De regering-Michel wil sleutelen aan de wet op de aanvullende pensioenen. Dat schrijft De Tijd. Volgens die wet mogen bijna-gepensioneerden het kapitaal van hun groepsverzekering of hun bedrijfspensioenspaarfonds opnemen vanaf hun 60ste verjaardag. De regering wil die minimumleeftijd nu verhogen naar 63 jaar.

Ook de leeftijd waarop werknemers met vervroegd pensioen kunnen gaan, wordt in 2018 opgetrokken tot 63 jaar. Werknemers zouden dus niet kunnen beschikken over hun aanvullend pensioen voordat ze recht hebben op een wettelijk vervroegd pensioen.

'Aanvullend pensioen geen spaarpotje'

Volgens de krant moet de regering bij de hervormingen wel rekening houden met lopende contracten. Zo kan die aanpassing een streep zijn door de rekening van een werknemer die op 58 jaar op pensioen gaat. Hij kan pas vijf jaar later aanspraak maken op de tweede pensioenpijler.

De regering wil er met de nieuwe regeling voor zorgen dat werknemers het aanvullend pensioen niet langer zien als een spaarpotje waar ze op hun 60ste al een beroep kunnen doen. Johan Van Overtveldt, minister van Financiën voegt eraan toe dat de aanpassingen nodig zijn om ervoor te zorgen dat de optrekking van de pensioenleeftijd ook daadwerkelijk tot een stijging van de effectieve pensioenleeftijd leidt.

De maatregelen moeten wel nog groen licht krijgen van de voltallige regering. Daarenboven is de kans groot dat de maatregelen botsen op verzet van de sociale partners.

Daarnaast wil de regering-Michel de leeftijdsvoorwaarden voor een landingsbaan met vijf jaar verhogen en de minimumleeftijd om in het SWT(het vroegere brugpensioen) te stappen, optrekken tot 62 jaar. (NS)