Ongeveer 1,4 miljoen Belgen doet aan pensioensparen met een fonds. In totaal staat er midden november 2015 bijna 15 miljard euro opzij, verspreid over zestien pensioenspaarfondsen, voor de oude dag van de Belgen. Dat wil zeggen dat een doorsnee pensioenspaarder iets meer dan 10.000 euro bij mekaar heeft gespaard als aanvulling op zijn rustpensioen. Dit jaar kwam er gemiddeld 834 euro per persoon bij in het pensioenspaarvarken, enkel door het rendement sinds Nieuwjaar van 8,8 procent. Er zijn uiteraard grote onderlinge verschillen tussen de pensioenspaarders. Wat maakt het verschil?

1. Zo jong mogelijk starten

Hoe vroeger u start met pensioensparen, hoe beter. Wie op 25 jaar start en elk jaar het huidige maximumbedrag van 940 euro stort in een pensioenspaarfonds, mag volgens simulaties van de bank-verzekeraar KBC hopen op een netto-uitkering van 142.250 euro op zijn 65ste. De eindbelasting van 8 procent op uw 60ste verjaardag is al van die uitkering afgetrokken. De bank houdt rekening met een gemiddeld jaarlijks rendement van 6 procent. Wie pas op zijn 45ste start, houdt op het einde van de rit een veel kleiner bedrag over. Bij gelijke voorwaarden spreken we over een kapitaal van 33.700 euro, ofwel minder dan een kwart van wat de snelle starter bij mekaar sprokkelde voor zijn oude dag.

2. Zo snel mogelijk en jaarlijks storten

Heel wat Belgen denken pas op het laatste moment - in december - aan pensioensparen. Ze lopen op die manier heel wat rendement mis. De historische rendementen die de pensioenspaarfondsen afficheren, haalt u enkel als u bij de start van het jaar het volledige bedrag stort. Het verleden leert ook dat u in de meeste jaren het best af bent met een storting in januari. De voorbije 25 jaar haalden de pensioenspaarfondsen slechts zeven keer een negatieve jaarreturn, en was u dus beter af met een lastminute-storting. Er is een grote uitzondering op de regel. In het jaar dat u 60 wordt, wacht u het best tot na uw verjaardag met storten. De fiscus houdt namelijk 8 procent eindbelasting in op het kapitaal op uw 60ste verjaardag. Daarna kan u nog tot en met het jaar dat u 64 wordt, blijven pensioensparen met fiscaal voordeel.

Een goed alternatief zijn regelmatige stortingen. U kan bijvoorbeeld via een automatische opdracht uw stortingen spreiden in de tijd. Het voordeel is dat u niet alles in een keer moet ophoesten en dat u zowel op hoogte- als laagtepunten koopt.

3. Eis elk jaar uw belastingvermindering op

Pensioensparen levert een belangrijk fiscaal voordeel op. Voor stortingen tot 940 euro kan u per belastingjaar een belastingvermindering van 30 procent krijgen, ofwel 282 euro. Boven op de netto-uitkering van 142.250 euro op 65 jaar, voor wie op 25 jaar begon te sparen voor zijn pensioen, kan u in totaal belastingverminderingen ter waarde van 153.530 euro genieten. U krijgt een fiscaal attest van de bank waar u aan pensioensparen doet en daarmee kan u het vakje pensioensparen invullen op uw belastingbrief.

Tegenover die jaarlijkse belastingverminderingen staat wel een eindbelasting van 8 procent. Bij pensioenspaarfondsen gaat de fiscus ervan uit dat u elk jaar 4,75 procent rendement heeft gehaald voor de berekening van de verschuldigde eindbelasting. Voor sommige jaren betaalt u eigenlijk te veel belasting, voor sommige te weinig. In het verleden was het fiscaal voordeel veel groter dan het nadeel.

De Belgische overheid int vijf jaar op rij een voorschot op de eindbelasting. In september ging er voor het eerst 1 procent van uw pensioenspaarrekening. De voorschotten worden in mindering gebracht van de eindbelasting die u op uw 60ste moet betalen. U bouwt mogelijk minder kapitaal op door die voorschotten, maar het is nog altijd interessant om uw belastingvermindering elk jaar op te eisen. De nadelen van de eindbelasting wegen niet op tegen de voordelen van de belastingverminderingen.

4. Hou de instapkosten zo laag mogelijk

Hoe later u start met pensioensparen, hoe meer u de instapkosten in het oog moet houden. Wanneer de bank een hap neemt uit elke betaling die u doet, dan start u met een kleine achterstand. Hoe langer het geld kan renderen, hoe kleiner het negatieve effect van die instapkosten. In de onderstaande tabel ziet u welke instapkosten de pensioenspaarfondsen aanrekenen. Argenta en Dierickx Leys rekenen nooit instapkosten aan voor pensioensparen.

5. Kijk naar het trackrecord van fondsbeheerders

De deelbewijzen van het Argenta Pensioenspaarfonds werden dit jaar 12,7 procent meer waard. Het gaat om een dynamisch pensioenspaarfonds, dat tot 75 procent van zijn middelen in aandelen kan investeren. Het defensieve pensioenspaarfonds BNP Paribas B Pension Stability, dat tot 75 procent in obligaties kan beleggen, haalt sinds Nieuwjaar een veel lagere return van 5,2 procent. Dat is een groot verschil in rendement. De defensieve pensioenspaarfondsen halen doorgaans minder rendement, omdat ze minder risico's nemen. Het zijn fondsen op maat van de oudere pensioenspaarders, die kort tegen hun pensioen niet meer willen riskeren een groot deel van hun pensioenkapitaal te verliezen bij een beurscrash.

Het zijn echter vooral de rendementen op de lange termijn die belangrijk zijn. Zowel op tien als op vijf jaar is Metropolitan Rentastro Growth de beste van de klas. Het is een pensioenspaarfonds dat door Fintro wordt verdeeld en door BNP Paribas Investment Partners wordt beheerd.

© VWD, Morningstar, inventarisdatum 13/11/2015

Lees het volledige dossier over de eerste, tweede en derde pijler van het pensioen in het magazine Trends dat morgen in de winkel ligt