Al zestien zomers lang voorspelt de Studiecommissie voor de Vergrijzing de impact van de demografische vergrijzing op de sociale uitgaven voor de komende decennia, intussen al tot in 2060. Ook nu is het jaarverslag weer goed voor een nieuw rondje cijferdansen, want de commissie heeft geen glazen bol en moet haar voorspellingen steeds weer bijstellen.
...

Al zestien zomers lang voorspelt de Studiecommissie voor de Vergrijzing de impact van de demografische vergrijzing op de sociale uitgaven voor de komende decennia, intussen al tot in 2060. Ook nu is het jaarverslag weer goed voor een nieuw rondje cijferdansen, want de commissie heeft geen glazen bol en moet haar voorspellingen steeds weer bijstellen. Over de jaarwisselingen heen is er wel één constante: de Vergrijzingscommissie volhardt in rooskleurige veronderstellingen over de sociaaleconomische toekomst van onze contreien. Dat hardnekkige optimisme vermindert de verwachte vergrijzingsfactuur spectaculair. De Vergrijzingscommissie gelooft in vergrijzingsmirakels. Eerste mirakel: werkgelegenheid. Die moet toenemen met zowat 320.000 extra tewerkgestelde mensen, met bijna een halvering van de werkloosheid. Dat vergt economische groei die nooit continu kan zijn over een periode van vier decennia. Dat vergt ook veel nieuwe banen in de periode waarin de mens het duel met robots en technologie zal aangaan. We kunnen het maar hopen. Tweede mirakel: immigranten. Naast vergrijzing is verkleuring de demografische trend. De Vergrijzingscommissie verwacht 1,3 miljoen migranten in de bevolking. Ze gaat ervan uit dat hun economische participatie nauwelijks zal verschillen van die van de autochtone bevolking. Dat is regelrechte tovenarij, want in economische integratie van immigranten is België een ramp. We moeten van ramp naar triomf, of de vergrijzing is niet betaalbaar. Derde mirakel: loopbanen. Naarmate de bevolking veroudert en de pensioenleeftijd opschuift van 65 naar 67 jaar, verwacht de commissie dat loopbanen als vanzelf ook met twee jaar zullen verlengen. Die verwachting is achtmaal ambitieuzer dan het modelland Nederland, dat ook zijn pensioenleeftijd heeft verhoogd. Ze vergt een transformatie van de loopbaantrajecten en de werkcultuur in ons land. Vierde mirakel: productiviteit. Terwijl de groei van de arbeidsproductiviteit al decennialang slabakt, ook in België, rekent de commissie op een trendmatige verdubbeling tegenover de huidige groei. Als dat niet lukt, zien we de vergrijzingsfactuur vermenigvuldigen. De arbeid veel productiever maken en tegelijk veel laagproductieve werkzoekenden aan de arbeid krijgen: dat is niet alleen een mirakel, het is gegoochel. Vijfde mirakel: gezondheidszorg. De gulden regel is dat meer wetenschappelijke vooruitgang, meer technologische vernieuwing en meer veroudering ook meer gezondheidsuitgaven betekenen. Niet zo voor de Vergrijzingscommissie, die de uitgavengroei integendeel ziet afnemen. Dat kan alleen door een drastische privatisering of door een spectaculaire verbetering van de volksgezondheid. Wat heeft zestien jaar rekenen ons uiteindelijk opgebracht? Een verhoogde pensioenleeftijd tegen 2025 en 2030, wanneer alle babyboomers al overleden of met pensioen zijn. Een obsessie met het betalen van beloftes uit het verleden. Komt er ook nog een geschiedenismirakel, zodat er tussen nu en 2060 geen andere maatschappelijke uitdagingen zullen opstaan die geld vergen? We wiegen onszelf in slaap met rapporten die lezen als luchtkastelen.