De solidariteitsbijdrage werd begin jaren negentig ingevoerd door toenmalig premier Jean-Luc Dehaene. Het was een crisisbelasting om de Maastricht-norm te helpen halen. Op de lagere pensioenen werd de bijdrage al afgeschaft. Vandaag telt de bijdrage nog voor alleenstaanden die bruto meer dan 2.358,33 euro en gezinnen die bruto meer dan 2.726,53 euro pensioen (wettelijk en aanvullend) ontvangen. De inhouding stijgt geleidelijk tot 2 procent.

De wettekst van minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine (MR) verhoogt die drempels tot respectievelijk 2.594,45 euro en 2.999,51 euro. Daardoor zullen vanaf 1 januari 2019 91.187 gepensioneerden volledig worden vrijgesteld en 100.333 gepensioneerden een vermindering genieten van de bijdrage. Vandaag betalen nog zowat 500.000 mensen de bijdrage, die zowat 340 miljoen euro opbrengt. Met de ingreep is 50 miljoen euro gemoeid.

Vakbonden en werkgevers hadden enkele weken geleden nog negatief geadviseerd over de lagere solidariteitsbijdrage.