Het pensioensparen werd gelanceerd in 1989. Vandaag storten ongeveer 3 miljoen Belgen geld in een pensioenspaarfonds of een pensioenspaarverzekering. U kunt elk jaar tot een bedrag van 940 euro fiscaal in mindering brengen, als u dat bedrag opgeeft in het daarvoor bestemde vakje op uw belastingbrief. U krijgt dan 30 procent van de storting of 282 euro terug.

1. Benut het maximale fiscale voordeel

U bent niet verplicht uw pensioensparen aan te geven via uw belastingbrief, maar zodra u dat één keer hebt gedaan, houdt de fiscus op uw 60ste verjaardag automatisch de eindbelasting van 8 procent op het volledige kapitaal in. U moet dus consequent zijn: ofwel maakt u gebruik van de belastingvermindering voor het pensioensparen, ofwel doet u dat nooit.

Volgens berekeningen van KBC was het voordeel van de jaarlijkse belastingverminderingen in het verleden groter dan het nadeel van de eenmalige eindbelasting. De kans is groot dat dat in de toekomst ook het geval zal zijn, zeker nu de eindbelasting is verlaagd naar 8 procent.

© iStock

2. Stort niet aan het eind van het jaar

Bij de berekening van de eindbelasting gaat de fiscus ervan uit dat stortingen in een pensioenspaarfonds een fictief jaarlijks rendement van 4,75 procent opbrengen. Als het werkelijke rendement hoger ligt, dan is het verschil tussen het fictieve en het werkelijke rendement onbelast. Dat kan ook in uw nadeel uitdraaien, als het echte rendement lager is dan het fictieve. Sinds 1989 haalden de pensioenspaarfondsen een gemiddelde jaarreturn van 6,7 procent.

De fiscus gaat ervan uit dat u elk jaar een rendement van 4,75 procent haalt, ongeacht of u in januari of in december stort. Als u pas in de laatste dagen van het jaar uw geld overschrijft naar uw pensioenspaarrekening, brengt dat bedrag voor dat inkomstenjaar niets meer op. U betaalt er toch belasting op alsof u 4,75 procent op uw geld heeft verdiend.

Heel wat spaarders kiezen voor periodieke stortingen. Dat heeft als voordeel dat u deelbewijzen van het fonds koopt in goede en slechte beurstijden. Bovendien zet u op die manier elke maand wat geld opzij, in plaats van in één keer een groot bedrag.

De belasting op een pensioenspaarverzekering zit anders in elkaar. U betaalt 8 procent belasting op het kapitaal dat u in werkelijkheid hebt opgebouwd via de stortingen en de gegarandeerde rendementen. Het kapitaal dat u hebt vergaart met winstdeelnemingen is belastingvrij.

3. Begin zo jong mogelijk

KBC maakte een simulatie voor pensioenspaarders die starten op 25 en op 45 jaar. De vroege starter zou op zijn 65ste meer dan 150.000 euro opstrijken (inclusief belastingverminderingen). De late starter komt aan het eind van de rit uit op nauwelijks 40.000 euro. De bank hield daarbij rekening met een gemiddeld jaarlijks rendement van 6 procent.

Steeds meer jongeren hebben de boodschap begrepen. De grootste twee banken in ons land, BNP Paribas Fortis en KBC, meldden alvast dat de helft van de nieuwe contracten worden afgesloten met jongeren onder 30 jaar.

4. Let op de instapkosten

Er zijn banken die tot 3 procent instapkosten aanrekenen voor hun pensioenspaarfondsen. Daarnaast zijn er instellingen die nooit instapkosten aanrekenen, zoals Rabobank.be, Argenta en de Antwerpse effectenbank Dierickx Leys.

Verzekeraars rekenen voor hun pensioenspaarverzekeringen traditioneel hogere instapkosten aan dan banken. Instapkosten van 5 tot 7 procent zijn geen uitzondering.

Doorgaans brengen pensioenspaarverzekeringen over een lange periode minder op dan pensioenspaarfondsen. Als u 6 procent instapkosten betaalt en een gemiddeld jaarrendement van 3 procent haalt, loopt u over een termijn van twintig jaar ongeveer 1600 euro mis.

Vaak kunt u over die instapkosten onderhandelen. Het loont dus de moeite daarover een gesprek aan te gaan met uw bankier of uw verzekeraar.

© iStock

5. Vraag uw geld niet op in een slecht beursjaar

Pensioenspaarverzekeringen bieden meer veiligheid dan pensioenspaarfondsen. Als u een pensioenspaarverzekering hebt, krijgt u elk jaar een gegarandeerd rendement. Er zijn dus geen goede of slechte momenten om uw geld op te vragen. U krijgt op de vervaldag uw kapitaal uitbetaald, of vanaf die datum wordt uw lijfrente uitgekeerd.

Hebt u een pensioenspaarfonds, dan hangt het rendement af van de ups en downs van de beurs. Over een voldoende lange periode compenseren de goede jaren de slechte jaren ruimschoots, maar op korte termijn riskeert u wel een deel van uw geld kwijt te spelen. In 2008 bijvoorbeeld vaagde de beurscrash een kwart van de waarde van de pensioenspaarfondsen weg. Het duurde enkele jaren voor dat verlies weer was weggewerkt. Als u toevallig in een slecht beursjaar 65 wordt, wacht u het beste een tijdje vooraleer u uw geld opvraagt.

Lees het volledige dossier over pensioensparen in het magazine Trends dat vandaag in de winkel ligt.