Het is bijna onmogelijk het echte rendement van uw spaarcenten voor uw oude dag te kennen. Sommige financiële instellingen presenteren u een jaarlijks rendement op de reserves. Daar moeten echter nog allerlei taksen en kosten af, en dat rendement houdt meestal ook geen rekening met de inflatie. Better Finance ondernam een poging om alle kostenposten in kaart te brengen en komt tot de conclusie dat er nog amper rendement overblijft voor de consument.

Better Finance werd in 2009 opgericht als EuroInvestors. De lobbygroep wil de belangen van alle gebruikers van financiële dienstverlening in Europa verdedigen en telt tal van nationale spaarders- en beleggersverenigingen onder zijn leden. Met dit rapport over de opbouw van aanvullende pensioenen wil Better Finance strengere regelgeving en meer transparantie afdwingen bij de Europese Commissie. Tot nu toe ontsnappen sommige van de aangeboden producten volledig aan de bestaande regelgeving voor consumentenbescherming op Europees niveau (zoals de beleggersrichtlijn MiFID).

Better Finance onderzocht de situatie in Denemarken, Frankrijk, Duitsland, Italië, Polen, Spanje, het VK en ... België. Better Finance nam in ons land zowel de opbouw van aanvullende pensioenen via de werkgever (groepsverzekeringen, pensioenfondsen) onder de loep als het individuele pensioensparen of langetermijnsparen met een fonds of een verzekering.

Tweede pijler

De tweede pijler van het pensioen bestaat in ons land uit groepsverzekeringen en pensioenfondsen. Deze aanvulling op het pensioen wordt opgebouwd met bijdragen van de werknemers en bijdragen van de werkgevers.

1. Bij een groepsverzekering rekenen de beheerders gemiddeld 0,71 procent van de totale reserves aan als administratieve en/of beheerskosten aan. Van de stortingen in een groepsverzekering vloeit gemiddeld 1,5 procent richting de tussenpersonen als commissie. "Daar komen meestal nog eens instapkosten bovenop", schrijft Better Finance in zijn rapport. Die instapkosten schommelen volgens Better Finance tussen 0,5 en 5 procent van de betaalde premies. Vaak kunnen grotere groepen betere voorwaarden bedingen bij de verzekeringsmaatschappijen.

2. Bij de sectorpensioenfondsen bedroegen de operationele kosten in 2011 ongeveer 0,17 procent van het vermogen in beheer. "Sectorpensioenfondsen zijn groter dan pensioenfondsen van één bedrijf. Bij de bedrijfspensioenfondsen zijn er minder ruggen om de vaste kosten te dragen en zal dit percentage hoger liggen", merkt Better Finance op. De Belgische bedrijfs- en sectorpensioenfondsen presenteren normaal gezien rendementen na aftrek van alle kosten.

Derde pijler

De derde pijler van het pensioen is het individuele pensioensparen. Dat kan via een pensioenspaarfonds of via een pensioenspaarverzekering.

1.De beleggingsfondsen met een Europees paspoort zijn verplicht op een gestandaardiseerde wijze te rapporteren over de rendementen en de kosten (key investor information document - KIID). Better Finance berekende op basis van die documenten de gemiddelde kosten voor de 16 Belgische pensioenspaarfondsen als volgt:

Instapkosten: 2,2% op elke storting

Beheerskosten: 1% van het vermogen in beheer

Ontsnappen aan instapkosten

Hoe hoger het rendement van het pensioenspaarfonds, hoe meer rendement de pensioenspaarders mislopen door instapkosten. Laten we bijvoorbeeld uitgaan van een rendement van 6 procent. Dat is niet compleet onrealistisch, want de acht pensioenspaarfondsen die sinds 1990 bestaan, haalden een gemiddeld jaarlijks rendement van 7 procent. Een 20-jarige die vanaf nu tot zijn 64ste elk jaar 950 euro opzij zet, derft meer dan 6.400 euro onder deze assumptie. Met een rendement van 3 procent bedraagt zijn/haar papieren verlies de helft, of ruim 2.700 euro. Sommige banken, zoals Argenta en Rabobank.be, rekenen nooit instapkosten aan voor pensioenspaarfondsen. Andere banken laten de instapkosten vallen voor trouwe klanten.

2.Voor tak21-levensverzekeringen met een gewaarborgd rendement komt Better Finance op administratieve en beheerskosten ten belope van een half procent van de reserves. Van de premies bleef in 2012 zo maar even 6,6 procent als commissie plakken bij de tussenpersonen. De verzekeringen voor pensioensparen zijn bijna altijd tak21-verzekeringen.

Conclusie: Volgens Better Finance was er gemiddeld een licht negatief nettorendement (-0,1%) voor de Belgische pensioenfondsen in de periode 2000 tot 2013, rekening houdend met inflatie, kosten en belastingen. Bij de pensioenspaarfondsen bleef er nog iets extra (0,6%) over voor de consument na inflatie, kosten en belastingen. In die periode zitten drie echt slechte beursjaren (2001, 2002, 2008).

Mogelijk heeft Better Finance de verslagperiode net om die reden zo gekozen. Er zijn immers data beschikbaar sinds 1985. Zowel pensioenspaarfondsen als pensioenfondsen beleggen een deel van het geld van hun 'klanten' op de beurs.

De veilige groepsverzekeringen en pensioenspaarverzekeringen leverden in 2008 en 2011 wel minder nettorendement op dan inflatie, maar over de periode 2002 tot 2012 was er nog nipt een positief jaarlijks rendement. (IDW)

Het is bijna onmogelijk het echte rendement van uw spaarcenten voor uw oude dag te kennen. Sommige financiële instellingen presenteren u een jaarlijks rendement op de reserves. Daar moeten echter nog allerlei taksen en kosten af, en dat rendement houdt meestal ook geen rekening met de inflatie. Better Finance ondernam een poging om alle kostenposten in kaart te brengen en komt tot de conclusie dat er nog amper rendement overblijft voor de consument.Better Finance werd in 2009 opgericht als EuroInvestors. De lobbygroep wil de belangen van alle gebruikers van financiële dienstverlening in Europa verdedigen en telt tal van nationale spaarders- en beleggersverenigingen onder zijn leden. Met dit rapport over de opbouw van aanvullende pensioenen wil Better Finance strengere regelgeving en meer transparantie afdwingen bij de Europese Commissie. Tot nu toe ontsnappen sommige van de aangeboden producten volledig aan de bestaande regelgeving voor consumentenbescherming op Europees niveau (zoals de beleggersrichtlijn MiFID).Better Finance onderzocht de situatie in Denemarken, Frankrijk, Duitsland, Italië, Polen, Spanje, het VK en ... België. Better Finance nam in ons land zowel de opbouw van aanvullende pensioenen via de werkgever (groepsverzekeringen, pensioenfondsen) onder de loep als het individuele pensioensparen of langetermijnsparen met een fonds of een verzekering.De tweede pijler van het pensioen bestaat in ons land uit groepsverzekeringen en pensioenfondsen. Deze aanvulling op het pensioen wordt opgebouwd met bijdragen van de werknemers en bijdragen van de werkgevers.1. Bij een groepsverzekering rekenen de beheerders gemiddeld 0,71 procent van de totale reserves aan als administratieve en/of beheerskosten aan. Van de stortingen in een groepsverzekering vloeit gemiddeld 1,5 procent richting de tussenpersonen als commissie. "Daar komen meestal nog eens instapkosten bovenop", schrijft Better Finance in zijn rapport. Die instapkosten schommelen volgens Better Finance tussen 0,5 en 5 procent van de betaalde premies. Vaak kunnen grotere groepen betere voorwaarden bedingen bij de verzekeringsmaatschappijen.2. Bij de sectorpensioenfondsen bedroegen de operationele kosten in 2011 ongeveer 0,17 procent van het vermogen in beheer. "Sectorpensioenfondsen zijn groter dan pensioenfondsen van één bedrijf. Bij de bedrijfspensioenfondsen zijn er minder ruggen om de vaste kosten te dragen en zal dit percentage hoger liggen", merkt Better Finance op. De Belgische bedrijfs- en sectorpensioenfondsen presenteren normaal gezien rendementen na aftrek van alle kosten.De derde pijler van het pensioen is het individuele pensioensparen. Dat kan via een pensioenspaarfonds of via een pensioenspaarverzekering.1.De beleggingsfondsen met een Europees paspoort zijn verplicht op een gestandaardiseerde wijze te rapporteren over de rendementen en de kosten (key investor information document - KIID). Better Finance berekende op basis van die documenten de gemiddelde kosten voor de 16 Belgische pensioenspaarfondsen als volgt:Instapkosten: 2,2% op elke stortingBeheerskosten: 1% van het vermogen in beheer2.Voor tak21-levensverzekeringen met een gewaarborgd rendement komt Better Finance op administratieve en beheerskosten ten belope van een half procent van de reserves. Van de premies bleef in 2012 zo maar even 6,6 procent als commissie plakken bij de tussenpersonen. De verzekeringen voor pensioensparen zijn bijna altijd tak21-verzekeringen.Conclusie: Volgens Better Finance was er gemiddeld een licht negatief nettorendement (-0,1%) voor de Belgische pensioenfondsen in de periode 2000 tot 2013, rekening houdend met inflatie, kosten en belastingen. Bij de pensioenspaarfondsen bleef er nog iets extra (0,6%) over voor de consument na inflatie, kosten en belastingen. In die periode zitten drie echt slechte beursjaren (2001, 2002, 2008). Mogelijk heeft Better Finance de verslagperiode net om die reden zo gekozen. Er zijn immers data beschikbaar sinds 1985. Zowel pensioenspaarfondsen als pensioenfondsen beleggen een deel van het geld van hun 'klanten' op de beurs.De veilige groepsverzekeringen en pensioenspaarverzekeringen leverden in 2008 en 2011 wel minder nettorendement op dan inflatie, maar over de periode 2002 tot 2012 was er nog nipt een positief jaarlijks rendement. (IDW)