Maar mag het toch iets meer zijn? Of beter: iets meer worden? We zitten immers nog een heel eind van de 10 tot 20% die eind vorig jaar in heel wat prognoses van analisten terug te vinden was. We weten welke factoren tijdens de eerste drie maanden van het jaar een rem op de prestatie van de aandelenmarkten hebben gezet. Ze hebben er in elk geval voor gezorgd dat de appetijt van de beleggers voor risicokapitaal nog niet terug is. De mislukte beursgang van Taminco was daar overigens een pijnlijke illustratie van.

Waarom kiezen beleggers nog niet voluit voor de beurs? Ze hebben er toch duidelijk zin in. Voor de Beleggerscompetitie hebben zich bijna 22.000 spelers ingeschreven. Het gaat natuurlijk wel om fictief kapitaal. De winsten, maar vooral ook de verliezen zijn niet echt. Als we naar de rangschikking kijken, moeten we echter wel vaststellen dat er met een fictief kapitaal toch aantrekkelijke fictieve winsten worden gemaakt. Met nepgeld wordt er natuurlijk wel iets meer risico genomen dan met echt kapitaal. Wie een spelletje Monopolie wil winnen, gooit ongetwijfeld ook alle principes van de goede huisvader overboord wanneer hij drie hotels op Brussel Nieuwstraat en Antwerpen Meir zet en daarvoor bijna zijn hele hebben en houden in hypotheek geeft.

De beurs is echter geen spel. Beleggers moeten bij hun beslissingen rekening houden met de harde realiteit. Met de cijfers. En ook die wijzen er op dat er voldoende reden is om meer vertrouwen te hebben in het economisch herstel en in de prestaties van de financiële markten. Uit nieuwe macro-economische rapporten die vorige week gepubliceerd werden, blijkt dat zowel de Duitse als de Belgische ondernemers meer vertrouwen hebben in de economische vooruitzichten. De Belgische ondernemer is sinds de zomer van 2008 niet meer zo optimistisch geweest. En het vertrouwen wordt breed gedragen, want de meeste sectorfederaties bevestigen de tendens. Dat is goed nieuws voor Europa. België wordt door het open karakter van zijn economie immers gezien als een belangrijke graadmeter voor de gezondheid van de Europese economie.

Ten slotte is er nog Griekenland. Eind vorige week slaagden de politici er na weken van geruzie dan toch in om een akkoord te vinden over de schuldproblematiek van het land. Maar lagen beleggers daar eigenlijk wakker van? Een beetje misschien wel, maar toch niet al te lang. De onweerswolken boven Zuid-Europa hadden immers ook een zilveren randje. Voor sommige politici mag de verzwakking van de euro dan al een kras op hun ziel zijn, voor de meeste ondernemers is ze een welkom geschenk. Met de afschaffing van hun nationale munt hebben de landen van de eurozone het devaluatiewapen om hun concurrentiepositie te verdedigen, uit handen gegeven. Met de recente koerszwakte van de Europese eenheidsmunt kunnen ze daar alsnog een graantje van meepikken. En dat is goed nieuws voor bedrijven als bijvoorbeeld Barco.

Kortom: al is er geen reden voor euforie, een en ander moet er wel voor zorgen dat we kunnen blijven spreken van een gestaag economische herstel dat van inflatoire druk gespaard blijft. En dat is nog steeds de ideale voedingsbodem voor mooie koerswinsten. Laten we dan ook van de eerste lentezon profiteren om te zaaien en te planten.

Maar mag het toch iets meer zijn? Of beter: iets meer worden? We zitten immers nog een heel eind van de 10 tot 20% die eind vorig jaar in heel wat prognoses van analisten terug te vinden was. We weten welke factoren tijdens de eerste drie maanden van het jaar een rem op de prestatie van de aandelenmarkten hebben gezet. Ze hebben er in elk geval voor gezorgd dat de appetijt van de beleggers voor risicokapitaal nog niet terug is. De mislukte beursgang van Taminco was daar overigens een pijnlijke illustratie van. Waarom kiezen beleggers nog niet voluit voor de beurs? Ze hebben er toch duidelijk zin in. Voor de Beleggerscompetitie hebben zich bijna 22.000 spelers ingeschreven. Het gaat natuurlijk wel om fictief kapitaal. De winsten, maar vooral ook de verliezen zijn niet echt. Als we naar de rangschikking kijken, moeten we echter wel vaststellen dat er met een fictief kapitaal toch aantrekkelijke fictieve winsten worden gemaakt. Met nepgeld wordt er natuurlijk wel iets meer risico genomen dan met echt kapitaal. Wie een spelletje Monopolie wil winnen, gooit ongetwijfeld ook alle principes van de goede huisvader overboord wanneer hij drie hotels op Brussel Nieuwstraat en Antwerpen Meir zet en daarvoor bijna zijn hele hebben en houden in hypotheek geeft. De beurs is echter geen spel. Beleggers moeten bij hun beslissingen rekening houden met de harde realiteit. Met de cijfers. En ook die wijzen er op dat er voldoende reden is om meer vertrouwen te hebben in het economisch herstel en in de prestaties van de financiële markten. Uit nieuwe macro-economische rapporten die vorige week gepubliceerd werden, blijkt dat zowel de Duitse als de Belgische ondernemers meer vertrouwen hebben in de economische vooruitzichten. De Belgische ondernemer is sinds de zomer van 2008 niet meer zo optimistisch geweest. En het vertrouwen wordt breed gedragen, want de meeste sectorfederaties bevestigen de tendens. Dat is goed nieuws voor Europa. België wordt door het open karakter van zijn economie immers gezien als een belangrijke graadmeter voor de gezondheid van de Europese economie. Ten slotte is er nog Griekenland. Eind vorige week slaagden de politici er na weken van geruzie dan toch in om een akkoord te vinden over de schuldproblematiek van het land. Maar lagen beleggers daar eigenlijk wakker van? Een beetje misschien wel, maar toch niet al te lang. De onweerswolken boven Zuid-Europa hadden immers ook een zilveren randje. Voor sommige politici mag de verzwakking van de euro dan al een kras op hun ziel zijn, voor de meeste ondernemers is ze een welkom geschenk. Met de afschaffing van hun nationale munt hebben de landen van de eurozone het devaluatiewapen om hun concurrentiepositie te verdedigen, uit handen gegeven. Met de recente koerszwakte van de Europese eenheidsmunt kunnen ze daar alsnog een graantje van meepikken. En dat is goed nieuws voor bedrijven als bijvoorbeeld Barco. Kortom: al is er geen reden voor euforie, een en ander moet er wel voor zorgen dat we kunnen blijven spreken van een gestaag economische herstel dat van inflatoire druk gespaard blijft. En dat is nog steeds de ideale voedingsbodem voor mooie koerswinsten. Laten we dan ook van de eerste lentezon profiteren om te zaaien en te planten.