De werkloosheidsreglementering erkent diverse types van deeltijdse arbeid. Vooreerst heb je de 'onvrijwillig' deeltijdse werknemers. Dit zijn mensen die een deeltijdse job aanvaarden om aan de volledige werkloosheid te ontsnappen. Daarnaast zijn er de 'vrijwillig' deeltijdse werknemers. Dit zijn mensen die bewust kiezen voor een deeltijdse job. Worden de eersten werkloos, dan hebben ze recht op een volledige werkloosheidsvergoeding. In de tweede categorie hebben ze slechts recht op een deeltijdse werkloosheidsvergoeding. Wie werkloos is, zal worden aangezet om opnieuw werk te zoeken. Daarom wil de overheid een werkloosheidsval vermijden. Wie minder zou verdienen door het werk te hervatten, zou zich wellicht liever in de werkloosheid blijven nestelen. En dus doet de RVA desgevallend een bijpassing voor wie toch aan de slag gaat. De bijpassing moet ervoor zorgen dat de totale vergoeding na de werkhervatting even hoog is dan de werkloosheid voor wie een job aanvaardt die minder uren telt dan een 1/3de job. Presteert men meer dan 1/3de job, dan zal de totale vergoeding (loon en inkomensgarantie-uitkering) hoger liggen dan de werkloosheidsvergoeding. Hoe groter het uurrooster, hoe groter het verschil. Er zijn wel inkomensplafonds. Om in aanmerking te komen voor de inkomensgarantie-uitkiering moet men een brutomaandloon krijgen dat lager is dan 1.559,38 euro indien men ten minste 21 jaar is en lager is dan 1.321,60 euro indien men jonger is dan 21 jaar. (Belga)

De werkloosheidsreglementering erkent diverse types van deeltijdse arbeid. Vooreerst heb je de 'onvrijwillig' deeltijdse werknemers. Dit zijn mensen die een deeltijdse job aanvaarden om aan de volledige werkloosheid te ontsnappen. Daarnaast zijn er de 'vrijwillig' deeltijdse werknemers. Dit zijn mensen die bewust kiezen voor een deeltijdse job. Worden de eersten werkloos, dan hebben ze recht op een volledige werkloosheidsvergoeding. In de tweede categorie hebben ze slechts recht op een deeltijdse werkloosheidsvergoeding. Wie werkloos is, zal worden aangezet om opnieuw werk te zoeken. Daarom wil de overheid een werkloosheidsval vermijden. Wie minder zou verdienen door het werk te hervatten, zou zich wellicht liever in de werkloosheid blijven nestelen. En dus doet de RVA desgevallend een bijpassing voor wie toch aan de slag gaat. De bijpassing moet ervoor zorgen dat de totale vergoeding na de werkhervatting even hoog is dan de werkloosheid voor wie een job aanvaardt die minder uren telt dan een 1/3de job. Presteert men meer dan 1/3de job, dan zal de totale vergoeding (loon en inkomensgarantie-uitkering) hoger liggen dan de werkloosheidsvergoeding. Hoe groter het uurrooster, hoe groter het verschil. Er zijn wel inkomensplafonds. Om in aanmerking te komen voor de inkomensgarantie-uitkiering moet men een brutomaandloon krijgen dat lager is dan 1.559,38 euro indien men ten minste 21 jaar is en lager is dan 1.321,60 euro indien men jonger is dan 21 jaar. (Belga)