Het is de tweede wijziging in korte tijd aan het ontslagrecht voor bouwvakkers. Begin dit jaar werd de ontslagperiode voor de arbeiders al verlengd. Wie minder dan zes maanden in dienst is, krijgt nu vier werkdagen tegenover drie werkdagen voordien. Wie tussen zes maanden en drie jaar op zijn actief heeft, heeft nu recht op 16 kalenderdagen in plaats van op 14 kalenderdagen. En zo loopt dat verder op. Wie meer dan twintig jaar op de teller heeft, krijgt nu 64 kalenderdagen in plaats van 56 kalenderdagen. De nieuwe regeling geldt echter enkel voor de arbeidscontracten die zijn gestart vanaf 1 januari 2012. Voor de oude contracten werd voor de start van de opzegperiode bovendien een onderscheid gemaakt tussen mensen met meer en minder dan drie jaar dienst. Voor die laatste ging de opzegtermijn in op eerste werkdag na het opzeggen van de arbeidsovereenkomst, voor de andere op de maandag die volgde op de opzegging. Voor de nieuwe contracten werd geen onderscheid meer gemaakt. Hier ging de opzegperiode sowieso in op de eerste maandag na het ontslag. De bepaling van de eerste werkdag na de opzegging vond echter geen genade bij de Raad van State. Ze werd immers ingevoerd via een koninklijk besluit. En dus kon ze de wet die stelt dat een opzegperiode op maandag diende in te gaan niet tegenspreken. Een koninklijk besluit staat onder een wet. (Belga)

Het is de tweede wijziging in korte tijd aan het ontslagrecht voor bouwvakkers. Begin dit jaar werd de ontslagperiode voor de arbeiders al verlengd. Wie minder dan zes maanden in dienst is, krijgt nu vier werkdagen tegenover drie werkdagen voordien. Wie tussen zes maanden en drie jaar op zijn actief heeft, heeft nu recht op 16 kalenderdagen in plaats van op 14 kalenderdagen. En zo loopt dat verder op. Wie meer dan twintig jaar op de teller heeft, krijgt nu 64 kalenderdagen in plaats van 56 kalenderdagen. De nieuwe regeling geldt echter enkel voor de arbeidscontracten die zijn gestart vanaf 1 januari 2012. Voor de oude contracten werd voor de start van de opzegperiode bovendien een onderscheid gemaakt tussen mensen met meer en minder dan drie jaar dienst. Voor die laatste ging de opzegtermijn in op eerste werkdag na het opzeggen van de arbeidsovereenkomst, voor de andere op de maandag die volgde op de opzegging. Voor de nieuwe contracten werd geen onderscheid meer gemaakt. Hier ging de opzegperiode sowieso in op de eerste maandag na het ontslag. De bepaling van de eerste werkdag na de opzegging vond echter geen genade bij de Raad van State. Ze werd immers ingevoerd via een koninklijk besluit. En dus kon ze de wet die stelt dat een opzegperiode op maandag diende in te gaan niet tegenspreken. Een koninklijk besluit staat onder een wet. (Belga)