Voor de 1,6 miljoen Belgen die met een pensioenspaarfonds kapitaal opzij proberen te zetten voor hun oude dag, was het tot nu een frustrerend jaar.

De overheid heeft de mogelijkheden voor het pensioensparen uitgebreid. Dat is de derde pijler van het pensioen, boven op het wettelijke pensioen (de eerste pijler) en het aanvullend pensioen via de werkgever (de tweede pijler). Wie dat wil, kan dit jaar tot 1230 euro storten voor het pensioensparen. Maar wie meer dan 960 euro naar zijn pensioenspaarfonds of zijn pensioenspaarverzekering overschrijft, verliest wel een stukje fiscaal voordeel. De belastingvermindering bedraagt dan slechts 25 procent op het volledige bedrag. Wie 960 euro of minder stort, krijgt 30 procent van zijn storting terug via zijn belastingaangifte.

De verhoging van het plafond is voorlopig een maat voor niets.

In de praktijk hebben nog niet alle fondsbeheerders en verzekeraars hun systemen aangepast aan het nieuwe pensioensparen. Maar spaarders die meer dan 960 euro wilden storten in een fonds, maar dat niet konden, hebben nog niet veel gemist. Alle Belgische pensioenspaarfondsen staan op verlies sinds Nieuwjaar.

Cooreman-De Clercq

Van alle fondsen staat het Inter-Beurs-Hermes-Pensioenfonds dit jaar het dichtst bij de nul. Het werd op 13 februari 1987 gecreëerd door de Antwerpse bank Dierickx Leys, nadat de wet op het pensioensparen de oude wet Cooreman-De Clercq had vervangen. Het is daarmee een van de oudste pensioenspaarfondsen. De wet Cooreman-De Clercq moest kapitaalverhogingen en beleggingen in aandelen aanmoedigen. Etienne Cooreman (CD&V), de 90-jarige bezieler van die wetten, kaart regelmatig aan dat de overheid vandaag veel te weinig doet om het spaargeld te activeren.

In de zomer van 2017 heeft de regering-Michel het plafond voor het pensioensparen verhoogd als een maatregel om het risicokapitaal te stimuleren. Het is een maat voor niets. Voorlopig hebben nog maar weinig spaarders gebruikgemaakt van de mogelijkheid om extra te storten voor het pensioensparen. Bovendien geldt de belastingvermindering evengoed voor het pensioensparen met een verzekering als voor het pensioensparen met een fonds, terwijl de verzekeraars het geld van de pensioenspaarders vooral lenen aan armlastige overheden.

Op een record

Pensioenspaarfondsen zijn wettelijk verplicht in aandelen en obligaties te investeren. Ze zijn gebonden aan allerlei wettelijke beleggingsregels die niet voor de pensioenspaarverzekeringen gelden. Zo mogen ze maximaal 75 procent van de portefeuille in obligaties investeren en maximaal 75 procent in aandelen. Vooral de aandelenportefeuilles verklaren de verliezen van de pensioenspaarfondsen in een slecht beursjaar als 2018.

Het Inter-Beurs-Hermes-Pensioenfonds bestond voor 64 procent uit aandelen, voor 35 procent uit obligaties en voor 1 procent uit cash. De grootste drie posities in de aandelenportefeuille van het pensioenspaarfonds waren de holdings Sofina, Ackermans & van Haaren en Brederode. Die bleken dit jaar een goede keuze. Sofina is in handen van de familie Boël en won dit jaar al 36 procent, in een slecht beursjaar. Sofina investeert in beursgenoteerde bedrijven zoals de supermarktengroep Colruyt, die op een record noteert, en de voedingsgroep Danone, en in niet-beursgenoteerde bedrijven zoals de Indiase e-commercespeler Flipkart. Ook Brederode, dat 11 procent hoger noteert dan eind vorig jaar, en Ackermans & van Haaren, dat het verlies wist te beperken tot 4 procent, investeren elk op hun manier in private equity.

Lange termijn

Er werden de voorbije elf maanden ook wel wat obligaties minder waard, zoals de Italiaanse overheidsobligaties die in veel pensioenspaarportefeuilles zitten. Volgens het halfjaarverslag zaten die niet in het Inter-Beurs-Hermes-Pensioenfonds. De pensioenspaarfondsen mogen maximaal 40 procent van het obligatiedeel buiten de Europese Economische Ruimte investeren en maximaal 40 procent in bedrijfsobligaties. In de zoektocht naar rendement komen de fondsbeheerders al snel uit bij Italiaanse overheidsobligaties.

De verplichting om minstens 80 procent van de portefeuille in euro te investeren, brak de pensioenspaarfondsen dit jaar ook zuur op. Beleggingen in Amerikaanse dollar hadden de wind in de rug door de wisselkoers. De dollar versterkte van 1,2 dollar per euro begin dit jaar naar 1,12 dollar per euro. Op korte termijn kunnen pensioenspaarders niet tevreden zijn met de rendementen, maar voor hen telt vooral de lange termijn. De oudste pensioenspaarfondsen, die kort na de wet op het pensioensparen in 1987 zijn opgericht, kunnen nog altijd uitpakken met een gemiddeld jaarrendement van om en bij 7 procent.