Al decennia worden gepensioneerden geplaagd door de beruchte pensioenval. Dat is een aberratie in onze fiscale wetgeving, met nare gevolgen. De pensioenval heeft vele gezichten. Gepensioneerden houden na een verhoging van hun pensioen netto evenveel over als vóór de verhoging, omdat die verhoging volledig wordt wegbelast. Of, erger, ze houden minder over. Een gepensioneerde die nog een ander belastbaar inkomen geniet, bijvoorbeeld huur, een onderhoudsuitkering of een bijverdienste, betaalt soms een veelvoud van dat extra inkomen aan extra belastingen. We kennen het verhaal van de weduwe met een klein overlevingspensioentje. Zij betaalt geen belasting. Maar riskeert ze daarnaast nog 10 euro extra inkomen te hebben, dan betaalt ze plots honderden euro's belastingen. Dat is absurd, maar al jaren een realiteit. Gelukkig komt daar verandering in.

De federale regering heeft dat euvel eindelijk structureel aangepakt met de jobsdealwet, die dit voorjaar is goedgekeurd. Pensioenen en andere vervangingsinkomsten genieten van een belastingvermindering. Die bestaat uit een basisvermindering en een bijkomende vermindering. De basisvermindering wordt bepaald per persoon en in principe wordt ze altijd toegekend. De bijkomende vermindering wordt enkel toegekend wanneer het inkomen, beoordeeld per gezin, uitsluitend uit pensioenen en vervangingsinkomsten bestaat. En daar wringt het schoentje. De twee verminderingen sluiten niet naadloos op elkaar aan. Zodra er nog een ander inkomen is in het gezin - de partner van de gepensioneerde heeft bijvoorbeeld een loon - vervalt de bijkomende vermindering en valt men terug op de basisvermindering. En dat is, of liever was, de bron van alle pensioenval-ellende.

Er is een structurele oplossing voor de pensioenval, behalve voor werklozen.

De jobsdealwet vervangt de bijkomende vermindering door een nieuwe aanvullende vermindering die boven op de basisvermindering wordt toegekend, onder dezelfde voorwaarden. De aanvullende vermindering wordt ook per persoon bepaald en de voorwaarde dat het inkomen uitsluitend moet bestaan uit pensioenen of andere vervangingsinkomsten, is geschrapt. Concreet krijgen heel wat gepensioneerden die het vroeger enkel met de basisvermindering moesten stellen, vanaf dit jaar ook nog een aanvullende vermindering. Dat is een structurele oplossing voor de pensioenval. Pensioenverhogingen, bijvoorbeeld na een indexaanpassing, worden nog 'slechts' voor de helft en niet meer volledig wegbelast. En bijverdienende gepensioneerden worden niet langer geconfronteerd met absurde belastingfacturen. Na verschillende berekeningssimulaties, ingegeven door mijn van nature sceptische aard, kan ik bevestigen: de pensioenval is niet meer!

Helaas is de pensioenval wel nog alive and kicking voor werklozen. Want de hervorming geldt weliswaar voor pensioenen en andere vervangingsinkomsten, zoals ziekte-uitkeringen, maar niet voor werkloosheidsuitkeringen. Voor werklozen verandert niets. Zij passen niet in het jobsdealverhaal, ook al is werkloosheid, net als pensioen of ziekte, meestal iets dat je overkomt. Werkloosheidsuitkeringen blijven zo fiscaal gepenaliseerd en bij uitbreiding gestigmatiseerd. Dat is een bewuste keuze van de federale wetgever, maar tegelijk ook een gemiste kans om een prima maategel, al was het maar voor de eenvoud en de uniformiteit, door te trekken naar alle vervangingsinkomsten. Want welk maatschappelijk nut heeft het een werkloze met een kleine uitkering geen belasting te laten betalen, en hem meer dan 400 euro te laten betalen wanneer hij naast die uitkering nog een belastbare vergoeding van 50 euro ontvangt voor het volgen van een beroepsopleiding? Hetzelfde geldt voor de 'gepensioneerde werkloze'. Krijg je als gepensioneerde of als persoon met een ziekte-uitkering voor een stukje van het jaar nog een werkloosheidsuitkering, dan verandert niets en floreert de pensioenval als vanouds. Geen zinnig mens die dat begrijpt.