De 'bijzondere compenserende bijdrage' bestaat sinds 1 januari 2014. Ze wordt geheven op de verbrekingsvergoedingen die worden toegekend aan werknemers die minstens 44.509 euro op jaarbasis verdienen. Voor jaarlonen tussen 44.509 euro en 54.509 euro bedraagt ze 1 procent, voor jaarlonen tussen 54.509 euro en 64.509 euro is dat 2 procent. En voor jaarlonen boven 64.509 euro 3 procent. De bijdrage wordt alleen geheven op het deel van de verbrekingsvergoeding dat slaat op het deel van de loopbaan die na 1 januari 2014 werd opgebouwd. Ze komt toe aan het Fonds Sluiting Ondernemingen, dat werknemers een vergoeding uitkeert indien hun onderneming sluit of failliet gaat zonder de kosten van de verbreking van de arbeidscontracten te betalen. De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de Provinciale en Plaatselijke Overheidsdiensten had de bijdragen aanvankelijk niet opgevraagd. Ze heeft haar beleid intussen echter bijgestuurd. De heffing gebeurt niet indien de ontslagen werknemer zijn opzegperiode uitdoet. In dat geval is er immers geen verbrekingsvergoeding. Die is er namelijk alleen als de ontslagen werknemer meteen wordt vrijgesteld van dienstprestaties. Ze komt overeen met het loon dat hij nog zou kunnen verdiend hebben tijdens de opzegperiode. (Belga)

De 'bijzondere compenserende bijdrage' bestaat sinds 1 januari 2014. Ze wordt geheven op de verbrekingsvergoedingen die worden toegekend aan werknemers die minstens 44.509 euro op jaarbasis verdienen. Voor jaarlonen tussen 44.509 euro en 54.509 euro bedraagt ze 1 procent, voor jaarlonen tussen 54.509 euro en 64.509 euro is dat 2 procent. En voor jaarlonen boven 64.509 euro 3 procent. De bijdrage wordt alleen geheven op het deel van de verbrekingsvergoeding dat slaat op het deel van de loopbaan die na 1 januari 2014 werd opgebouwd. Ze komt toe aan het Fonds Sluiting Ondernemingen, dat werknemers een vergoeding uitkeert indien hun onderneming sluit of failliet gaat zonder de kosten van de verbreking van de arbeidscontracten te betalen. De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de Provinciale en Plaatselijke Overheidsdiensten had de bijdragen aanvankelijk niet opgevraagd. Ze heeft haar beleid intussen echter bijgestuurd. De heffing gebeurt niet indien de ontslagen werknemer zijn opzegperiode uitdoet. In dat geval is er immers geen verbrekingsvergoeding. Die is er namelijk alleen als de ontslagen werknemer meteen wordt vrijgesteld van dienstprestaties. Ze komt overeen met het loon dat hij nog zou kunnen verdiend hebben tijdens de opzegperiode. (Belga)