Wie een aanvullend pensioen heeft en de pensioenleeftijd nadert (55-64 jarigen) heeft gemiddeld een reserve bijeengespaard van 54.749 euro. Dat blijkt uit cijfers van het FSMA, voluit de Finacial Services and Markets Authority. Maar dat gemiddelde verbergt grote verschillen, onder meer tussen man en vrouw.

Een aanvullend pensioen, of het zogenaamde tweedepijlerpensioen, krijgen sommige werknemers of zelfstandigen bovenop het wettelijk pensioen. In totaal bouwen 3.679.000 mensen zo'n extra pensioen op. Dat stemt overeen met 75 procent van de beroepsbevolking, maar slechts 63 procent is nog actief aangesloten. De opgebouwde pensioenrechten stemmen overeen met een totaalbedrag van 80,3 miljard euro.

85 procent van de aangeslotenen bouwt pensioenrechten op als werknemer, 10 procent als zelfstandige en 5 procent van de aangeslotenen zijn zowel werknemer als zelfstandige.

De gemiddelde verworven reserve voor wie de pensioenleeftijd nadert (55-64 jarigen), bedraagt 54.749 euro. Achter dat globale gemiddelde gaan echter grote verschillen schuil. Zo bedraagt de mediaanreserve voor deze leeftijdscategorie slechts 8.076 euro. Bij mannen ligt de gemiddelde verworven reserve voor die leeftijdscategorie (67.656 euro) bovendien een stuk hoger dan bij vrouwen (32.172 euro).