De taks was één van de eerste wapenfeiten van de regering-Di Rupo. Het gaat om een bijkomende heffing van 4 procent op alle roerende inkomsten wanneer deze in 2012 meer bedroegen dan 20.020 euro. De taks moest gezien worden als een alternatief voor de fel omstreden vermogensbelasting. Wie anoniem wenste te blijven, kon ervoor opteren de extra belasting van 4 procent te betalen op zijn roerende inkomsten. HIj betaalde dan 25 in plaats van 21 procent roerende voorheffing. De regeling werd ondertussen alweer naar de prullenmand verwezen. Voortaan betaalt iedereen 25 procent roerende voorheffing. Alleen de spaarboekjes ontspringen de dans. De krant De Standaard hield een rondvraag bij de vier grootbanken, en daaruit blijkt dat vorig jaar 81.500 Belgen ervoor kozen de rijkentaks te betalen via hun bank. Bij een aantal banken gaat het om minder dan 1 procent van het totaal aantal particuliere klanten. Vooral de klanten van Belfius kozen ervoor de taks te betalen. Daar waar de grootbanken zonder probleem de cijfers publiek maakten, was dat bij de zogenaamde private banken die zich specialiseren in het beheer van vermogende klanten veel minder het geval. Enkel Bank Delen reageerde op de rondvraag van De Standaard. Ondertussen blijft het debat over de zin of onzin van het belasten van de grote vermogen als gevolg van de crisis brandend actueel. (MVL)