In PC 200 worden de lonen steevast in januari geïndexeerd voor de levensduurte. Voor het definitieve cijfer was het wachten op de inflatiecijfers van december. In januari van dit jaar was er 1,83 procent opslag.

Het gaat, net als begin 2018, om het hoogste cijfer sinds 2013 (2,35 procent). De voorgaande jaren was er minder opslag in PC 200. Die jaren was er een lagere inflatie en ook een indexsprong zorgde voor magere indexaties. In 2017 was er een indexatie van 1,13 procent en in 2016 van 0,43 procent. In 2015 was er amper indexatie (0,03 procent) en in 2014 1,02 procent.

De indexering van de lonen verschilt van sector tot sector. Voor sommige sectoren gebeurt dat bijna maandelijks, voor anderen per kwartaal, halfjaar of jaar. Maar voor een grote groep gebeurt de indexering in januari. Naast de bedienden van PC 200, dat een diverse groep van sectoren vertegenwoordigt, gaat het ook om de werknemers uit de voedingsnijverheid (+2,10 procent), de handel in voedingswaren (+2,16 procent), de primaire sector (+2,10 procent) of arbeiders en bedienden in de horeca (+2,10 procent).

'Een loonindexering van +2,16 procent beperkt helaas de marges van werkgevers om individuele loonsverhogingen door te voeren', merkt Dirk Wijns van Acerta Consult op.

Lees ook

Loonkostenbeheersing wordt grote uitdaging in 2019