Er zijn grote verschillen tussen de rechten van getrouwde koppels en die van wettelijke en feitelijke samenwonende koppels, zeker als het over schenken gaat.

Herroepbaar of niet

Zowel getrouwde als samenwonende koppels kunnen bij leven roerende en onroerende goederen schenken, zoals geld, kunst, effecten, een huis of een appartement. Schenkingen tussen getrouwden zijn altijd herroepbaar. De schenker kan op elk ogenblik eisen dat de schenking naar hem terugkeert. Hij hoeft daarvoor geen reden op te geven: hij herroept wat hij wil, en wanneer hij dat wil. De ene huwelijkspartner kan aan de andere evenveel geven via een schenking als via een testament. De schenkbelasting is meestal lager dan de erfbelasting.

"Die regel geldt niet voor wettelijk of feitelijk samenwonenden", zegt Hélène Casman, erfrechtspecialist van Greenille by Laga. "Schenkingen die de ene samenwonende partner aan de andere geeft, zijn onherroepelijk. Voor hen geldt dezelfde regel als voor schenkingen aan kinderen, andere verwanten, een vriend of een goed doel."

Automatisch erven of niet

Ook bij het erven zijn er verschillen tussen samenwonende en getrouwde stellen. Als een koppel wettelijk samenwoont, erft de langstlevende partner in principe alleen het vruchtgebruik van de gezinswoning, met de inboedel. Willen ze meer nalaten aan hun partner, dan moeten de partners een testament opmaken. Woont het koppel feitelijk samen, dan erft de langstlevende partner niets, tenzij er een testament is.

Getrouwde stellen erven automatisch van elkaar. De langstlevende huwelijkspartner erft in principe het vruchtgebruik van alle goederen die de andere nalaat. Zijn er geen kinderen, dan erft de weduwe of de weduwnaar zelfs de volle eigendom van alles wat het koppel samen bezat. Als de partners waren getrouwd met een gemeenschap van goederen, erft de langstlevende partner alles wat ze in gemeenschap bezaten.

'Zijn er alleen verre verwanten, dan erft de langstlevende huwelijkspartner de hele nalatenschap'

Is een kinderloos koppel getrouwd met een scheiding van goederen, dan erft de langstlevende alles wat ze samen hebben aangekocht én het vruchtgebruik op de eigen goederen van de overledene. "Zijn er alleen verre verwanten, dan erft de langstlevende huwelijkspartner de hele nalatenschap", zegt Hélène Casman. "Die regels zijn grotendeels nieuw. Het gaat om een verruiming van het wettelijke erfrecht van de langstlevende echtgenoot. Door die nieuwe regels is het in een aantal gevallen minder belangrijk een testament te maken."

In een testament is het niet meer nodig meer vruchtgebruik toe te kennen dan waarin de wet voorziet, want de regel is toch dat er vruchtgebruik is op alle nagelaten goederen. Wil de ene echtgenoot aan de andere goederen in volle eigendom nalaten, dan kan dat. "Maar dat mag niet ten nadele van de kinderen zijn, die recht blijven hebben op hun reservataire deel", zegt Casman. "Dat reservataire deel bedraagt sinds 1 september de helft van het vermogen van de overledene, voor alle kinderen samen. Zij delen die reserve in gelijke delen."

Een ruimer beschikbaar deel

Ook voor getrouwde stellen wordt het beschikbare deel in het nieuwe erfrecht dus verruimd. Tot voor 1 september hing het beschikbare deel af van het aantal kinderen dat de overledene had. Door de nieuwe wet is het mogelijk de helft van de erfenis aan iemand anders toe te kennen, bijvoorbeeld de partner.

Maar het erfrecht is niet altijd in het voordeel van de langstlevende huwelijkspartner, meent Hélène Casman. "In de zoektocht naar een goed evenwicht tussen de rechten van de kinderen en die van de langstlevende echtgenoot, helt de balans van de nieuwe erfwet niet altijd in het voordeel van de echtgenoot. Die kan bijvoorbeeld geen rechten doen gelden op schenkingen die al gebeurd waren vooraleer hij met de schenker getrouwd was. Kinderen daarentegen kunnen wel rechten doen gelden op schenkingen die aan anderen zijn gedaan vooraleer ze geboren waren."

Sinds 1 september is het ook mogelijk afspraken te maken over de toekomstige nalatenschap

Een voorbeeld. Na zijn echtscheiding schenkt een man zijn huis buiten erfdeel aan zijn enige zoon en behoudt daar het vruchtgebruik over. Later hertrouwt hij en krijgt hij een dochter bij zijn tweede vrouw. Hij overlijdt als zij net twee jaar is. Het huis is dan 500.000 euro waard, maar dat had hij al aan zijn oudste zoon gegeven. Die had altijd gedacht dat zijn vader hem een ruim vermogen zou nalaten, maar dat blijkt niet zo te zijn. Hij heeft slechte zaken en ongelukkige beleggingen gedaan, en te veel geld uitgegeven. Bij zijn overlijden heeft hij nog enkel 100.000 euro op zijn bankrekening staan.

De kinderen hebben samen recht op de helft van zijn totale vermogen. Dat is de helft van 600.000 euro (het huis plus het geld). De reserve bedraagt dus 300.000 euro. Elk kind moet minimaal 150.000 euro krijgen. De dochter krijgt de 100.000 euro die nog over is, plus 50.000 euro, die haar halfbroer haar moet uitbetalen. De weduwe krijgt het vruchtgebruik op die 100.000 euro. Ze krijgt geen vruchtgebruik op het huis, omdat de man dat al geschonken had vooraleer hij met haar trouwde.

Erfovereenkomst

Sinds 1 september is het ook mogelijk afspraken te maken over de toekomstige nalatenschap. "De erfovereenkomst heeft niet alleen betrekking op de huwelijkspartners, maar ook op hun kinderen", zegt Casman. "Het gaat vooral over de schenkingen aan de kinderen." Daarnaast zijn er punctuele erfovereenkomsten die erop gericht zijn een toekomstige erfgenaam aan bepaalde rechten te laten verzaken, bijvoorbeeld aan het recht om een schenking te betwisten of om een vruchtgebruik te eisen.

"Er is ook een punctuele erfovereenkomst mogelijk in een huwelijkscontract, het zogenoemde Valkeniersbeding", zegt Hélène Casman. "Met zo'n overeenkomst spreken de echtgenoten in het huwelijkscontract af wat er gebeurt als een van hen overlijdt. Zo'n overeenkomst is alleen toegelaten als er kinderen uit een vorige relatie zijn."

Casman geeft het voorbeeld van een vrouw die drie kinderen heeft uit een eerste huwelijk. Ze hertrouwt en haar man trekt in haar huis. De echtgenoten komen overeen dat, als de vrouw zou overlijden, de man geen rechten in haar nalatenschap zal hebben, zelfs niet het vruchtgebruik van de woning. Hij kan in het huwelijkscontract verzaken aan het vruchtgebruik op alles wat aan zijn vrouw toebehoort. Het enige wat hem niet kan worden afgenomen, is het recht gedurende een tijd in het huis te wonen, na het overlijden van zijn partner.

De echtgenoten bepalen hoelang de man in het huis mag blijven wonen. Staat er geen minimumperiode in het huwelijkscontract, dan moet de man zes maanden in het huis kunnen blijven wonen vooraleer de kinderen hem kunnen verplichten het huis te verlaten.