De hardnekkigheid waarmee het vakbondsfront zich verzet tegen de federale regering - 'sociale horror!' - is uitgemond in een zoveelste nationale betoging. De culminatie van het vakbondsprotest valt samen met de abdicatie van de federale regering.

Het pensioen met punten komt er zo goed als niet, tenminste in niet deze legislatuur. Het lot van de zware beroepen blijft nog onduidelijk. De volgende federale regering wordt opnieuw een pensioenregering. De vakbonden kunnen zich alvast opwarmen voor de volgende staking.

Het is verbijsterend hoe België er, ondanks wisselende constellaties en coalities, in slaagt de vergrijzing systematisch te mismeesteren. Geen enkele beleidsuitdaging was zolang op voorhand zo voorspelbaar en zo onderzocht als de pensionering van de babyboomers.

Eerst werd niets gedaan. Nadien bleef het brugpensioen gehandhaafd om loopbanen te verkorten, terwijl de loopbanen moeten worden verlengd. Vervolgens wekte het Zilverfonds de illusie dat de pensioenrekening zou kloppen zonder hervorming. Uiteindelijk moesten riemen rapporten en een officiële pensioencommissie iedereen van de onafwendbare pensioenhervorming overtuigen.

Zovele jaren en zovele regeringen verder blijft de pensioenonenigheid diepgaand en blijven de hervormingen ondermaats. De vakbonden verwijten de regering eenzijdige besparingshervormingen zonder overleg. Ik ben ook geen fan van arbitraire pensioenleeftijden. Ik vind het kader voor werkbaar werk te vrijblijvend. Maar de vakbonden hebben nul legitimiteit wanneer ze al decennialang, zelfs tot vandaag, de ontkenning van de vergrijzing cultiveren.

Langere loopbanen, goede arbeidsomstandigheden, activerend ontslag, pensioenkapitalisatie: het sociaal overleg heeft een cruciale rol voor duurzame pensioenen. Maar het heeft niets bijgebracht. Het heeft de boel alleen verziekt en vertraagd. Daaraan zijn de vakbonden zwaar medeplichtig.

De pensioencommissie is ook een belastingcommissie

Het is gemakkelijk kritiek te spuien op een regering die handelt wanneer men zelf in alle voorgaande regeringen elke pensioenhervorming heeft geblokkeerd. Het is pervers jongeren te mobiliseren om te betogen tegen de pensioenhervorming, terwijl die voor die generatie juist een loodzwaar pensioenjuk wil vermijden.

De federale regering krijgt er ook van langs omdat ze het rapport van de pensioencommissie selectief uitvoert. Die kritiek heeft een grond van waarheid. Maar de pensioencommissie heeft geen monopolie op een pensioenvisie. Lees haar rapport erop na.

Naast een puntensysteem en meer actieve loopbaanjaren pleit de commissie voor betere pensioenminima en -maxima, voor welvaartsvastheid, voor een pensioen op de maat van het moderne gezin en voor convergentie tussen werknemers, zelfstandigen en ambtenaren. Dat zijn stuk voor stuk maatregelen die de pensioenkosten nog kunnen verhogen.

De regering-Michel heeft gekozen voor prioriteiten die de groei van de pensioenuitgaven moeten beheersen. Dat is de urgentie wanneer die uitgaven tweemaal zo snel groeien als de economie. Wie de regering selectiviteit verwijt, moet toegeven dat de pensioencommissie ook een belastingcommissie is: om haar visie in praktijk te brengen is een belastingverhoging nodig. Tussen de regels door pleit de commissie voor vermogensbelastingen. Haar legitimiteit daarvoor is onbestaande.

We moeten het blad omdraaien. De pensioenhervorming is half mislukt. De consensus van de pensioencommissie is geen politieke consensus. De volgende regering zal hopelijk wel volledig beslissen. Elke politieke partij die de democratie ernstig neemt, zal naar de kiezer gaan met een duidelijk programma over de pensioenen en de belastingen. Elke partij zal moeten kiezen tussen het maken van de toekomst of het betalen van het verleden.

Wat mij betreft, mag er intussen een daadwerkelijke belastingcommissie worden opgericht. Want als pensioenen en belastingen onafscheidelijk zijn, is het hoog tijd het fiscale labyrint dat België heet stevig tegen de lamp te houden. Anders verzandt de pensioenhervorming in fiscale horror.