Het onderwijs begint vanavond aan de Paasvakantie. Meteen kan de discussie over de vele vakantiedagen voor het onderwijzend personeel weer starten. Of er kan een boompje worden opgezet over hun verdiensten. Een minder gebruikelijke manier om de zaken te bekijken, is het bedrag aan leerkrachtenloon dat per leerling wordt betaald. Voor het lager onderwijs leert het OESO-onderzoek over 2010 dat een Vlaamse scholier 3556 dollar aan loon kostte, wat tegen de wisselkoers van het onderzoek (0,71 euro per dollar), neerkwam op 2525 euro. Een Waalse scholier kwam aan 3452. In de OESO, die de twintig best ontwikkelde industrielanden in de wereld volgt, ging alleen Luxemburg nog hoger met 9404 dollar. Het gemiddelde in de OESO lag op 2307 dollar. Voor het lager en hoger secundair waren de resultaten analoog. In het lager secundair kostte een Vlaamse leerling op jaarbasis omgerekend 5440 dollar, een Waalse 5281 en een Luxemburgse 11.145. Enkele andere vergelijkingspunten: een Amerikaanse leerling vergde 3223 dollar aan loonkosten, een Japanse 3207 en een Franse 2368. In deze berekening spelen uiteraard veel factoren. De verloning van het onderwijzend personeel is slechts een zaak. De grootte van de klassen speelt ook een grote rol. Net als het totaal aantal uren dat de leerlingen per week of per jaar les krijgen en het aantal leerkrachten dat nodig is om dit lessenpakket in te vullen. (Belga)

Het onderwijs begint vanavond aan de Paasvakantie. Meteen kan de discussie over de vele vakantiedagen voor het onderwijzend personeel weer starten. Of er kan een boompje worden opgezet over hun verdiensten. Een minder gebruikelijke manier om de zaken te bekijken, is het bedrag aan leerkrachtenloon dat per leerling wordt betaald. Voor het lager onderwijs leert het OESO-onderzoek over 2010 dat een Vlaamse scholier 3556 dollar aan loon kostte, wat tegen de wisselkoers van het onderzoek (0,71 euro per dollar), neerkwam op 2525 euro. Een Waalse scholier kwam aan 3452. In de OESO, die de twintig best ontwikkelde industrielanden in de wereld volgt, ging alleen Luxemburg nog hoger met 9404 dollar. Het gemiddelde in de OESO lag op 2307 dollar. Voor het lager en hoger secundair waren de resultaten analoog. In het lager secundair kostte een Vlaamse leerling op jaarbasis omgerekend 5440 dollar, een Waalse 5281 en een Luxemburgse 11.145. Enkele andere vergelijkingspunten: een Amerikaanse leerling vergde 3223 dollar aan loonkosten, een Japanse 3207 en een Franse 2368. In deze berekening spelen uiteraard veel factoren. De verloning van het onderwijzend personeel is slechts een zaak. De grootte van de klassen speelt ook een grote rol. Net als het totaal aantal uren dat de leerlingen per week of per jaar les krijgen en het aantal leerkrachten dat nodig is om dit lessenpakket in te vullen. (Belga)