De generatiesprong, waardoor ouders de nalatenschap van hún ouders rechtstreeks kunnen doorgeven aan hun kinderen - de kleinkinderen van de erflaters - is mogelijk sinds 2013. Bij zo'n operatie moet slechts één keer erfbelasting worden betaald. Maar tot voor kort was er een keerzijde: de kinderen moesten de volledige erfenis verwerpen in het voordeel van hun kinderen. Het was dus niet mogelijk een deel van de nalatenschap te houden en het overige deel door te sluizen naar hun kroost.

Dat is sinds 1 september 2018 niet langer het geval: de kinderen kunnen nu een deel van de geërfde goederen meteen belastingvrij doorgeven aan hún kinderen. De ouders beslissen zelf welk deel, maar er gelden wel enkele voorwaarden. De erflater moet na 31 augustus 2018 overleden zijn, en de schenking dient binnen het jaar te gebeuren. Op de nalatenschap moet bovendien al erfbelasting zijn geheven door het Vlaams Gewest.

De schenking moet gebeuren via een notaris. Zijn authentieke akte moet bewijzen dat de gift effectief binnen het jaar na het overlijden van de erflater is gebeurd. De schenking mag bovendien niet worden gekoppeld aan opschortende voorwaarden of termijnen. De begunstigden moeten afstammelingen zijn: de kleinkinderen of achterkleinkinderen van de erflater. Ook schenkingen aan stief- en zorgkinderen kunnen op die manier belastingvrij gebeuren.

Nooit meer dan de erfenis

De waarde van de schenking mag nooit hoger zijn dan de waarde van de geërfde goederen. Een voorbeeld: dochter Bea erft van haar vader Oscar een effectenportefeuille ter waarde van 100.000 euro. Daarop betaalt ze 6000 euro erfbelasting: 3 procent op de eerste schijf van 50.000 euro, en 9 procent op de overige 50.000 euro. Ze schenkt die portefeuille binnen het jaar na het overlijden van haar vader integraal aan haar dochter Paulien.

Vader Oscar heeft vooral geïnvesteerd in speculatieve technologieaandelen, waardoor de waarde van zijn beleggingen is gestegen tot 110.000 euro. Op het oorspronkelijk geërfde bedrag (100.000 euro) is geen schenkbelasting verschuldigd. Dat betekent een besparing van 3000 euro (100.000 euro x 3%). Op de waardevermeerdering van de portefeuille (110.000 - 100.000 = 10.000 euro) is evenwel nog 300 euro verschuldigd (10.000 euro x 3%).