De sommen die particulieren betalen voor de opvang van hun kinderen leveren een belastingvermindering op van 45 procent. Er geldt wel een maximum aan kosten diemogen worden ingebracht van 11,20 euro per dag en per kind. Om de kosten te mogen opnemen in de belastingaangifte, moet men het kind ten laste hebben. Bovendien moet men zelf beroepsinkomsten (alle bezoldigingen, pensioenen, werkloosheidsuitkeringen of andere vervangingsinkomens) genieten. En de sommen voor de kinderopvang moeten betaald zijn aan een instelling die gecontroleerd wordt door Kind en Gezin (Vlaamse Gemeenschap), het 'Office de la Naissance et de l'Enfance' (Franse Gemeenschap) of de regering van de Duitstalige Gemeenschap. Hetzelfde geldt voor bedragen die betaald zijn aan een overheidsinstelling die voor de opvang zorgt. Voor kinderen die jonger zijn dan drie jaar hebben de ouders zelfs de keuze. Ofwel trekken ze de werkelijk betaalde sommen af zoals hierboven, ofwel krijgen ze een verhoging van hun belastingvrije som met 550 euro. Dat is het onderste deel van het inkomen waarop geen belastingen moeten worden betaald. Dit kan voor kinderen die op 1 januari van het volgende jaar nog geen drie zijn. Sommige bedrijven voorzien echter zelf in een opvangdienst voor de jongere kinderen van hun personeel. Ze beschouwen dit als een extraatje om gemotiveerde werknemers te kunnen aantrekken. Probleem is dat de ondernemingen die kosten zelf maar mogen aftrekken voor kinderen tot drie jaar. Slechts weinig bedrijven maken er ook effectief gebruik van. Vrouw en Maatschappij vraagt daarom een verschuiving van deze aftrekmogelijkheid naar de kosten van vakantieopvang voor kinderen van 3 tot 12 jaar. Volgens de organisatie is die veel zinvoller dan de aftrek voor de opvang van kinderen tot 3 jaar. (Belga)

De sommen die particulieren betalen voor de opvang van hun kinderen leveren een belastingvermindering op van 45 procent. Er geldt wel een maximum aan kosten diemogen worden ingebracht van 11,20 euro per dag en per kind. Om de kosten te mogen opnemen in de belastingaangifte, moet men het kind ten laste hebben. Bovendien moet men zelf beroepsinkomsten (alle bezoldigingen, pensioenen, werkloosheidsuitkeringen of andere vervangingsinkomens) genieten. En de sommen voor de kinderopvang moeten betaald zijn aan een instelling die gecontroleerd wordt door Kind en Gezin (Vlaamse Gemeenschap), het 'Office de la Naissance et de l'Enfance' (Franse Gemeenschap) of de regering van de Duitstalige Gemeenschap. Hetzelfde geldt voor bedragen die betaald zijn aan een overheidsinstelling die voor de opvang zorgt. Voor kinderen die jonger zijn dan drie jaar hebben de ouders zelfs de keuze. Ofwel trekken ze de werkelijk betaalde sommen af zoals hierboven, ofwel krijgen ze een verhoging van hun belastingvrije som met 550 euro. Dat is het onderste deel van het inkomen waarop geen belastingen moeten worden betaald. Dit kan voor kinderen die op 1 januari van het volgende jaar nog geen drie zijn. Sommige bedrijven voorzien echter zelf in een opvangdienst voor de jongere kinderen van hun personeel. Ze beschouwen dit als een extraatje om gemotiveerde werknemers te kunnen aantrekken. Probleem is dat de ondernemingen die kosten zelf maar mogen aftrekken voor kinderen tot drie jaar. Slechts weinig bedrijven maken er ook effectief gebruik van. Vrouw en Maatschappij vraagt daarom een verschuiving van deze aftrekmogelijkheid naar de kosten van vakantieopvang voor kinderen van 3 tot 12 jaar. Volgens de organisatie is die veel zinvoller dan de aftrek voor de opvang van kinderen tot 3 jaar. (Belga)