Overbruggingsrecht

Zelfstandigen die moeilijkheden ondervinden door de coronacrisis komen in aanmerking voor een (crisis)overbruggingsrecht. Dat bestaat in verschillende vormen.
...

Zelfstandigen die moeilijkheden ondervinden door de coronacrisis komen in aanmerking voor een (crisis)overbruggingsrecht. Dat bestaat in verschillende vormen.1. Het dubbele crisisoverbruggingsrecht bij volledige onderbreking geldt voor:- Zelfstandigen die rechtstreeks onder de gedwongen sluitingsmaatregelen vallen en hun activiteiten volledig stopzetten. Restaurateurs die bijvoorbeeld afhaalmaaltijden blijven aanbieden, komen nog altijd in aanmerking voor deze dubbele uitkering.- Zelfstandigen die voor minstens 60 procent afhankelijk zijn van een sector die gedwongen moet sluiten én die ervoor kiezen om hun activiteiten volledig stop te zetten. Denk bijvoorbeeld aan een wijnhandelaar die zijn omzet voornamelijk bij de horeca haalt. Voorziet hij een of andere vorm van takeaway, dan komt hij niet in aanmerking voor dit dubbele crisisoverbruggingsrecht.- Zelfstandigen die in april enkel op afspraak mogen werken, maar die zich genoodzaakt zien om hun zaak volledig te sluiten tot het einde van die maatregel. "Hier heerst nog onduidelijkheid over", weet Joost Van Hove, adviseur bij het kenniscentrum van de hr-dienstverlener Liantis. "Volstaat het dat de zelfstandige zelf beslist om volledig te sluiten, of moet hij op een of andere manier aantonen dat het onmogelijk is om op afspraak te werken? En hierbij aansluitend: mag het feit dat het niet rendabel is om op afspraak te werken gelijkgesteld worden met de onmogelijkheid om op afspraak te werken? Dat is nog niet uitgeklaard."Het dubbele crisisoverbruggingsrecht geldt nog minstens tot en met juni 2021. Het levert een zelfstandige in hoofdberoep 3228,20 euro (met gezinslast) of 2583,38 euro (zonder gezinslast) per maand op.2. Het crisisoverbruggingsrecht bij aanzienlijke omzetdaling is er voor wie zijn zelfstandige activiteit blijft uitoefenen, maar een omzetdaling van minstens 40 procent kent. De omzet van de kalendermaand die voorafgaat aan de maand waarvoor hij de uitkering aanvraagt, wordt vergeleken met dezelfde kalendermaand in 2019. Een attest van de boekhouder of een uittreksel van het kasboek moet dat aantonen.Om dus in april 2021 aanspraak te kunnen maken op het crisisoverbruggingsrecht, moet uw omzet van maart 2021 minstens 40 procent lager zijn dan die van maart 2019. Is dat het geval, dan heeft u als zelfstandige in hoofdberoep recht op 1614,10 euro (met gezinslast) of 1291,69 euro (zonder gezinslast). Ook deze steunmaatregel geldt nog minstens tot en met 30 juni 2021.3. Het crisisoverbruggingsrecht bij quarantaine of opvang van een kind geldt voor:- Zelfstandigen die hun activiteiten voor minstens zeven opeenvolgende kalenderdagen volledig onderbreken omdat ze in quarantaine moeten.- Zelfstandigen die gedurende minstens zeven dagen hun activiteiten onderbreken omdat hun kind (jonger dan 18 jaar) door een coronamaatregel niet naar het kinderdagverblijf of naar school kan. Voor kinderen met een handicap geldt geen leeftijdsgrens. "Merk op dat de extra week paasvakantie ook in aanmerking komt, hoewel die over twee kalendermaanden gespreid ligt", zegt Joost Van Hove. "Ook de reguliere paasvakantie telt mee voor zelfstandigen die minstens zeven opeenvolgende dagen niet kunnen werken door een geannuleerd sport- en vakantiekamp, en voor zelfstandigen die gevolg geven aan de oproep van de overheid om peuters niet naar de crèche te brengen - ook al blijven die open."De hoogte van deze uitkering is afhankelijk van het aantal dagen onderbreking. Voor een zelfstandige in hoofdberoep gelden deze maandelijkse bedragen:4. Het klassieke overbruggingsrecht geldt voor zelfstandigen die voor geen van de bovenstaande crisisuitkeringen in aanmerking komen, maar hun activiteiten toch moeten stopzetten of onderbreken. De reden hoeft niet noodzakelijk coronagerelateerd te zijn. Er gelden uiteraard allerlei voorwaarden waaraan moet worden voldaan. Ook hier kan de hoogte van de uitkering variëren naargelang het aantal dagen onderbreking. De bedragen zijn dezelfde als die in bovenstaande tabel.Er bestaan ook steunmaatregelen voor zelfstandigen die problemen ondervinden om hun sociale bijdragen te betalen. Er zijn drie opties.1. Een betalingsuitstel van 1 jaar voor de sociale bijdragen geldt op dit moment voor de voorlopige bijdragen van het tweede kwartaal van 2021 en voor de regularisatiebijdragen met betrekking tot 2018 en 2019 die tegen 30 juni 2021 te betalen zijn. Tijdens het uitstel blijft u in orde met uw sociale rechten (kinderbijslag, ziekteverzekering, pensioen, ...). U dient uw aanvraag weliswaar te motiveren.2. Een vermindering van de voorlopige sociale bijdragen geldt voor zelfstandigen die hun inkomsten fors zagen terugvallen (niet noodzakelijke coronagerelateerd). Ook dat moeten zij met een motivatie en bewijsstukken aantonen. Ze dienen ook rekening te houden met de wettelijke drempelbedragen.3. Een vrijstelling van de sociale bijdragen kan aangevraagd worden door zelfstandigen die tijdelijk zware financiële problemen ondervinden. "In het kader van de coronacrisis werd de procedure versoepeld", zegt Joost Van Hove van Liantis. "De vrijstelling kan worden aangevraagd voor de voorlopige bijdragen van het lopende kwartaal en de drie daaraan voorafgaande kwartalen. Voor de vrijgestelde kwartalen blijft u in orde met uw kinderbijslag en ziekteverzekering, maar verliest u wel uw pensioenrechten. U kunt de vrijstelling ook aanvragen voor de regularisatiebijdragen. Voorlopige bijdragen die volledig betaald werden, leveren u pensioenrechten op, ook indien de regularisatiebijdragen vrijgesteld werden."Ook de regionale overheden voorzien in een aantal specifieke premies en steunmaatregelen voor zelfstandige ondernemers die getroffen worden door coronacrisis. In Vlaanderen gelden enkele specifieke tegemoetkomingen.1. Het Vlaams beschermingsmechanisme werd in het leven geroepen voor ondernemingen die een omzetdaling van minstens 60 procent kennen of verplicht moeten sluiten. Het bedrag voor een zelfstandige in hoofdberoep komt overeen met 10 procent van de omzet van dezelfde periode in 2020. De aanvraag gebeurt maand per maand. "Ook hier heerst er nog onduidelijk", aldus Joost Van Hove. "Komen ondernemingen die op afspraak mogen openblijven maar beslissen om toch te sluiten in aanmerking voor een uitkering in april? Het lijkt erop dat men moet kiezen tussen ofwel het dubbel overbruggingsrecht ofwel het Vlaams beschermingsmechanisme voor deze maand. Maar ook dat is op dit moment nog niet duidelijk."2. De globalisatiepremie geldt voor ondernemingen die in de laatste drie kwartalen van 2020 minstens 60 procent omzetverlies hebben geleden. De steun bedraagt 10 procent van de omzet die u in de laatste drie kwartalen van 2019 behaalde.3. De handelshuurlening helpt ondernemingen die moeilijkheden ondervinden om hun handelshuur te betalen. Ze is gebaseerd op een vrijwillige overeenkomst tussen huurder en verhuurder, waarbij de verhuurder tot vier maanden huur kwijtscheldt en de Vlaamse overheid vervolgens de huur voorschiet. Er geldt een maximumbedrag van 60.000 euro per pand of 150.000 euro voor een onderneming met meerdere huurpanden.4. De heropstartlening is er voor ondernemers die een concrete liquiditeitsnood kennen maar toch handelsgoederen moeten aankopen. Deze financieringsmaatregel wordt verstrekt voor een periode van twee jaar (tot 50.000 euro) of drie jaar (boven 50.000 euro) tegen een rentevoet van 1 procent. De omvang van de lening wordt beperkt tot 25 procent van de geboekte aankopen van handelsgoederen in 2019, met een maximum van 750.000 euro.5. De coronalening voorziet in bijkomend werkkapitaal voor zelfstandigen en ondernemers in financieringsnood. Meer bepaald:- Start-ups en scale-ups die in de afgelopen drie jaar geen recurrente positieve kasstromen hadden, maar wel vernieuwende producten of diensten ontwikkelen of al verkopen.- Kmo's en zelfstandigen die vóór de coronacrisis recurrente positieve kasstromen hadden en daardoor in aanmerking kwamen voor klassieke bankfinanciering.6. De strategische transformatiesteun voorziet in financiële steun aan kmo's en grote ondernemingen die coronagerelateerde producten of diensten produceren of aanbieden. Het bedrag kan oplopen tot 50 procent van de gemaakte investeringen.7. Een voorschot voor organisatoren van evenementen zorgt voor werkkapitaal om nieuwe evenementen voor te bereiden en op te zetten. Het maximumbedrag komt overeen met 60 procent van de totale kosten van het evenement (minimaal 25.000 euro en maximaal 1,8 miljoen euro). Het voorschot moet worden terugbetaald, maar die verplichting vervalt wanneer het event door de coronamaatregelen geannuleerd wordt.