In de Europese Unie geldt het vrije verkeer van werknemers. Dit betekent dat elke onderdaan van een lidstaat zich in een andere lidstaat mag vestigen om er te werken. Het houdt ook een gelijke behandeling in, onder meer qua toegang tot werk en arbeidsvoorwaarden. Op dit principe bestaat een uitzondering. Voor inwoners van nieuwe lidstaten van de Europese Unie kan een overgangsperiode van maximum zeven jaar worden opgelegd om te vermijden dat ze andere arbeidsmarkten gaan overspoelen en ontwrichten. Voor Bulgaren en Roemenen is deze overgangstermijn op 1 januari 2014 verstreken. Bulgarije en Roemenië werden immers op 1 januari 2007 lid van de Unie. Tot nog toe dienden Bulgaren en Roemenen een arbeidskaart te hebben om zich als werknemer in België te melden. Die vergunning kon voor een periode van maximum twaalf maanden worden toegekend, al is ze in de meeste gevallen wel verlengbaar. Er bestaan drie types van arbeidskaarten. De arbeidskaart A geeft je de toelating om gelijk welk beroep in loondienst uit te oefenen bij om het even welke werkgever en dit voor een onbeperkte duur. De aflevering van de kaart is wel aan zeer strikte voorwaarden gebonden. Ze kan slechts worden toegekend aan buitenlandse werknemers die reeds meerdere jaren in België hebben gewerkt met een arbeidskaart B. De arbeidskaart B verleent toestemming om één welbepaalde betrekking uit te oefenen bij één welbepaalde werkgever die hiertoe vooraf een arbeidsvergunning heeft bekomen. En de arbeidskaart C geeft opnieuw de toelating om gelijk wel beroep in loondienst uit te oefenen bij gelijk welke werkgever. Ze wordt alleen gegeven voor wie naar België is gekomen in het kader van een gezinshereniging of als student. Voor onderdanen uit Kroatië, dat pas op 1 juli 2013 lid werd van de Europese Unie, blijft de verplichte arbeidskaart van kracht. (Belga)

In de Europese Unie geldt het vrije verkeer van werknemers. Dit betekent dat elke onderdaan van een lidstaat zich in een andere lidstaat mag vestigen om er te werken. Het houdt ook een gelijke behandeling in, onder meer qua toegang tot werk en arbeidsvoorwaarden. Op dit principe bestaat een uitzondering. Voor inwoners van nieuwe lidstaten van de Europese Unie kan een overgangsperiode van maximum zeven jaar worden opgelegd om te vermijden dat ze andere arbeidsmarkten gaan overspoelen en ontwrichten. Voor Bulgaren en Roemenen is deze overgangstermijn op 1 januari 2014 verstreken. Bulgarije en Roemenië werden immers op 1 januari 2007 lid van de Unie. Tot nog toe dienden Bulgaren en Roemenen een arbeidskaart te hebben om zich als werknemer in België te melden. Die vergunning kon voor een periode van maximum twaalf maanden worden toegekend, al is ze in de meeste gevallen wel verlengbaar. Er bestaan drie types van arbeidskaarten. De arbeidskaart A geeft je de toelating om gelijk welk beroep in loondienst uit te oefenen bij om het even welke werkgever en dit voor een onbeperkte duur. De aflevering van de kaart is wel aan zeer strikte voorwaarden gebonden. Ze kan slechts worden toegekend aan buitenlandse werknemers die reeds meerdere jaren in België hebben gewerkt met een arbeidskaart B. De arbeidskaart B verleent toestemming om één welbepaalde betrekking uit te oefenen bij één welbepaalde werkgever die hiertoe vooraf een arbeidsvergunning heeft bekomen. En de arbeidskaart C geeft opnieuw de toelating om gelijk wel beroep in loondienst uit te oefenen bij gelijk welke werkgever. Ze wordt alleen gegeven voor wie naar België is gekomen in het kader van een gezinshereniging of als student. Voor onderdanen uit Kroatië, dat pas op 1 juli 2013 lid werd van de Europese Unie, blijft de verplichte arbeidskaart van kracht. (Belga)