De Belgische pensioenfondsen beheren in het kader van de tweede pijler - aanvullende pensioenen dus - 47 miljard euro. Ze doen dit door te investeren in aandelen, obligaties, vastgoed, liquiditeiten en andere activa.

In de eerste zes maanden van dit jaar moeten de pensioenfondsen een gemiddeld negatief rendement van -12,99 procent in de boeken schrijven, gecorrigeerd voor inflatie is dat zelfs een reëel negatief rendement van -18,43 procent. PensioPlus verwijst naar de opeenvolgende renteverhogingen van de centrale banken. 'Dit vertaalde zich in een negatieve marktwaarde voor obligaties', aldus PensioPlus. Bijkomend leden de aandelenmarkten onder een dreigende mondiale recessie.

Het is nog wel eens gebeurd dat de pensioenfondsen negatieve rendementen optekenden, onder meer bij aanvang van de coronacrisis. Relevant is zo'n kortetermijnrendement niet, klinkt het bij PensioPlus. 'Pensioenfondsen zijn in de eerste plaats langetermijnbeleggers'.

Op lange termijn blijven de pensioenfondsen naar eigen zeggen goed presteren, met over een periode van 37,5 jaar een gemiddeld reëel rendement (dus na aftrek van inflatie) op jaarbasis van 4,02 procent. Daarmee bieden ze een goede bescherming van de koopkracht tegen inflatie, klinkt het. 'Honderd euro geïnvesteerd in 1985 is vandaag met toepassing van het historische gemiddelde rendement van de sector, 306 euro geworden'.

De pensioenfondsen zijn bovendien solide, verzekert de sector. Pensioenfondsen moeten steeds voldoende passende activa aanhouden ter dekking van de pensioenverplichtingen. 'Deze financieringsgraad is en blijft op sectorniveau ruim voldoende, ondanks de woelige financiële markten, voornamelijk omdat pensioenfondsen kunnen putten uit in het verleden aangelegde buffers'.

De Belgische pensioenfondsen beheren in het kader van de tweede pijler - aanvullende pensioenen dus - 47 miljard euro. Ze doen dit door te investeren in aandelen, obligaties, vastgoed, liquiditeiten en andere activa. In de eerste zes maanden van dit jaar moeten de pensioenfondsen een gemiddeld negatief rendement van -12,99 procent in de boeken schrijven, gecorrigeerd voor inflatie is dat zelfs een reëel negatief rendement van -18,43 procent. PensioPlus verwijst naar de opeenvolgende renteverhogingen van de centrale banken. 'Dit vertaalde zich in een negatieve marktwaarde voor obligaties', aldus PensioPlus. Bijkomend leden de aandelenmarkten onder een dreigende mondiale recessie. Het is nog wel eens gebeurd dat de pensioenfondsen negatieve rendementen optekenden, onder meer bij aanvang van de coronacrisis. Relevant is zo'n kortetermijnrendement niet, klinkt het bij PensioPlus. 'Pensioenfondsen zijn in de eerste plaats langetermijnbeleggers'. Op lange termijn blijven de pensioenfondsen naar eigen zeggen goed presteren, met over een periode van 37,5 jaar een gemiddeld reëel rendement (dus na aftrek van inflatie) op jaarbasis van 4,02 procent. Daarmee bieden ze een goede bescherming van de koopkracht tegen inflatie, klinkt het. 'Honderd euro geïnvesteerd in 1985 is vandaag met toepassing van het historische gemiddelde rendement van de sector, 306 euro geworden'. De pensioenfondsen zijn bovendien solide, verzekert de sector. Pensioenfondsen moeten steeds voldoende passende activa aanhouden ter dekking van de pensioenverplichtingen. 'Deze financieringsgraad is en blijft op sectorniveau ruim voldoende, ondanks de woelige financiële markten, voornamelijk omdat pensioenfondsen kunnen putten uit in het verleden aangelegde buffers'.