aan het eind van de rit uit op nauwelijks 40.000 euro. De bank hield daarbij rekening met een gemiddeld jaarlijks rendement van 6 procent.

Steeds meer jongeren hebben die boodschap begrepen. Dat blijkt uit de rapportage van nieuwe contracten van de banken.

4. Let op de instapkosten

Er zijn banken die tot 3 procent instapkosten aanrekenen voor hun pensioenspaarfondsen. Daarnaast zijn er instellingen die nooit instapkosten aanrekenen, zoals Argenta en de Antwerpse effectenbank Dierickx Leys. Of banken die op sommige pensioenspaarproducten geen instapkosten aanrekenen, zoals Belfius bij Pension Fund Balanced Plus.

Verzekeraars rekenen voor hun pensioenspaarverzekeringen traditioneel hogere instapkosten aan dan banken. Instapkosten van 5 tot 7 procent zijn geen uitzondering.

Doorgaans brengen pensioenspaarverzekeringen over een lange periode minder op dan pensioenspaarfondsen. Als u 6 procent instapkosten betaalt en een gemiddeld jaarrendement van 3 procent haalt, loopt u over een termijn van twintig jaar ongeveer 1600 euro mis.

Vaak kunt u over die instapkosten onderhandelen. Het loont dus de moeite daarover een gesprek aan te gaan met uw bankier of uw verzekeraar.

iStock
© iStock

5. Vraag uw geld niet op in een slecht beursjaar

Pensioenspaarverzekeringen bieden meer veiligheid dan pensioenspaarfondsen. Als u een pensioenspaarverzekering hebt, krijgt u elk jaar een gegarandeerd rendement. Er zijn dus geen goede of slechte momenten om uw geld op te vragen. U krijgt op de vervaldag uw kapitaal uitbetaald, of vanaf die datum wordt uw lijfrente uitgekeerd.

Hebt u een pensioenspaarfonds, dan hangt het rendement af van de ups en downs van de beurs. Over een voldoende lange periode compenseren de goede jaren de slechte jaren ruimschoots, maar op korte termijn riskeert u wel een deel van uw geld kwijt te spelen. In 2008 bijvoorbeeld vaagde de beurscrash een kwart van de waarde van de pensioenspaarfondsen weg. Het duurde enkele jaren voor dat verlies weer was weggewerkt. Als u toevallig in een slecht beursjaar 65 wordt, wacht u het beste een tijdje vooraleer u uw geld opvraagt.

Het pensioensparen werd gelanceerd in 1989. Vandaag storten ruim 3 miljoen Belgen geld in een pensioenspaarfonds of een pensioenspaarverzekering. U kunt in 2021 stortingen tot een bedrag van 980 euro of tot een bedrag van 1260 eurofiscaal in mindering brengen, als u dat bedrag opgeeft in het daarvoor bestemde vakje op uw belastingbrief. Bij stortingen tot 980 euro krijgt u 30 procent of maximum 294 euro terug en bij stortingen boven 980 euro krijgt u 25 procent terug tot een maximum van 378 euro.U bent niet verplicht uw pensioensparen aan te geven via uw belastingbrief, maar zodra u dat één keer hebt gedaan, houdt de fiscus op uw 60ste verjaardag automatisch de eindbelasting van 8 procent op het volledige kapitaal in. U moet dus consequent zijn: ofwel maakt u gebruik van de belastingvermindering voor het pensioensparen, ofwel doet u dat nooit.Volgens berekeningen van KBC was het voordeel van de jaarlijkse belastingverminderingen in het verleden groter dan het nadeel van de eenmalige eindbelasting. De kans is groot dat dat in de toekomst ook het geval zal zijn, al helemaal omdat de berekeningen van KBC nog rekening houden met een eindbelasting van 10 procent. De eindbelasting is in 2015 verlaagd naar 8 procent. In het jaar dat u 60 wordt, maakt u het geld best pas over na uw verjaardag en dus nadat de fiscus passeerde. Daarna volgen de meest voordelige jaren: u spaart belastingvrij, maar geniet nog tot het jaar waarin u 64 wordt van de belastingverminderingen.Bij de berekening van de eindbelasting gaat de fiscus ervan uit dat stortingen in een pensioenspaarfonds een fictief jaarlijks rendement van 4,75 procent opbrengen. Als het werkelijke rendement hoger ligt, dan is het verschil tussen het fictieve en het werkelijke rendement onbelast. Dat kan ook in uw nadeel uitdraaien, als het echte rendement lager is dan het fictieve. Over een langere periode van tien jaar of meer leggen de pensioenspaarfondsen doorgaans een rendement van om en bij 6 procent voor.De fiscus gaat ervan uit dat u elk jaar een rendement van 4,75 procent haalt, ongeacht of u in januari of in december stort. Als u pas in de laatste dagen van het jaar uw geld overschrijft naar uw pensioenspaarrekening, brengt dat bedrag voor dat inkomstenjaar niets meer op. U betaalt er toch belasting op alsof u 4,75 procent op uw geld heeft verdiend.Heel wat mensen denken pas op het einde van het jaar aan pensioensparen en storten op het laatste nippertje nog het maximumbedrag. Als u weet dat de deelbewijzen van pensioenspaarfondsen twee jaar op de drie in december meer waard zijn dan in januari, dan weet u dat het zinniger is om in januari het volle pond te storten.Heel wat spaarders kiezen voor periodieke stortingen. Dat heeft als voordeel dat u deelbewijzen van het fonds koopt in goede en slechte beurstijden. Bovendien zet u op die manier elke maand wat geld opzij, in plaats van in één keer een groot bedrag.De belasting op een pensioenspaarverzekering zit anders in elkaar dan voor pensioenspaarfondsen. U betaalt 8 procent belasting op het kapitaal dat u in werkelijkheid hebt opgebouwd via de stortingen en de gegarandeerde rendementen. Het kapitaal dat u hebt vergaart met winstdeelnemingen is belastingvrij.KBC maakte een simulatie voor pensioenspaarders die starten op 25 en op 45 jaar. De vroege starter zou op zijn 65ste meer dan 150.000 euro opstrijken (inclusief belastingverminderingen). De late starter komt aan het eind van de rit uit op nauwelijks 40.000 euro. De bank hield daarbij rekening met een gemiddeld jaarlijks rendement van 6 procent.Steeds meer jongeren hebben die boodschap begrepen. Dat blijkt uit de rapportage van nieuwe contracten van de banken.Er zijn banken die tot 3 procent instapkosten aanrekenen voor hun pensioenspaarfondsen. Daarnaast zijn er instellingen die nooit instapkosten aanrekenen, zoals Argenta en de Antwerpse effectenbank Dierickx Leys. Of banken die op sommige pensioenspaarproducten geen instapkosten aanrekenen, zoals Belfius bij Pension Fund Balanced Plus.Verzekeraars rekenen voor hun pensioenspaarverzekeringen traditioneel hogere instapkosten aan dan banken. Instapkosten van 5 tot 7 procent zijn geen uitzondering.Doorgaans brengen pensioenspaarverzekeringen over een lange periode minder op dan pensioenspaarfondsen. Als u 6 procent instapkosten betaalt en een gemiddeld jaarrendement van 3 procent haalt, loopt u over een termijn van twintig jaar ongeveer 1600 euro mis. Vaak kunt u over die instapkosten onderhandelen. Het loont dus de moeite daarover een gesprek aan te gaan met uw bankier of uw verzekeraar.Pensioenspaarverzekeringen bieden meer veiligheid dan pensioenspaarfondsen. Als u een pensioenspaarverzekering hebt, krijgt u elk jaar een gegarandeerd rendement. Er zijn dus geen goede of slechte momenten om uw geld op te vragen. U krijgt op de vervaldag uw kapitaal uitbetaald, of vanaf die datum wordt uw lijfrente uitgekeerd.Hebt u een pensioenspaarfonds, dan hangt het rendement af van de ups en downs van de beurs. Over een voldoende lange periode compenseren de goede jaren de slechte jaren ruimschoots, maar op korte termijn riskeert u wel een deel van uw geld kwijt te spelen. In 2008 bijvoorbeeld vaagde de beurscrash een kwart van de waarde van de pensioenspaarfondsen weg. Het duurde enkele jaren voor dat verlies weer was weggewerkt. Als u toevallig in een slecht beursjaar 65 wordt, wacht u het beste een tijdje vooraleer u uw geld opvraagt.