In het Belgisch Staatsblad van 21 augustus 2015 verscheen de wet van 10 augustus 'tot verhoging van de wettelijke leeftijd voor het rustpensioen, de voorwaarden voor de toegang tot het vervroegd pensioen en de minimumleeftijd voor het overlevingspensioen'.

Pensioenleeftijd wordt 67 jaar

Het is nu dus definitief; de wettelijke pensioenleeftijd gaat van 65 jaar naar 67 jaar. Dit geldt zowel voor werknemers in de privé als voor ambtenaren. Concreet trekt de hervorming de wettelijke pensioenleeftijd op tot 66 jaar in 2025 en tot 67 jaar in 2030.

Er is wel een overgangsregeling voorzien. De wettelijke pensioenleeftijd die momenteel op 65 jaar is vastgelegd, wordt op 65 jaar behouden voor pensioenen die uiterlijk op 1 januari 2025 ingaan. Voor pensioenen die ten vroegste op 1 februari 2025 en uiterlijk op 1 januari 2030 ingaan, wordt hij op 66 jaar gebracht, om op 1 februari 2030 op 67 jaar uit te komen.

Later met vervroegd pensioen

De wet verhoogt ook de leeftijd voor vervroegd pensioen naar 62,5 jaar in 2017 en naar 63 jaar in 2018. De loopbaanvoorwaarde wordt opgetrokken tot 41 jaar in 2017 en tot 42 jaar in 2019. Wel zijn er overgangsmaatregelen voorzien voor ambtenaren die de mogelijkheid hebben in disponibiliteit voorafgaand aan de pensionering te gaan en zij die in de loop van 2016 55 jaar of meer worden.

De wet past tot slot de leeftijd aan waarop de langstlevende echtgeno(o)t(e) op een overlevingspensioen aanspraak kan maken. Die leeftijd wordt van 50 jaar in 2025 naar 55 jaar in 2030 gebracht.

In het Belgisch Staatsblad van 21 augustus 2015 verscheen de wet van 10 augustus 'tot verhoging van de wettelijke leeftijd voor het rustpensioen, de voorwaarden voor de toegang tot het vervroegd pensioen en de minimumleeftijd voor het overlevingspensioen'. Het is nu dus definitief; de wettelijke pensioenleeftijd gaat van 65 jaar naar 67 jaar. Dit geldt zowel voor werknemers in de privé als voor ambtenaren. Concreet trekt de hervorming de wettelijke pensioenleeftijd op tot 66 jaar in 2025 en tot 67 jaar in 2030. Er is wel een overgangsregeling voorzien. De wettelijke pensioenleeftijd die momenteel op 65 jaar is vastgelegd, wordt op 65 jaar behouden voor pensioenen die uiterlijk op 1 januari 2025 ingaan. Voor pensioenen die ten vroegste op 1 februari 2025 en uiterlijk op 1 januari 2030 ingaan, wordt hij op 66 jaar gebracht, om op 1 februari 2030 op 67 jaar uit te komen.De wet verhoogt ook de leeftijd voor vervroegd pensioen naar 62,5 jaar in 2017 en naar 63 jaar in 2018. De loopbaanvoorwaarde wordt opgetrokken tot 41 jaar in 2017 en tot 42 jaar in 2019. Wel zijn er overgangsmaatregelen voorzien voor ambtenaren die de mogelijkheid hebben in disponibiliteit voorafgaand aan de pensionering te gaan en zij die in de loop van 2016 55 jaar of meer worden. De wet past tot slot de leeftijd aan waarop de langstlevende echtgeno(o)t(e) op een overlevingspensioen aanspraak kan maken. Die leeftijd wordt van 50 jaar in 2025 naar 55 jaar in 2030 gebracht.