De maximale tegemoetkoming bedraagt 661,24 euro per maand voor wie zijn hoofdverblijfplaats deelt met iemand anders en 991,86 euro voor wie alleenstaande is. Bij de bepaling van het exacte bedrag wordt rekening gehouden met de andere inkomsten van de aanvrager. Ook zijn er nog enkele andere voorwaarden. Sinds 2001 is de RVP verplicht voor een aantal categorieën van mensen automatisch te controleren of ze in aanmerking komen voor een IGO. Het gaat om gehandicapten, leefloners en gerechtigden op een (vervroegd) pensioen in het stelsel van de werknemers of zelfstandigen. De RVP zit echter behoorlijk achterop met het werk. Pas in april 2011 begon de dienst met een inhaaloperatie waarbij retroactief de rechten van voor oktober 2010 werden onderzocht. Ze vordert traag en zal pas in 2017 zijn afgerond als het huidige ritme niet versneld wordt. Door die vertraging is het recht op een deel van de IGO-uitkeringen al verjaard. Toch keert de RVP de bedragen uit overwegingen van billijkheid nog uit. Volgens het Rekenhof bestaat daar echter geen rechtsgrond voor. (DLA)