Het IGVM baseert zich op de gegevens van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) van 2019. Daaruit blijkt dat vrouwen in dat jaar gemiddeld 22,7 procent minder verdienden dan mannen (tegenover 23,1 procent in 2018). Na een correctie op basis van de arbeidsduur gaat het dus nog altijd om een verschil van 9,1 procent.

Bij de arbeiders is de loonkloof zelfs weer licht toegenomen. Gecorrigeerd voor arbeidsduur steeg het verschil van 20,3 naar 20,5 procent in de privésector en van 9,7 naar 10,1 procent in de publieke sector.

'Opnieuw blijkt uit de cijfers dat er bij de actieve bevolking een kwetsbare groep is die verder achteropraakt', stelt Liesbet Stevens, adjunct-directeur van het IGVM. 'Er zijn structurele maatregelen nodig. Daarom hebben we er ook duidelijk voor gepleit dat een deel van het geld uit het Europese herstelfonds besteed wordt aan deze doelgroep.'

Betaalbare kinderopvang

Stevens pleit voor een genderbeleid dat meer aandacht heeft voor de kwetsbaarste groepen, bijvoorbeeld via loonsverhogingen, vergoedingen voor verplaatsingen en compensaties voor moeilijke en gezinsonvriendelijke uurroosters. 'De overheid zou ook kunnen investeren in betaalbare kinderopvang voor iedereen', zegt ze ook. 'Het volledig fiscaal aftrekbaar maken van kosten voor kinderopvang zou gezinnen meer financiële ademruimte geven. Hierdoor verhoogt de keuzevrijheid voor vrouwen én mannen om hun betaald werk te organiseren zoals zij echt willen.'

Het IGVM baseert zich op de gegevens van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) van 2019. Daaruit blijkt dat vrouwen in dat jaar gemiddeld 22,7 procent minder verdienden dan mannen (tegenover 23,1 procent in 2018). Na een correctie op basis van de arbeidsduur gaat het dus nog altijd om een verschil van 9,1 procent. Bij de arbeiders is de loonkloof zelfs weer licht toegenomen. Gecorrigeerd voor arbeidsduur steeg het verschil van 20,3 naar 20,5 procent in de privésector en van 9,7 naar 10,1 procent in de publieke sector. 'Opnieuw blijkt uit de cijfers dat er bij de actieve bevolking een kwetsbare groep is die verder achteropraakt', stelt Liesbet Stevens, adjunct-directeur van het IGVM. 'Er zijn structurele maatregelen nodig. Daarom hebben we er ook duidelijk voor gepleit dat een deel van het geld uit het Europese herstelfonds besteed wordt aan deze doelgroep.' Stevens pleit voor een genderbeleid dat meer aandacht heeft voor de kwetsbaarste groepen, bijvoorbeeld via loonsverhogingen, vergoedingen voor verplaatsingen en compensaties voor moeilijke en gezinsonvriendelijke uurroosters. 'De overheid zou ook kunnen investeren in betaalbare kinderopvang voor iedereen', zegt ze ook. 'Het volledig fiscaal aftrekbaar maken van kosten voor kinderopvang zou gezinnen meer financiële ademruimte geven. Hierdoor verhoogt de keuzevrijheid voor vrouwen én mannen om hun betaald werk te organiseren zoals zij echt willen.'