Almaar meer Belgen doen aan pensioensparen via de werkgever, al zal het bijeengespaarde kapitaal wanneer zij met pensioen gaan nauwelijks iets voorstellen. Dat schrijven de De Tijd en L'Echo op basis van de cijfers van FSMA en Sigedis. Eind vorig jaar spaarden volgens de databank Sigedis 2,6 miljoen Belgen via de werkgever voor hun pensioen. Dat is ongeveer driekwart van de werknemers.

Mager spaarpotje

Het toenemende aantal Belgen die een beroep doen op de tweede pijler is te danken aan enkele sectoren met veel werknemers, zoals de hotelsector, die begonnen zijn met een sectoraal pensioenplan. De helft van de pensioensparende Belgen heeft enkel een sectorplan. Zij kunnen niet bouwen op een pensioenplan via de onderneming of een groepsverzekering.

Tot zo ver het goede nieuws, want de tweede pijler is nauwelijks een appeltje voor de dorst voor de oude dag. Gemiddeld hebben werknemers nu 8.890 euro gespaard. Dat komt door sommige pensioenplannen met veel deelnemers die pas van start zijn gegaan

In 2013 bedroeg de gemiddelde bijdrage van de sectorplannen amper 0,93 procent van het loon. Minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine (MR) wil die bijdrage optrekken tot minimaal 3 procent.

"Geen verbetering van de koopkracht"

Werknemers die via een ondernemingsplan aan pensioensparen doen hebben 14.850 euro gespaard. Wie met zo'n spaarpot nog twintig jaar van zijn pensioen wil genieten, zou op een "extraatje" van 742,5 euro per jaar kunnen rekenen. Dat is per maand slechts 60 euro.

'De tweede pijler is vandaag geen structurele aanvulling op het wettelijke pensioen', zegt Steven Janssen, algemeen directeur van Sigedis aan de financiële krant. 'Voor de meeste mensen zal het huidige spaarpotje geen structurele verbetering van hun koopkracht betekenen.'

Het is niet de eerste keer dat het aanvullend pensioen onder vuur komt te liggen. De afgelopen maanden deed het gegarandeerd rendement stof opwaaien. Door de lage rentes kunnen de verzekeraars niet langer hoge rendementen beloven. Het is zo goed als zeker dat het wettelijk gegarandeerde rendement flexibeler en minder hoog wordt.

Almaar meer Belgen doen aan pensioensparen via de werkgever, al zal het bijeengespaarde kapitaal wanneer zij met pensioen gaan nauwelijks iets voorstellen. Dat schrijven de De Tijd en L'Echo op basis van de cijfers van FSMA en Sigedis. Eind vorig jaar spaarden volgens de databank Sigedis 2,6 miljoen Belgen via de werkgever voor hun pensioen. Dat is ongeveer driekwart van de werknemers. Het toenemende aantal Belgen die een beroep doen op de tweede pijler is te danken aan enkele sectoren met veel werknemers, zoals de hotelsector, die begonnen zijn met een sectoraal pensioenplan. De helft van de pensioensparende Belgen heeft enkel een sectorplan. Zij kunnen niet bouwen op een pensioenplan via de onderneming of een groepsverzekering. Tot zo ver het goede nieuws, want de tweede pijler is nauwelijks een appeltje voor de dorst voor de oude dag. Gemiddeld hebben werknemers nu 8.890 euro gespaard. Dat komt door sommige pensioenplannen met veel deelnemers die pas van start zijn gegaan In 2013 bedroeg de gemiddelde bijdrage van de sectorplannen amper 0,93 procent van het loon. Minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine (MR) wil die bijdrage optrekken tot minimaal 3 procent.Werknemers die via een ondernemingsplan aan pensioensparen doen hebben 14.850 euro gespaard. Wie met zo'n spaarpot nog twintig jaar van zijn pensioen wil genieten, zou op een "extraatje" van 742,5 euro per jaar kunnen rekenen. Dat is per maand slechts 60 euro.'De tweede pijler is vandaag geen structurele aanvulling op het wettelijke pensioen', zegt Steven Janssen, algemeen directeur van Sigedis aan de financiële krant. 'Voor de meeste mensen zal het huidige spaarpotje geen structurele verbetering van hun koopkracht betekenen.'Het is niet de eerste keer dat het aanvullend pensioen onder vuur komt te liggen. De afgelopen maanden deed het gegarandeerd rendement stof opwaaien. Door de lage rentes kunnen de verzekeraars niet langer hoge rendementen beloven. Het is zo goed als zeker dat het wettelijk gegarandeerde rendement flexibeler en minder hoog wordt.