De toenemende vergrijzing van de Belgische bevolking is een feit. Mensen worden ouder en zullen hun oude dag meer en meer doorbrengen in serviceflats of rusthuizen. Voor een maandverblijf in een rusthuis of woonzorgcentrum betaal je in Vlaanderen rond de 1457 euro, in Brussel rond de 1225,20 euro en in Wallonië rond de 1046,7 euro. Dat verschil komt grotendeels door de regionale wetgeving.

In Vlaanderen moeten rusthuizen in hun dagprijs een aantal supplementen verrekenen die in Brussel en Wallonië nog apart op de factuur staan. Denk daarbij aan telefoon, televisie en internet, maar ook zeep, tandpasta en shampoo. Deze cijfers zijn gemiddelden en verbergen grote onderlinge verschillen.

Als we er van uitgaan dat deze prijzen moeten worden betaald met het wettelijk pensioen, dan komen we tot volgende cijfers. Het gros van de privé pensioenen ligt tussen 1000 en 1500 euro. Het gemiddelde ligt voor een Vlaamse gepensioneerde op 1107, voor een Waalse op 1073, en voor een Brusselse op 1053 euro. Dat volstaat dus niet of amper om zo'n verblijf te financieren.

De dagprijs zegt niet alles

Tussen de rusthuizen zijn er vaak grote verschillen in dagprijs. Toch mogen ze niet zomaar aanrekenen wat ze willen. De minister van Economie moet vooraf elke tariefverhoging goedkeuren. Alle kosten, zoals woonruimte, maaltijden, schoonmaak en beddengoed, die met de opdracht van het rusthuis te maken hebben, zijn verplicht in de dagprijs verrekend.

In die dagprijs zijn soms diensten opgenomen die bij andere rusthuizen apart gefactureerd worden, zoals het televisieabonnement. Andere bijkomende diensten zijn bijvoorbeeld de huur van een koelkast, de aansluitingskosten voor teledistributie, telefoon, internet, verzorgingsproducten, voedingsmiddelen buiten de maaltijden,... Of deze wel of niet in de prijs zitten, hangt vaak af van het Gewest.

Wel zijn vandaag in het Vlaams, Waals en Brussels Hoofdstedelijk gewest de kosten van incontinentiemateriaal verplicht inbegrepen. Reken voor de extra producten en/of diensten bovenop de huisvestingsprijs op een gemiddelde bijkomende kost van 7,7%. Goed om te weten is dat bijkomende diensten niet aan de bewoner opgedrongen mogen worden.

Reserve

Hoeveel moet er nu gespaard worden om de kosten van een rusthuis op latere leeftijd te betalen. In tabel 1 lees je hoeveel een gepensioneerde die enkel een wettelijk pensioen heeft, te kort komt om zijn rusthuiskosten te dekken.

Naargelang van de duur van het verblijf, die gemiddeld ongeveer drie jaar bedraagt, moet je als gepensioneerde in een grotere reserve voorzien om uw kosten te dekken. Voor deze berekeningen zijn gemiddelden gebruikt. Als je een lager pensioen hebt en/of een hogere rusthuisfactuur, is de reserve die je moet voorzien natuurlijk zoveel groter, en omgekeerd.

Nodige spaartijd

Met deze bedragen rijst de vraag hoe lang je moet sparen om de woonkosten in een rusthuis die je pensioen overschrijden te kunnen betalen. Met een hypothetisch interestpercentage van 2% zonder inflatie en een spaarbedrag van 100 à 200 euro per maand vind je in tabel 2 en 3 het aantal jaar dat je moet sparen om de woonkosten in een rusthuis die het pensioen te boven gaan te betalen, respectievelijk in Vlaanderen en Brussel.

Voor Wallonië volstaan de gemiddelde pensioenen voor de gemiddelde rusthuisfacturen, maar dit verbergt ook weer grote verschillen. De cijfers voor de andere gewesten geven ook voor veel Waalse senioren een indicatie.

> Mensen in Vlaanderen moeten 16 tot 27 jaar sparen om de bijkomende kosten van een rusthuis gedurende 10 jaar te kunnen betalen. Voor een kort verblijf van 3 jaar zullen ze tussen 5 en 10 jaar moeten sparen in Vlaanderen.

> In het Brusselse Gewest ten slotte zullen mensen tussen de 8 en 15 jaar moeten sparen om de kosten van een rusthuis gedurende 10 jaar te kunnen betalen. Voor een kort verblijf van 3 jaar zullen ze tussen de 3 en 5 jaar moeten sparen.(JS)

De toenemende vergrijzing van de Belgische bevolking is een feit. Mensen worden ouder en zullen hun oude dag meer en meer doorbrengen in serviceflats of rusthuizen. Voor een maandverblijf in een rusthuis of woonzorgcentrum betaal je in Vlaanderen rond de 1457 euro, in Brussel rond de 1225,20 euro en in Wallonië rond de 1046,7 euro. Dat verschil komt grotendeels door de regionale wetgeving. Als we er van uitgaan dat deze prijzen moeten worden betaald met het wettelijk pensioen, dan komen we tot volgende cijfers. Het gros van de privé pensioenen ligt tussen 1000 en 1500 euro. Het gemiddelde ligt voor een Vlaamse gepensioneerde op 1107, voor een Waalse op 1073, en voor een Brusselse op 1053 euro. Dat volstaat dus niet of amper om zo'n verblijf te financieren. Tussen de rusthuizen zijn er vaak grote verschillen in dagprijs. Toch mogen ze niet zomaar aanrekenen wat ze willen. De minister van Economie moet vooraf elke tariefverhoging goedkeuren. Alle kosten, zoals woonruimte, maaltijden, schoonmaak en beddengoed, die met de opdracht van het rusthuis te maken hebben, zijn verplicht in de dagprijs verrekend. In die dagprijs zijn soms diensten opgenomen die bij andere rusthuizen apart gefactureerd worden, zoals het televisieabonnement. Andere bijkomende diensten zijn bijvoorbeeld de huur van een koelkast, de aansluitingskosten voor teledistributie, telefoon, internet, verzorgingsproducten, voedingsmiddelen buiten de maaltijden,... Of deze wel of niet in de prijs zitten, hangt vaak af van het Gewest. Wel zijn vandaag in het Vlaams, Waals en Brussels Hoofdstedelijk gewest de kosten van incontinentiemateriaal verplicht inbegrepen. Reken voor de extra producten en/of diensten bovenop de huisvestingsprijs op een gemiddelde bijkomende kost van 7,7%. Goed om te weten is dat bijkomende diensten niet aan de bewoner opgedrongen mogen worden. Hoeveel moet er nu gespaard worden om de kosten van een rusthuis op latere leeftijd te betalen. In tabel 1 lees je hoeveel een gepensioneerde die enkel een wettelijk pensioen heeft, te kort komt om zijn rusthuiskosten te dekken. Naargelang van de duur van het verblijf, die gemiddeld ongeveer drie jaar bedraagt, moet je als gepensioneerde in een grotere reserve voorzien om uw kosten te dekken. Voor deze berekeningen zijn gemiddelden gebruikt. Als je een lager pensioen hebt en/of een hogere rusthuisfactuur, is de reserve die je moet voorzien natuurlijk zoveel groter, en omgekeerd. Met deze bedragen rijst de vraag hoe lang je moet sparen om de woonkosten in een rusthuis die je pensioen overschrijden te kunnen betalen. Met een hypothetisch interestpercentage van 2% zonder inflatie en een spaarbedrag van 100 à 200 euro per maand vind je in tabel 2 en 3 het aantal jaar dat je moet sparen om de woonkosten in een rusthuis die het pensioen te boven gaan te betalen, respectievelijk in Vlaanderen en Brussel. Voor Wallonië volstaan de gemiddelde pensioenen voor de gemiddelde rusthuisfacturen, maar dit verbergt ook weer grote verschillen. De cijfers voor de andere gewesten geven ook voor veel Waalse senioren een indicatie.> Mensen in Vlaanderen moeten 16 tot 27 jaar sparen om de bijkomende kosten van een rusthuis gedurende 10 jaar te kunnen betalen. Voor een kort verblijf van 3 jaar zullen ze tussen 5 en 10 jaar moeten sparen in Vlaanderen.> In het Brusselse Gewest ten slotte zullen mensen tussen de 8 en 15 jaar moeten sparen om de kosten van een rusthuis gedurende 10 jaar te kunnen betalen. Voor een kort verblijf van 3 jaar zullen ze tussen de 3 en 5 jaar moeten sparen.(JS)