• De vreselijke beelden van de overstromingen in België in juli 2021 staan op het collectieve netvlies gebrand. Moeten we ons door de klimaatverandering aan nog meer van dergelijke extreme gebeurtenissen verwachten?

Heidi Delobelle: Het is nog te vroeg om dit met zekerheid te bevestigen, maar het is duidelijk dat de aaneenschakeling van natuurrampen in België een nooit eerder gezien fenomeen is: droogte in 2020, overstromingen in 2021 en nu al een hele reeks stormen in 2022. Deze gebeurtenissen lijken mekaar steeds heviger en steeds sneller op te volgen, wat uiteraard vragen oproept met betrekking tot de verzekerbaarheid. Normaal zijn dergelijke rampen niet verzekerbaar, maar de wet van 2006 heeft een basisdekking ingevoerd. Dit wetgevend kader houdt echter geen rekening met een herhaling van dergelijke gebeurtenissen op grote schaal.

Philippe Lallemand: De verschrikkelijke overstromingen van de zomer van 2021 hebben duidelijk gemaakt dat de wet van 2006 slecht afgesteld is. De directe materiële kosten worden geraamd op 2 miljard euro. De verzekeringssector heeft ermee ingestemd het voorziene interventieplafond op te trekken van 300 naar 650 miljoen en Wallonië een lening van 1 miljard zonder interesten toe te kennen. Dat maakt natuurlijk deel uit van onze maatschappelijke rol als verzekeraar, maar stelt wel een probleem rond het risicobeheer, dat essentieel is in onze activiteit. Een hervorming van de wetgeving dringt zich dan ook op. We zijn voorstanders van een raketconcept met vier niveaus op het vlak van tussenkomsten: verzekeraars, herverzekeraars, nationale overheden en het Europese niveau. Het doel is tweeledig: een duidelijke verdeling van de verantwoordelijkheden en een heel snelle, degelijke en blijvende oplossing ten overstaan van de evolutie van dergelijke extreme risico's.

Hilde Vernaillen: Het is duidelijk dat de wet van 2006 moet worden herzien en dat we moeten streven naar een nauwere samenwerking tussen de overheid en de privésector. Daarbij mogen we echter niet overhaast te werk gaan. Dit zijn hervormingen van lange adem, zeker omdat er sinds het rampenfonds aan de gewesten is overgedragen, verschillende bevoegdheidsniveaus betrokken zijn. We zijn nog maar net klaar met de herziening van het regelgevende kader, die werd opgestart na de aanslagen van 2016 in Brussel. Overigens hebben we als verzekeraar ook een preventierol te vervullen, die zich onder andere vertaalt in de opname van duurzaamheidscriteria in het beheer van onze beleggingsportefeuilles om de duurzame transitie te versnellen en de klimaatverandering af te remmen.

© Getty Images
  • Wereldwijd is de uitbraak van de pandemie ontegensprekelijk het grootste voorval van de laatste jaren. Welke rol heeft de verzekeringssector hier te vervullen?

Philippe Lallemand: Uiteraard was onze eerste zorg, net als bij elke andere verantwoordelijke onderneming, de veiligheid van onze medewerkers. Vervolgens hebben we een heleboel maatregelen getroffen om onze verzekerden bij te staan en de ondernemingen en bij uitbreiding de meest getroffen sectoren van de maatschappij te ondersteunen. Als verzekeraar hebben we vastgesteld dat het gezondheidsrisico nieuwe oplossingen vergt, temeer omdat dergelijke pandemieën volgens sommige deskundigen in de toekomst niet uit te sluiten zijn. Maar om de verzekeraars in staat te stellen hun maatschappelijke doelstelling inzake risicodekking te vervullen, is een regelgevend kader nodig dat de rol van alle betrokkenen duidelijk afbakent.

Heidi Delobelle: De pandemie heeft ook het probleem van de psychologische aandoeningen scherper doen uitkomen. Als verzekeraar ontwikkelen we programma's om de werkgevers te helpen om de terugkeer naar het werk na een lange afwezigheid vlotter te laten verlopen en het welzijn van de werknemers te verbeteren. Overigens komen dergelijke maatregelen alle betrokken partijen ten goede: de werknemer (die zich beter in zijn vel voelt), de werkgever (die met minder afwezigheden van zijn personeel te kampen heeft) en de verzekeraar (die minder schadegevallen moet vergoeden).

© Getty Images
  • Ook cybercriminaliteit wordt voor diverse actoren een steeds concretere dreiging. Wat is uw rol als verzekeraar?

Heidi Delobelle: Net als de klimaat- of de gezondheidsrisico's schept ook dit thema kansen voor de sector. De vraag is groot, maar ook in dit geval worden de verzekeraars afgeremd door het gebrek aan een duidelijke regelgeving. Het is dus niet vanzelfsprekend om een dekking samen te stellen die aan de behoeften van de organisaties beantwoordt.

Hilde Vernaillen: Bij de actoren die dergelijke verzekeringen aanbieden, stellen we twee grote tendensen vast. Ten eerste is preventie bepalend en is de dekking onderhevig aan audits. Ten tweede geven de verzekerden de voorkeur aan een vergoeding in natura (m.a.w. herstelling van hun systemen). Dat stellen we trouwens ook op andere gebieden vast. In het geval van een brandverzekering bijvoorbeeld verkiezen de verzekerden herstelling boven financiële tussenkomst, ook al is dat in België niet altijd evident door het gebrek aan grote netwerken van herstellingsbedrijven.

© Getty Images

DECAVI organiseert een uniek evenement in de Belgische verzekeringswereld: de DECAVI-trofeeën, die de beste verzekeringsproducten van het afgelopen jaar in diverse productcategorieën bekronen. Meer informatie over het evenement van 27/04/2022 vindt u hier.

Heidi Delobelle: Het is nog te vroeg om dit met zekerheid te bevestigen, maar het is duidelijk dat de aaneenschakeling van natuurrampen in België een nooit eerder gezien fenomeen is: droogte in 2020, overstromingen in 2021 en nu al een hele reeks stormen in 2022. Deze gebeurtenissen lijken mekaar steeds heviger en steeds sneller op te volgen, wat uiteraard vragen oproept met betrekking tot de verzekerbaarheid. Normaal zijn dergelijke rampen niet verzekerbaar, maar de wet van 2006 heeft een basisdekking ingevoerd. Dit wetgevend kader houdt echter geen rekening met een herhaling van dergelijke gebeurtenissen op grote schaal.Philippe Lallemand: De verschrikkelijke overstromingen van de zomer van 2021 hebben duidelijk gemaakt dat de wet van 2006 slecht afgesteld is. De directe materiële kosten worden geraamd op 2 miljard euro. De verzekeringssector heeft ermee ingestemd het voorziene interventieplafond op te trekken van 300 naar 650 miljoen en Wallonië een lening van 1 miljard zonder interesten toe te kennen. Dat maakt natuurlijk deel uit van onze maatschappelijke rol als verzekeraar, maar stelt wel een probleem rond het risicobeheer, dat essentieel is in onze activiteit. Een hervorming van de wetgeving dringt zich dan ook op. We zijn voorstanders van een raketconcept met vier niveaus op het vlak van tussenkomsten: verzekeraars, herverzekeraars, nationale overheden en het Europese niveau. Het doel is tweeledig: een duidelijke verdeling van de verantwoordelijkheden en een heel snelle, degelijke en blijvende oplossing ten overstaan van de evolutie van dergelijke extreme risico's. Hilde Vernaillen: Het is duidelijk dat de wet van 2006 moet worden herzien en dat we moeten streven naar een nauwere samenwerking tussen de overheid en de privésector. Daarbij mogen we echter niet overhaast te werk gaan. Dit zijn hervormingen van lange adem, zeker omdat er sinds het rampenfonds aan de gewesten is overgedragen, verschillende bevoegdheidsniveaus betrokken zijn. We zijn nog maar net klaar met de herziening van het regelgevende kader, die werd opgestart na de aanslagen van 2016 in Brussel. Overigens hebben we als verzekeraar ook een preventierol te vervullen, die zich onder andere vertaalt in de opname van duurzaamheidscriteria in het beheer van onze beleggingsportefeuilles om de duurzame transitie te versnellen en de klimaatverandering af te remmen.Philippe Lallemand: Uiteraard was onze eerste zorg, net als bij elke andere verantwoordelijke onderneming, de veiligheid van onze medewerkers. Vervolgens hebben we een heleboel maatregelen getroffen om onze verzekerden bij te staan en de ondernemingen en bij uitbreiding de meest getroffen sectoren van de maatschappij te ondersteunen. Als verzekeraar hebben we vastgesteld dat het gezondheidsrisico nieuwe oplossingen vergt, temeer omdat dergelijke pandemieën volgens sommige deskundigen in de toekomst niet uit te sluiten zijn. Maar om de verzekeraars in staat te stellen hun maatschappelijke doelstelling inzake risicodekking te vervullen, is een regelgevend kader nodig dat de rol van alle betrokkenen duidelijk afbakent.Heidi Delobelle: De pandemie heeft ook het probleem van de psychologische aandoeningen scherper doen uitkomen. Als verzekeraar ontwikkelen we programma's om de werkgevers te helpen om de terugkeer naar het werk na een lange afwezigheid vlotter te laten verlopen en het welzijn van de werknemers te verbeteren. Overigens komen dergelijke maatregelen alle betrokken partijen ten goede: de werknemer (die zich beter in zijn vel voelt), de werkgever (die met minder afwezigheden van zijn personeel te kampen heeft) en de verzekeraar (die minder schadegevallen moet vergoeden).Heidi Delobelle: Net als de klimaat- of de gezondheidsrisico's schept ook dit thema kansen voor de sector. De vraag is groot, maar ook in dit geval worden de verzekeraars afgeremd door het gebrek aan een duidelijke regelgeving. Het is dus niet vanzelfsprekend om een dekking samen te stellen die aan de behoeften van de organisaties beantwoordt.Hilde Vernaillen: Bij de actoren die dergelijke verzekeringen aanbieden, stellen we twee grote tendensen vast. Ten eerste is preventie bepalend en is de dekking onderhevig aan audits. Ten tweede geven de verzekerden de voorkeur aan een vergoeding in natura (m.a.w. herstelling van hun systemen). Dat stellen we trouwens ook op andere gebieden vast. In het geval van een brandverzekering bijvoorbeeld verkiezen de verzekerden herstelling boven financiële tussenkomst, ook al is dat in België niet altijd evident door het gebrek aan grote netwerken van herstellingsbedrijven.