Sectorkoepel PensioPlus en beroepsvereniging Assuralia deden een perceptiestudie bij 1.766 respondenten tussen 18 en 40 jaar. Daaruit blijkt dat er onder de jongere generatie Belgen veel wantrouwen en ongerustheid heerst over het pensioen. Volgens PensioPlus leidt dat tot een zekere pensioenonverschilligheid bij deze generatie.

De bevraagden kennen het pensioen slechts een score van 5,4 op 10 toe. Als voornaamste redenen voor die magere score wordt aangegeven dat het pensioenbedrag te laag is (30 procent), de pensioenleeftijd te hoog is (19 procent), het pensioen complex is (17 procent), er veel onzekerheid over het toekomstig pensioen is (16 procent) en het Belgische pensioenstelsel oneerlijk, onrechtvaardig is (14 procent).

De jongere generatie verwacht tijdens de pensionering geen comfortabel leven te leiden (50 procent), geld te moeten bijverdienen (69 procent), zonder geld komen te zitten (62 procent) en men maakt zich kortweg zorgen over de financiële situatie na zijn of haar pensionering (60 procent). Deze ongerustheid wordt gevoed door een wantrouwen ten opzichte van het pensioenstelsel: 53 procent geeft aan er geen vertrouwen in te hebben dat de overheid het pensioen zal kunnen blijven uitbetalen en ongeveer eenzelfde percentage heeft evenmin vertrouwen dat het wettelijk pensioen zal volstaan om de gewenste levensstandaard te behouden.

Onverschilligheid

Opmerkelijk is voorts dat vrouwen zich meer dan mannen zorgen maken en somberder naar het financiële aspect van het pensioen aankijken. Een van de oorzaken van de onverschilligheid bij de jongere generatie ligt volgens PensioPlus bij het gebrek aan kennis en informatie.

'Het vertrouwen vergroten bij jongeren in hun pensioenen is van cruciaal maatschappelijk belang', zegt Hein Lannoy, CEO van Assuralia. 'Alle stakeholders hebben hierin een rol te vervullen, door informatie op een laagdrempelige wijze ter beschikking te stellen en de rol van de tweede pijler naar de voorgrond te brengen.'

Want ook de kennis over het aanvullend pensioen blijkt mager te zijn. Slechts een klein kwart van de bevraagden geeft aan de tweede pensioenpijler goed te kennen. Nochtans waren er in 2020 bijna 4 miljoen werknemers en zelfstandigen aangesloten bij een aanvullend pensioenplan, goed voor een gezamenlijk kapitaal van zowat 92 miljard euro.

Gedeelde verantwoordelijkheid

Philip Neyt, voorzitter van PensioPlus beklemtoont dat jongeren de opbouw van een degelijk pensioen als een gedeelde verantwoordelijkheid zien voor de overheid, de werkgever en zichzelf. 'We kunnen dus stellen dat het draagvlak bij deze generatie absoluut aanwezig is', zegt Neyt. 'Als we erin slagen om jongeren aan de start van de carrière voldoende financiële kennis bij te brengen en het belang te doen inzien om vroeg pensioen op te bouwen, zorgen we ervoor dat men zonder financiële zorgen oud kan worden.'

Sectorkoepel PensioPlus en beroepsvereniging Assuralia deden een perceptiestudie bij 1.766 respondenten tussen 18 en 40 jaar. Daaruit blijkt dat er onder de jongere generatie Belgen veel wantrouwen en ongerustheid heerst over het pensioen. Volgens PensioPlus leidt dat tot een zekere pensioenonverschilligheid bij deze generatie. De bevraagden kennen het pensioen slechts een score van 5,4 op 10 toe. Als voornaamste redenen voor die magere score wordt aangegeven dat het pensioenbedrag te laag is (30 procent), de pensioenleeftijd te hoog is (19 procent), het pensioen complex is (17 procent), er veel onzekerheid over het toekomstig pensioen is (16 procent) en het Belgische pensioenstelsel oneerlijk, onrechtvaardig is (14 procent). De jongere generatie verwacht tijdens de pensionering geen comfortabel leven te leiden (50 procent), geld te moeten bijverdienen (69 procent), zonder geld komen te zitten (62 procent) en men maakt zich kortweg zorgen over de financiële situatie na zijn of haar pensionering (60 procent). Deze ongerustheid wordt gevoed door een wantrouwen ten opzichte van het pensioenstelsel: 53 procent geeft aan er geen vertrouwen in te hebben dat de overheid het pensioen zal kunnen blijven uitbetalen en ongeveer eenzelfde percentage heeft evenmin vertrouwen dat het wettelijk pensioen zal volstaan om de gewenste levensstandaard te behouden. Opmerkelijk is voorts dat vrouwen zich meer dan mannen zorgen maken en somberder naar het financiële aspect van het pensioen aankijken. Een van de oorzaken van de onverschilligheid bij de jongere generatie ligt volgens PensioPlus bij het gebrek aan kennis en informatie. 'Het vertrouwen vergroten bij jongeren in hun pensioenen is van cruciaal maatschappelijk belang', zegt Hein Lannoy, CEO van Assuralia. 'Alle stakeholders hebben hierin een rol te vervullen, door informatie op een laagdrempelige wijze ter beschikking te stellen en de rol van de tweede pijler naar de voorgrond te brengen.' Want ook de kennis over het aanvullend pensioen blijkt mager te zijn. Slechts een klein kwart van de bevraagden geeft aan de tweede pensioenpijler goed te kennen. Nochtans waren er in 2020 bijna 4 miljoen werknemers en zelfstandigen aangesloten bij een aanvullend pensioenplan, goed voor een gezamenlijk kapitaal van zowat 92 miljard euro. Philip Neyt, voorzitter van PensioPlus beklemtoont dat jongeren de opbouw van een degelijk pensioen als een gedeelde verantwoordelijkheid zien voor de overheid, de werkgever en zichzelf. 'We kunnen dus stellen dat het draagvlak bij deze generatie absoluut aanwezig is', zegt Neyt. 'Als we erin slagen om jongeren aan de start van de carrière voldoende financiële kennis bij te brengen en het belang te doen inzien om vroeg pensioen op te bouwen, zorgen we ervoor dat men zonder financiële zorgen oud kan worden.'