Dit artikel stond op 17 november in Trends.
...

Voor wie dit jaar nog niet het volledige belastingvrije maximum in zijn pensioenspaarfonds heeft gestort, begint de tijd stilaan te dringen. Wilt u beginnen met pensioensparen of overweegt u over te stappen naar een ander fonds, dan kan het geen kwaad de rendementen van de verschillende fondsen op de Belgische markt te vergelijken. De voorbije twaalf maanden boekten de meeste pensioenspaarfondsen een negatief rendement. De verliezen schommelen tussen -0,4 en -3,3 procent. Op obligaties valt nauwelijks nog iets te verdienen, terwijl de aandelenmarkten al een tijdje ter plaatse trappelen en de laatste tijd zelfs zijn teruggevallen. De meeste defensieve pensioenspaarfondsen, het Hermes Pensioenfonds (Bank J. Van Breda) en het Interbeurs Hermes Pensioenfonds (Dierckx Leys) - twee dynamische fondsen - bleven wel boven water. In het defensieve segment dekt de vlag dus de lading: in moeilijkere tijden beschermen die fondsen wel degelijk het vermogen. De dynamische fondsen boekten de grootste verliezen. Maar beleggen in een pensioenspaarfonds doet u voor de lange termijn. Die negatieve prestatie is slechts een momentopname. Over de voorbije tien jaar bekeken ligt het rendement van de fondsen vrij dicht bij elkaar. Afgaand op die cijfers maakte het over die periode weinig uit of u voor een defensief, een neutraal of een dynamisch pensioenspaarfonds had gekozen. Defensieve fondsen beleggen het grootste deel van de middelen in obligaties. Neutrale fondsen investeren ongeveer evenveel in aandelen als in obligaties, en dynamische fondsen meer in aandelen dan in obligaties. Doorgaans wordt aangenomen dat het nemen van risico's op lange termijn extra wordt beloond. Maar dat blijkt hier dus niet zo te zijn. De beursdaling van 2007-2008 heeft daar veel mee te maken. Bij BNP Paribas Fortis deed zowel het neutrale Balanced-fonds (+3,9%) als het defensieve Stability-fonds (+3,8%) het over tien jaar beter dan het dynamische Growth-fonds (+3,5%). Bij KBC presteerde Pricos Defensive (+3,1%) beter dan het dynamische Pricos (+2,8%), en bij Belfius steekt Low Equities (+2,7%) High Equities en Balanced Plus (+2,2%) de loef af. Over de voorbije vijf jaarzien we een ander resultaat. De beurzen hebben sinds 2011 een krachtig herstel neergezet. Bij alle banken die de drie fondsentypes aanbieden, haalden de dynamische fondsen een beter rendement dan hun neutrale en defensieve tegenhangers. Deze keer vallen de grote verschillen tussen fondsen van hetzelfde type op. Zo bedraagt het verschil tussen Metropolitan Rentastro Growth, dat wordt beheerd door BNP Paribas, en VDK Pension Fund 4,8 procentpunt. Maar ook in het neutrale en defensieve segment lopen de verschillen op tot 3 à 4 procentpunt. In het rendementsoverzicht steekt BNP Paribas Fortis er zowel op vijf als op tien jaar in elk fondsentype bovenuit. De instelling heeft door de jaren een puike reputatie als pensioenbeheerder opgebouwd. BNP Paribas Fortis is alomtegenwoordig: niet alleen worden zijn fondsen door een hele rist instellingen aangeboden, het beheert ook fondsen die AXA, Crelan (onrechtstreeks sinds eind 2015) en Rabobank.be naar voren schuiven. Als pensioenspaarder kunt u dus bijna niet om BNP Paribas Fortis heen. Staar u niet blind op het rendement van 6 à 10 procent van de voorbije vijf jaar. De westerse obligatiemarkten hebben er een haussemarkt van twintig jaar op zitten. De langetermijnrente daalt al lang, met hogere obligatiekoersen en koerswinsten voor de obligatiebeleggers tot gevolg. Het was voor beheerders van een pensioenspaarfonds dan ook een vrij gemakkelijke tijd. Maar de komende twintig jaar hoeft u niet op een herhaling van dat scenario te rekenen. Nieuwe obligaties brengen veel minder op dan voorheen. Als u kiest voor een fonds dat overwegend in obligaties belegt, zult u de eerste jaren nauwelijks rendement halen. Ook de beurzen hebben er een mooie rit op zitten. Hoewel de rek er nog niet uit is, beginnen sommige aandelen en sectoren toch al prijzig te worden. Ook daar mag u geen rendementen zoals die van de voorbije vijf jaar verwachten. Het voorbije jaar hebben we al de eerste indicaties van de besluiteloosheid van de markten gezien. De kans is dus groot dat u de komende jaren met een lager rendement tevreden moet zijn. Reken op lange termijn op het gemiddelde rendement van de voorbije tien jaar. Gezien de uitdagende marktomstandigheden, kiest u het beste voor een fonds dat actief wordt beheerd en overal ter wereld over de activaklassen heen op zoek kan gaan naar beleggingskansen. Zo kan het fonds zijn investeringen beter spreiden, schokken opvangen en gaan waar de rendementen hoger liggen, zoals de opkomende landen. Maar de Belgische pensioenspaarfondsen mogen niet zomaar doen wat ze willen. 80 procent van de portefeuille moeten ze beleggen in euro's, maar op obligaties in euro valt nauwelijks nog een rendement van 1 procent te verdienen. Bovendien mogen ze maximaal 10 procent in cash beleggen. Als er onweer in de lucht hangt, kan het fonds dus niet de helft of meer van de activa in cash opbouwen om te schuilen. Een spijtige zaak. De keerzijde is dat u door de belastingvermindering van 30 procent op stortingen tot 940 euro per jaar automatisch een rendement haalt. Toch gebruikt maar de helft van de pensioenspaarders het maximale fiscale voordeel, volgens een onderzoek van AXA. Door de moeilijke marktomstandigheden zal dat belastingvoordeel de komende jaren nog meer wegen op de eindafrekening. KBC heeft de waarde van die belastingvermindering berekend voor zijn dynamische pensioenspaarfonds Pricos (zie tabel Fiscaal voordeel geeft hoger rendement). Als een spaarder op zijn 30ste begint met pensioensparen en elk jaar tot zijn 65ste het huidige maximum van 940 euro in het fonds stort (dat maximum kan de volgende jaren wel stijgen of dalen), mag hij volgens de berekeningen van de bank een jaarlijks rendement van 6 procent verwachten. Op zijn 60ste verjaardag gaat er 8 procent belasting af. Die belasting wordt niet ingehouden op het werkelijke gespaarde bedrag, maar van het kapitaal dat u zou hebben opgebouwd met een jaarlijks rendement van 4,75 procent. Dat is een eigenaardigheidje in de Belgische wetgeving. Uiteindelijk komt het totale rendement (rekening houdend met de belastingvermindering en de eindbelasting en na aftrek van 2 % instapkosten), uit op 7,16 procent. (Tekst Eric Wauters)