Sinds juli 2010 is het mogelijk om zich als zelfstandige te laten vervangen door een tijdelijke vervangkracht. Op zijn hoogtepunt telde het systeem 48 officiële vervangers, maar de laatste jaren kalfde het af tot 8, zo blijkt uit cijfers van de FOD Economie. Onderzoek van NSZ toonde aan dat 74 procent zo'n systeem nodig vindt en dat 46 procent er ook gebruik van zou willen maken. Niettemin was slechts een kwart van de ondernemers op de hoogte van het feit dat zo'n systeem al bestond. Een draagvlak ontbreekt dus niet, maar voor NSZ is er wel werk aan de winkel. Ten eerste moet er komaf gemaakt worden met het huidige register, dat gelinkt is aan de Kruispuntbank voor Ondernemingen (KBO). Een vlot toegankelijke en kosteloze database met online inschrijvingsmogelijkheid die los staat van de KBO, maar beheerd wordt door het RSVZ is daarbij het uitgangspunt. Daarnaast vraag NSZ ook om tijdelijke vervangers die geen ander statuut hebben, het statuut van occasionele helper te geven. Occasionele helpers mogen maximum 90 dagen werken, maar moeten geen sociale bijdragen betalen. Nu betaalt een vervanger die slechts één maand aan de slag is en vervolgens enkele maanden zonder opdrachten zit toch sociale bijdragen voor één kwartaal (minimum 659,61 euro), waardoor het werken als vervanger economisch minder aantrekkelijk wordt. Ook vennootschappen, die nu geen toegang tot het register hebben, zouden moeten worden toegelaten, vindt NSZ. Ook mag een zelfstandige die zich laat vervangen zijn werk niet progressief hervatten, samen met de vervanger. Langzaam de activiteit weer opnemen, bijvoorbeeld na langdurige ziekte, is in het huidige systeem dus niet zo evident. (Belga)

Sinds juli 2010 is het mogelijk om zich als zelfstandige te laten vervangen door een tijdelijke vervangkracht. Op zijn hoogtepunt telde het systeem 48 officiële vervangers, maar de laatste jaren kalfde het af tot 8, zo blijkt uit cijfers van de FOD Economie. Onderzoek van NSZ toonde aan dat 74 procent zo'n systeem nodig vindt en dat 46 procent er ook gebruik van zou willen maken. Niettemin was slechts een kwart van de ondernemers op de hoogte van het feit dat zo'n systeem al bestond. Een draagvlak ontbreekt dus niet, maar voor NSZ is er wel werk aan de winkel. Ten eerste moet er komaf gemaakt worden met het huidige register, dat gelinkt is aan de Kruispuntbank voor Ondernemingen (KBO). Een vlot toegankelijke en kosteloze database met online inschrijvingsmogelijkheid die los staat van de KBO, maar beheerd wordt door het RSVZ is daarbij het uitgangspunt. Daarnaast vraag NSZ ook om tijdelijke vervangers die geen ander statuut hebben, het statuut van occasionele helper te geven. Occasionele helpers mogen maximum 90 dagen werken, maar moeten geen sociale bijdragen betalen. Nu betaalt een vervanger die slechts één maand aan de slag is en vervolgens enkele maanden zonder opdrachten zit toch sociale bijdragen voor één kwartaal (minimum 659,61 euro), waardoor het werken als vervanger economisch minder aantrekkelijk wordt. Ook vennootschappen, die nu geen toegang tot het register hebben, zouden moeten worden toegelaten, vindt NSZ. Ook mag een zelfstandige die zich laat vervangen zijn werk niet progressief hervatten, samen met de vervanger. Langzaam de activiteit weer opnemen, bijvoorbeeld na langdurige ziekte, is in het huidige systeem dus niet zo evident. (Belga)