Bij pensioensparen heb je de keuze uit een pensioenspaarverzekering en een pensioenspaarfonds. Een pensioenspaarverzekering biedt je een gegarandeerd rendement en eventueel een winstbonus. Bovendien is je kapitaal in principe beschermd: je krijgt je oorspronkelijke inleg op het einde van de rit terug (na aftrek van de kosten).

Bij een pensioenspaarfonds is je rendement niet gegarandeerd. Via zo'n fonds beleg je immers onrechtstreeks op de beurs, waardoor het risico hoger is dan dat van een pensioenspaarverzekering. Garanties wat betreft rendementen zijn er dus niet, en de kans bestaat zelfs dat je een deel van je gestorte premies verliest.

Bij een pensioenspaarverzekering kan je overigens aanvullende dekkingen laten opnemen, zoals een overlijdensdekking of een dekking tegen invaliditeit. Bij een pensioenspaarfonds zijn geen bijkomende waarborgen mogelijk.

Aan jou de keuze

Pensioenspaarfondsen brengen op lange termijn doorgaans meer op dan pensioenspaarverzekeringen. Daarom is een pensioenspaarfonds zeker het overwegen waard wanneer je nog jonger bent dan 55 jaar. Na je 55ste kan je dan eventueel overstappen naar een veiligere pensioenspaarverzekering.

Een pensioenspaarverzekering is een levensverzekering. Daardoor geniet die een bijkomende bescherming: het zogenaamde Bijzonder Beschermingsfonds waarborgt een terugbetaling tot 100.000 euro per verzekeringnemer wanneer de verzekeringsmaatschappij failliet zou gaan. Een pensioenspaarfonds is echter een bankproduct waarvoor de overheidswaarborg niet geldt.

Weet echter wel dat alle banken en verzekeraars in ons land streng gecontroleerd worden door de FSMA (dat is de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten) en de Nationale Bank. Daardoor geniet elk type van pensioenspaarproducten - dus zowel spaarverzekeringen als spaarfondsen - in principe een goede bescherming.

Bij pensioensparen heb je de keuze uit een pensioenspaarverzekering en een pensioenspaarfonds. Een pensioenspaarverzekering biedt je een gegarandeerd rendement en eventueel een winstbonus. Bovendien is je kapitaal in principe beschermd: je krijgt je oorspronkelijke inleg op het einde van de rit terug (na aftrek van de kosten). Bij een pensioenspaarfonds is je rendement niet gegarandeerd. Via zo'n fonds beleg je immers onrechtstreeks op de beurs, waardoor het risico hoger is dan dat van een pensioenspaarverzekering. Garanties wat betreft rendementen zijn er dus niet, en de kans bestaat zelfs dat je een deel van je gestorte premies verliest. Bij een pensioenspaarverzekering kan je overigens aanvullende dekkingen laten opnemen, zoals een overlijdensdekking of een dekking tegen invaliditeit. Bij een pensioenspaarfonds zijn geen bijkomende waarborgen mogelijk. Pensioenspaarfondsen brengen op lange termijn doorgaans meer op dan pensioenspaarverzekeringen. Daarom is een pensioenspaarfonds zeker het overwegen waard wanneer je nog jonger bent dan 55 jaar. Na je 55ste kan je dan eventueel overstappen naar een veiligere pensioenspaarverzekering. Een pensioenspaarverzekering is een levensverzekering. Daardoor geniet die een bijkomende bescherming: het zogenaamde Bijzonder Beschermingsfonds waarborgt een terugbetaling tot 100.000 euro per verzekeringnemer wanneer de verzekeringsmaatschappij failliet zou gaan. Een pensioenspaarfonds is echter een bankproduct waarvoor de overheidswaarborg niet geldt. Weet echter wel dat alle banken en verzekeraars in ons land streng gecontroleerd worden door de FSMA (dat is de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten) en de Nationale Bank. Daardoor geniet elk type van pensioenspaarproducten - dus zowel spaarverzekeringen als spaarfondsen - in principe een goede bescherming.