De beroepsinlevingsovereenkomst werd in 2002 ingevoerd. Ze geeft jongeren de kans om een vak te leren bij een werkgever. Daarbij ligt niet zozeer de nadruk op het leveren van prestaties, maar wel op het overbrengen van vaardigheden en kennis. De jongeren krijgen hiervoor niettemin een vergoeding. Sinds 1 december 2012 bedraagt die maandelijks minstens 480,60 euro voor een 15-jarige, 525,70 euro voor een 16-jarige, 570,70 euro voor een 17-jarige, 615,80 euro voor een 18-jarige, 660,80 euro voor een 19-jarige, 705,90 euro voor een 20-jarige en 751 euro voor wie 21 of ouder is. Het was van bij de aanvang de bedoeling om op deze vergoedingen ook RSZ-bijdragen te heffen, maar daarvoor ontbrak tot nog toe een wettelijke basis. De wetgever had immers nagelaten de sociale wetgeving aan dit nieuwe type overeenkomst aan te passen. Dit betekende dat strikt genomen de jongeren niet waren onderworpen aan de bijdragen. De RSZ hoopte dan ook dat de werkgevers een vrijwillige aangifte deden naar de geest van de wet, maar formeel had ze geen kracht om de betaling af te dwingen. Door een nieuw koninklijk besluit is die er nu wel. Het wordt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2013 van toepassing. Voor jongeren tot 18 jaar blijft de heffing beperkt. Tot 31 december van het jaar waarin ze 18 worden, zullen alleen bijdragen worden geheven voor de regelingen van de jaarlijkse vakantie, de arbeidsongevallen en de beroepsziekten. Die bedragen vallen overigens alle ten laste van de werkgever. De stagiair moet zelf niets afstaan. Vanaf het jaar waarin de stagiair 19 wordt, moeten wel volledige sociale bijdragen worden betaald. Dit betekent dat zowel werkgever als werknemer een bijdrage voor de sociale zekerheid moet ophoesten. De bijdragen die de RSZ int, dienen voor de financiering van de werkloosheidsuitkeringen, pensioenen, invaliditeitsuitkeringen, gezinsbijslagen, ziektevergoedingen en uitkeringen voor arbeidsongevallen. (Belga)

De beroepsinlevingsovereenkomst werd in 2002 ingevoerd. Ze geeft jongeren de kans om een vak te leren bij een werkgever. Daarbij ligt niet zozeer de nadruk op het leveren van prestaties, maar wel op het overbrengen van vaardigheden en kennis. De jongeren krijgen hiervoor niettemin een vergoeding. Sinds 1 december 2012 bedraagt die maandelijks minstens 480,60 euro voor een 15-jarige, 525,70 euro voor een 16-jarige, 570,70 euro voor een 17-jarige, 615,80 euro voor een 18-jarige, 660,80 euro voor een 19-jarige, 705,90 euro voor een 20-jarige en 751 euro voor wie 21 of ouder is. Het was van bij de aanvang de bedoeling om op deze vergoedingen ook RSZ-bijdragen te heffen, maar daarvoor ontbrak tot nog toe een wettelijke basis. De wetgever had immers nagelaten de sociale wetgeving aan dit nieuwe type overeenkomst aan te passen. Dit betekende dat strikt genomen de jongeren niet waren onderworpen aan de bijdragen. De RSZ hoopte dan ook dat de werkgevers een vrijwillige aangifte deden naar de geest van de wet, maar formeel had ze geen kracht om de betaling af te dwingen. Door een nieuw koninklijk besluit is die er nu wel. Het wordt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2013 van toepassing. Voor jongeren tot 18 jaar blijft de heffing beperkt. Tot 31 december van het jaar waarin ze 18 worden, zullen alleen bijdragen worden geheven voor de regelingen van de jaarlijkse vakantie, de arbeidsongevallen en de beroepsziekten. Die bedragen vallen overigens alle ten laste van de werkgever. De stagiair moet zelf niets afstaan. Vanaf het jaar waarin de stagiair 19 wordt, moeten wel volledige sociale bijdragen worden betaald. Dit betekent dat zowel werkgever als werknemer een bijdrage voor de sociale zekerheid moet ophoesten. De bijdragen die de RSZ int, dienen voor de financiering van de werkloosheidsuitkeringen, pensioenen, invaliditeitsuitkeringen, gezinsbijslagen, ziektevergoedingen en uitkeringen voor arbeidsongevallen. (Belga)