De Schot Martin Gilbert (62) denkt met plezier terug aan de jaren tachtig, toen hij samen met enkele kompanen de vermogensbeheerder Aberdeen oprichtte: "We zaten met drie man in een leuk optrekje in de West End van Aberdeen, dicht bij de winkels en de restaurants. 's Middags gingen we lekker lunchen. It was great fun."
...

De Schot Martin Gilbert (62) denkt met plezier terug aan de jaren tachtig, toen hij samen met enkele kompanen de vermogensbeheerder Aberdeen oprichtte: "We zaten met drie man in een leuk optrekje in de West End van Aberdeen, dicht bij de winkels en de restaurants. 's Middags gingen we lekker lunchen. It was great fun."Vorig jaar fuseerde Aberdeen Asset Management met de Schotse verzekeraar Standard Life. Voor Aberdeen was schaalgrootte de belangrijkste reden voor de fusie. Standard Life wilde zich omvormen van verzekeraar tot investeerder. Samen vormen ze nu de grootste actieve fondsenbeheerder van het Verenigd Koninkrijk, met 576 miljard pond activa onder beheer en 9000 medewerkers wereldwijd in dienst. De tijd van de gezellige etentjes in de West End is lang voorbij. Maar dat betekent niet dat Gilbert niet gelooft in de toekomst van kleine beheerders. "Een kleine investeringsboetiek met een beperkt aantal producten en een beperkt aantal kantoren is nog altijd het meest rendabele model in assetmanagement", zegt hij tijdens een gesprek in Brussel. "Eenmaal je groter wordt, ben je genoodzaakt te blijven groeien. Daarom zijn wij vorig jaar samengegaan met Standard Life. Maar geloof me, een groot huis managen is veel moeilijker dan een kleine boetiek leiden." MARTIN GILBERT: "Niemand wil in het tussensegment zitten, geklemd tussen de grote spelers en de kleine boetieks. Voldoende schaalgrootte is een must om rendabel te werken. Enerzijds kampen fondsenbeheerders met de concurrentie van het passief beheer (trackers die een index volgen, nvdr), waardoor er een grote druk is op hun fee-inkomsten.""Anderzijds zijn de kosten verbonden aan risicomanagement en regulering fors gestegen. De interne kosten voor risicobeheer zijn buitensporig geworden. En een regulering als MiFID 2 heeft tot gevolg dat fondsenbeheerders en zakenbanken hun research zelf moeten bekostigen. Dat zal volgens mij nog tot veel banen kosten. Als nu dertien analisten een bepaalde sector volgen, zullen dat er straks misschien nog tien zijn." GILBERT: "We mikken op een kostenbesparing van 250 miljoen pond over een periode van drie jaar, op een totaal van 1,8 miljard pond kosten. We zitten goed op schema om dat te realiseren. Los van de fusie stroomlijnen we ook alle processen. Dat is het gekke aan vermogensbeheer. Het is niet zozeer het beheer van de middelen dat geld kost, het is alles wat daarna komt: het kopen en verkopen, het updaten van de portefeuilles, de relatie met de distributie..." GILBERT: "Grote beheerders zullen nog groter worden. En kleine boetieks die goede prestaties kunnen voorleggen, zullen zeer rendabel blijven. Ik zie ook een evolutie naar onlineplatformen die rechtstreeks met particulieren werken. In het Verenigd Koninkrijk financierden de fondsenverdelers hun klantenadvies met de retrocessies die ze ontvingen. Nu die weggevallen zijn, geven ze geen financieel advies meer aan een groot aantal mensen. Die trachten wij te bereiken via directe onlineplatformen waarop mensen zelf opdrachten kunnen plaatsen, en een beroep kunnen doen op een beperkt advies." GILBERT: "Niet meteen. In de meeste landen van Europa loopt het financieel advies via de banken. Zij kunnen de kosten van hun advies op fee-basis aan de klanten aanrekenen. Europa zal dus niet snel evolueren naar een situatie zoals in het VK, waar vele miljoenen mensen gewoon geen advies meer krijgen omdat hun vermogens niet groot genoeg zijn. Daarnaast zou het als vermogensbeheerder niet verstandig zijn in Europa via onlineplatformen de concurrentie met de banken aan te gaan. Zij verdelen ook onze producten. Het zou kunnen dat de relatie tussen vermogensbeheerders en banken verandert, maar dat zal een langzaam proces zijn." GILBERT: "Wij hebben een vrij duur model. Wij tellen een duizendtal gespecialiseerde vermogensbeheerders, verdeeld over vijftig locaties. Dat heeft zijn prijs. Je zou ook alles kunnen centraliseren op één plaats, maar ik weet niet of een klant in Azië het zo leuk zou vinden als zijn beheerder zich ergens ver weg in het VK bevindt. Wij hebben ervoor gekozen als beheerder dicht bij de klant te zitten. Dat is vanuit een perspectief van winstgevendheid niet eenvoudig." GILBERT: "Het zijn geen gemakkelijke tijden, maar op lange termijn oog de toekomst mooi. Ik ben liever een vermogensbeheerder dan een zakenbank. Er zijn steeds meer mensen die een vermogen opbouwen, en al die mensen hebben behoefte aan advies om hun geld goed te beheren. Mensen moeten langer werken en meer sparen om hun pensioen veilig te stellen. Daarom zeg ik tegen jonge mensen die denken aan een carrière in de financiële sector: kies voor assetmanagement." GILBERT: "Als het tot een correctie op de financiële markten komt, zullen er allicht meer fusies plaatsvinden. Maar op dit moment voelen Amerikaanse beheerders niet echt de behoefte aan consolidatie. Ze hebben een ongelooflijke interessante thuismarkt. De helft van de rijkdom in de wereld zit bij vermogende Amerikaanse families. Daarna volgen het VK, Canada en Japan. Europa is minder interessant voor vermogensbeheerders, omdat de vermogende klanten vooral bij de banken zitten." GILBERT: "Ik ben altijd een grote voorstander geweest van multi-asset allocation: de spreiding van vermogens over zo veel mogelijk activa. Er is een periode geweest dat de sector meer geloofde in specialisatie. Je moest kiezen voor de groeimarkten of voor specifieke sectoren. Ik ben blij dat men daarvan is teruggekomen. Multi-assetallocatie lijkt mij beter voor de klant."