Handelaars hebben een voorrecht op het verkochte materiaal zolang dit niet betaald is. Dat betekent dat bij een beslaglegging of een uitwinning na een faillissement de opbrengst van de doorverkoop van het goed eerst moet worden gebruikt om de uitstaande factuur te betalen. Alleen de eventuele overschotten komen dan terecht bij de beslaglegger of in de boedel. Dit voorrecht kent wel beperkingen. Zo moet het materiaal zich op dat moment nog steeds in het vermogen van de koper bevinden. Dit betekent dat ze op het moment van de uitwinning nog niet mogen doorverkocht of verwerkt zijn. Voorts slaat het voorrecht alleen op roerende goederen en niet op onroerende goederen. Een aantal roerende goederen kan door gebruik echter onroerend worden gemaakt. Denk maar aan rekken die in een magazijn vastgemaakt worden aan de muur. Of machines die worden verankerd aan de vloer. Om het voorrecht in die gevallen toch te behouden, diende de verkoper tot voor kort binnen de vijftien dagen na de levering een eensluidend verklaard afschrift van de factuur neer te leggen bij de rechtbank van koophandel. Die moest ze vervolgens opnemen in een register dat publiek geraadpleegd kon worden. Deze verplichting is sinds 1 september echter afgeschaft. Voortaan blijft de verkoper zijn voorrecht zonder formaliteit behouden gedurende vijf jaar. Deze periode gaat in vanaf de levering. De administratieve vereenvoudiging moet ook de werklast bij de rechtbanken verminderen. (Belga)

Handelaars hebben een voorrecht op het verkochte materiaal zolang dit niet betaald is. Dat betekent dat bij een beslaglegging of een uitwinning na een faillissement de opbrengst van de doorverkoop van het goed eerst moet worden gebruikt om de uitstaande factuur te betalen. Alleen de eventuele overschotten komen dan terecht bij de beslaglegger of in de boedel. Dit voorrecht kent wel beperkingen. Zo moet het materiaal zich op dat moment nog steeds in het vermogen van de koper bevinden. Dit betekent dat ze op het moment van de uitwinning nog niet mogen doorverkocht of verwerkt zijn. Voorts slaat het voorrecht alleen op roerende goederen en niet op onroerende goederen. Een aantal roerende goederen kan door gebruik echter onroerend worden gemaakt. Denk maar aan rekken die in een magazijn vastgemaakt worden aan de muur. Of machines die worden verankerd aan de vloer. Om het voorrecht in die gevallen toch te behouden, diende de verkoper tot voor kort binnen de vijftien dagen na de levering een eensluidend verklaard afschrift van de factuur neer te leggen bij de rechtbank van koophandel. Die moest ze vervolgens opnemen in een register dat publiek geraadpleegd kon worden. Deze verplichting is sinds 1 september echter afgeschaft. Voortaan blijft de verkoper zijn voorrecht zonder formaliteit behouden gedurende vijf jaar. Deze periode gaat in vanaf de levering. De administratieve vereenvoudiging moet ook de werklast bij de rechtbanken verminderen. (Belga)