In de wetgeving was tot dusver nog altijd sprake van een onweerlegbaar vermoeden dat bedrijfsleiders, gedelegeerd bestuurders, bestuurders en vereffenaars als zelfstandigen werden beschouwd. Daardoor moesten ze ook als zelfstandige sociale bijdragen betalen. In de praktijk liep het echter zo'n vaart niet meer. Als gevolg van rechtspraak werden al uitzonderingen toegestaan. Daarom wordt nu de wetgeving aangepast aan de realiteit. De vennootschapsmandatarissen kunnen dus voortaan aantonen dat zij toch geen zelfstandige beroepsactiviteit in België uitoefenen, waardoor ze geen sociale bijdragen moeten betalen. Ze moeten dan wel bewijzen dat ze hun mandaat zonder winstoogmerk uitoefenen. Er moet in dat geval niet enkel aangetoond worden dat het mandaat geen inkomsten oplevert en er voor hen evenmin door de vennootschap stortingen worden gedaan in een pensioenfonds(kosteloosheid in de feiten), maar ook dat het mandaat geen inkomsten kan opleveren (kosteloosheid in rechte). Dat laatste kan door te verwijzen naar een statutaire bepaling of naar een beslissing van het vennootschapsorgaan dat bevoegd is om de vergoedingen van de mandatarissen vast te stellen zoals de raad van bestuur of de algemene vergadering. Die beslissing moet dan worden gepubliceerd in de bijlagen van het staatsblad, ofwel worden overgemaakt aan het sociale verzekeringsfonds of de RSVZ. (Belga)

In de wetgeving was tot dusver nog altijd sprake van een onweerlegbaar vermoeden dat bedrijfsleiders, gedelegeerd bestuurders, bestuurders en vereffenaars als zelfstandigen werden beschouwd. Daardoor moesten ze ook als zelfstandige sociale bijdragen betalen. In de praktijk liep het echter zo'n vaart niet meer. Als gevolg van rechtspraak werden al uitzonderingen toegestaan. Daarom wordt nu de wetgeving aangepast aan de realiteit. De vennootschapsmandatarissen kunnen dus voortaan aantonen dat zij toch geen zelfstandige beroepsactiviteit in België uitoefenen, waardoor ze geen sociale bijdragen moeten betalen. Ze moeten dan wel bewijzen dat ze hun mandaat zonder winstoogmerk uitoefenen. Er moet in dat geval niet enkel aangetoond worden dat het mandaat geen inkomsten oplevert en er voor hen evenmin door de vennootschap stortingen worden gedaan in een pensioenfonds(kosteloosheid in de feiten), maar ook dat het mandaat geen inkomsten kan opleveren (kosteloosheid in rechte). Dat laatste kan door te verwijzen naar een statutaire bepaling of naar een beslissing van het vennootschapsorgaan dat bevoegd is om de vergoedingen van de mandatarissen vast te stellen zoals de raad van bestuur of de algemene vergadering. Die beslissing moet dan worden gepubliceerd in de bijlagen van het staatsblad, ofwel worden overgemaakt aan het sociale verzekeringsfonds of de RSVZ. (Belga)