Dit artikel komt uit Trends nr. 35, editie 1-7 september. De rendementen die in dit stuk worden aangehaald zijn van toepassing tot midden augustus.

De zestien Belgische pensioenspaarfondsen haalden sinds 1 januari een gemiddeld gewogen rendement van 0,1 procent. In 2015 gingen ze nog met 8,7 procent vooruit. Beleggingen in een pensioenspaarfonds brachten dat jaar gemiddeld drie keer zoveel op als stortingen in een pensioenspaarverzekering. Die producten haalden een gemiddeld rendement van 3,2 procent, volgens de statistieken van de sectorfederatie Assuralia.

In slechte beursjaren, zoals 2016 tot nu toe is geweest, winnen de verzekeringen het van de fondsen. We kennen de prestaties van de pensioenspaarverzekeringen in 2016 nog niet, maar de meeste verzekeraars garanderen een jaarlijks rendement van 1 tot 1,5 procent voor de rest van de looptijd op de stortingen die u vandaag doet. Daar kan nog een winstbonus bovenop komen.

Belastingen

Belgische pensioenspaarders kunnen hun geld investeren in een fonds of in een verzekering. Beide formules leveren een belastingvermindering op ter waarde van 30 procent van de stortingen. Pensioenspaarders krijgen maximaal 282 euro terug via de afrekening van hun personenbelasting, of 30 procent van de maximale storting van 940 euro.

De Belgische overheid vraagt wel enkele tegenprestaties. Ten eerste moet u uw geld tot uw 60ste laten staan, want anders rekent de fiscus een boetetarief van 33 procent aan (plus de gemeentebelasting). Ook als u van een pensioenspaarfonds wilt overstappen naar een verzekering, betaalt u 33 procent belasting. U kunt wel van fonds of verzekering veranderen zonder belasting af te dragen.

Defensieve fondsen zijn vooral bedoeld voor spaarders die hun pensioenleeftijd zien naderen en hun winst willen veiligstellen.

Ten tweede int de fiscus op uw 60ste verjaardag een belasting van 8 procent op een fictief kapitaal. Voor pensioenspaarders met een fonds gaat de fiscus ervan uit dat de stortingen elk jaar 4,75 procent hebben opgebracht. Als uw pensioenspaarfonds meer rendement haalt, is die extra winst belastingvrij. Brengt het fonds minder dan 4,75 procent op, dan draagt u belasting af op een winst die u nooit hebt gekregen. Voor pensioenspaarders die kiezen voor een verzekering, telt enkel het werkelijke gewaarborgde rendement. De winstdeelnemingen zijn vrij van belasting. Het jaar dat u 60 wordt, wacht u het beste met storten totdat de fiscus passeert op uw verjaardag. Daarna kunt u tot het jaar dat u 64 wordt, belastingvrij blijven sparen.

Ten derde roomt de fiscus jaarlijks 1 procent van uw kapitaal af tot 2019. De belastingdienst nam op 31 december 2014 een foto van het kapitaal dat u toen had opgebouwd en berekende op basis daarvan het bedrag dat u gedurende vijf jaar elk jaar moet afstaan. Die voorafneming wordt later afgetrokken van de eindbelasting.

Individuele prestaties

De beurzen bereikten midden februari hun jaardieptepunt. Een januari-effect - een sterke start van het beursjaar - bleef dit jaar uit. De EuroStoxx600-index, die de temperatuur op de Europese beurzen meet, staat nog altijd op een verlies van 6 procent sinds Nieuwjaar. Statistisch is januari het beste moment om een volledige storting voor het pensioensparen te doen. De beurzen eindigen eind december vaker hoger dan in het begin van het jaar, maar 2016 zou weleens een uitzondering op die regel kunnen zijn.

De vier defensieve pensioenspaarfondsen maakten tot nu hun belofte waar. Ze hielden beter stand dan hun dynamische varianten, met rendementen van 0,7 tot 2,6 procent. Defensieve fondsen investeren het grootste deel van het geld in obligaties; dynamische fondsen stoppen meer geld in aandelen. Daarnaast zijn er fondsen die de middelen ongeveer gelijk verdelen over aandelen en obligaties.

De eerste defensieve fondsen ontstonden in 2003 en 2004. Ondertussen zijn ze met vier en beheren ze ruim 1 miljard euro. Ter vergelijking: alle pensioenspaarfondsen samen beheren ongeveer 15 miljard euro. De twee oudste defensieve fondsen leggen op tien jaar een gemiddeld jaarrendement van 3,1 en 3,5 procent voor. Ze doen daarmee niet echt onder voor hun dynamische tegenhangers.

© Morningstar

Defensieve fondsen zijn vooral bedoeld voor spaarders die hun pensioenleeftijd zien naderen en hun winst willen veiligstellen. Op lange termijn halen fondsen met meer aandelen een hoger rendement, maar op korte termijn kan een beurscrash plots een kwart van het geld doen verdwijnen, zoals in 2008 gebeurde. Het duurt dan enkele jaren eer de spaarders die klap weer te boven zijn. Wie het geld op zo'n moment nodig heeft als aanvulling op zijn wettelijke pensioen, staat met de rug tegen de muur.

Bij de dynamische pensioenspaarfondsen variëren de rendementen van 2 tot -2 procent. Het VDK Pension Fund, dat vroeger Accent Pension Fund heette, bengelt onderaan met een negatief rendement van 2 procent. Ook op vijf en op tien jaar scoort het pensioenspaarfonds van VDK het slechtste. Op 1 september vorig jaar werd het beheer overgedragen van Société Générale Private Banking naar Degroof Petercam. VDK had ook de bedoeling er een duurzaam pensioenspaarfonds van te maken. Het valt nog af te wachten hoe die switch de prestaties van het fonds zal beïnvloeden.

Behalve VDK Pension Fund zijn er nog vier andere dynamische fondsen met een negatief rendement sinds Nieuwjaar: het Pricos-fonds, het Argenta Pensioenspaarfonds en de Growth-fondsen. In tegenstelling tot het fonds van VDK scoren die producten wel goed over een lange periode. Het zijn de vier best presterende fondsen over een periode van tien jaar. Toeval of niet, ze stonden ook in 2015 alle vier bovenaan in het klassement.

Schokken op de markten

Johan Van Geeteruyen, de beheerder van het Argenta Pensioenspaarfonds, wijst erop dat 2016 een bewogen jaar is. "Er is veel gebeurd. Er was de slechte jaarstart. Daarop volgde een rally van cyclische aandelen tot april, waarna beleggers weer focusten op defensieve aandelen. Dan was er het brexitreferendum, dat sneller dan verwacht weer verteerd was. En in de zomer zagen we weer een rotatie van defensieve naar cyclische aandelen." Van Geeteruyen was enigszins verrast door de sterke prestatie van de grondstoffenaandelen en de dienstenleveranciers aan de oliesector. Hij had meer verwacht van de producenten van duurzame consumptiegoederen, zoals auto's en telecom.

Op de obligatiemarkten ging het er nog gekker toe. "De Europese Centrale Bank (ECB) begon nog maar net bedrijfsobligaties te kopen, of de Britse centrale bank kondigde als reactie op de brexit een renteverlaging en een inkoopprogramma voor obligaties aan. Daardoor zagen we de rente sinds juni weer sterk dalen. Ik vind niet dat een pensioenspaarfonds moet gokken op renteschommelingen op korte termijn. Ik houd de looptijden van de overheidsobligaties uit de Zuid-Europese landen vrij kort. Ik heb ook meer bedrijfsobligaties dan normaal in portefeuille, omdat er met de ECB een grote bijkomende koper op die markt actief is. Bedrijfsobligaties hebben per definitie ook kortere looptijden dan overheidsobligaties."

"De markt schat de kans dat de Amerikaanse centrale bank de rente verhoogt op 20 procent voor september en op 50 procent voor december. Het zal om een beperkte renteverhoging gaan, zonder dramatische impact wellicht, maar ik verwacht toch dat de rente in Europa ook iets hoger gaat. En zodra de Federal Reserve de rente regelmatig begint te verhogen, kan dat schokken veroorzaken. Daarom positioneer ik het fonds liever iets voorzichtiger."